Je hoort vaak zeggen dat enkel zelfstandigen hun werkelijke kosten in mindering kunnen brengen van hun inkomsten. Dit klopt niet. Waarom hoor je dit dan zo vaak? Als je als werknemer werkt, voorziet en betaalt in principe je werkgever de materialen die je nodig hebt om te werken (bv. een werkruimte, een computer, een telefoon, een internetaansluiting, …) of betaalt hij de kosten die je maakt voor je werk (bv. verplaatsingen, parkeer- kosten, …) terug. In deze gevallen heeft de werknemer dus geen of nauwelijks werkelijke beroepskosten. Deze werknemers hebben er geen baat bij om hun werkelijke beroepskosten te gaan aantonen en in mindering te brengen van hun inkomsten. Zij kiezen voor de forfaitaire kostenaftrek

Cultuurwerkers – ook al werken ze als werknemer, zelfs indien via een SBK – hebben evenwel vaak wel een aanzienlijk bedrag beroepskosten (bv. als een muzikant werkt via SBK’s, wordt de aankoop van zijn instrument niet betaald door het SBK, maar door de cultuurwerker zelf). Het is dan ook belangrijk om weten dat werknemers ook hun werkelijke kosten kunnen aftrekken, net zoals zelfstandigen dit kunnen doen. 

Je kan dus kiezen tussen twee mogelijkheden om je kosten in mindering te brengen: 

  1. ofwel opteer je voor de aftrek van de forfaitaire kosten
  2. ofwel opteer je voor de aftrek van je werkelijke kosten 

1. Forfaitaire kosten

Als je geen kosten invult, zal de fiscus automatisch forfaitaire kosten in aftrek nemen. Deze moeten dus nergens op het aangifteformulier ingevuld worden. Voor inkomstenjaar data bedraagt de forfaitaire kostenaftrek 30 % van de inkomsten die je als werknemer hebt behaald. 

Je kan maximaal een forfaitaire kostenaftrek van 4.920 euro toepassen. 

Voorbeeld 1

Bruno ontvangt 15.000 euro werknemersbezoldigingen. Om te weten hoeveel zijn kostenforfait bedraagt, doe je de volgende berekening: 30 % van 15.000 euro is 4.500 euro; dit bedrag ligt lager dan het maximum van 4.880 euro voor inkomstenjaar 2020; het kostenforfait van Bruno bedraagt in totaal 4.500 euro.

Voorbeeld 2

Tomas ontvangt 25.000 euro werknemersbezoldigingen. Om te weten hoeveel zijn kostenforfait bedraagt, doe je de volgende berekening: 30 % van 25.000 euro is 7.500 euro; dit bedrag moet voor inkomstenjaar 2020 evenwel beperkt worden tot 4.880 euro; het kostenforfait van Tomas bedraagt in totaal 4.880 euro.

2. Werkelijke kosten

2.1 Welke werkelijke kosten kan ik in aftrek nemen? 

Er bestaat geen limitatieve lijst van kosten die je in aftrek kan nemen. Je moet wel kunnen aantonen dat de kosten die je in aftrek neemt, voldoen aan de definitie van beroepskosten die opgenomen is in het wetboek en die verband houden met je beroep. 

Deze definitie stelt dat beroepskosten kosten zijn: 

  1. die tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen;
  2. om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden; 
  3. én waarvan de echtheid en het bedrag zijn bewezen of kunnen bewezen worden. 
Voowaarde 1: kosten die tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen

Als je kosten maakt, breng je deze kosten in hetzelfde jaar in mindering van je inkomsten. Het is niet noodzakelijk dat de kosten zijn gedaan om inkomsten te verkrijgen in hetzelfde jaar waarin de kosten zijn gedaan. 

Voorbeeld

David koopt in juli 2020 marmer aan. In 2021 krijgt hij de opdracht van een gemeente om een beeldhouwwerk van marmer te maken. David heeft deze kosten in 2020 gemaakt, dus zal hij deze kosten in 2020 moeten inbrengen (ook al levert hij zijn marmeren beeldhouwwerk pas in 2021 aan de gemeente). Het marmer dat nog niet verwerkt en verbruikt werd, zal evenwel als voorraad moeten worden beschouwd en niet in kosten mogen worden genomen.

Sommige kosten (je hogere uitgaven, je investeringen) hebben een bepaalde gebruiksduur. De totaalprijs van deze kosten breng je niet alleen in het jaar van de aankoop in mindering, maar deze kosten ga je gedeeltelijk (overeenkomstig met de gebruiksduur en de slijtage) in mindering brengen. 

Voorbeeld

Yamila is muzikante en koopt in 2020 een piano (30.000 euro). Een piano gebruik je gedurende verschillende jaren. Een aannemelijke afschrijvingsduur voor een piano is 10 jaar. Yamila zal de totale kostprijs van haar piano dus niet in 2020 inbrengen, maar zal deze prijs in stukken delen en inbrengen gedurende een periode van 10 jaar (elk jaar 3.000 euro).

Voorwaarde 2: kosten om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden 

Het is niet alleen mogelijk om kosten af te trekken die je maakt om inkomsten te verkrijgen (bv. kosten van verplaatsingen naar optredens), maar ook om inkomsten te behouden (bv. publiciteitskosten). 

Er moet een band bestaan tussen de kost en het beroepsinkomen. Privé- uitgaven zijn dus niet aftrekbaar en gemengde uitgaven (deels privé, deels beroeps) kunnen enkel voor het beroepsgedeelte in mindering worden gebracht. 

Het is dus voldoende dat je kan aantonen dat je kosten hebt gedaan die verband houden met je beroep. Dit begrip is zeer ruim. Om deze reden kan je voor cultuurwerkers geen lijst opstellen waarin staat welke kosten ze wel en welke kosten ze niet in aftrek kunnen nemen. Voor de éne cultuurwerker zal een bepaalde kost immers wel verband houden met zijn beroepsactiviteit, voor de andere niet. 

Voorbeeld

Als je voeding voor je familie koopt in de supermarkt, kan je deze kosten niet aftrekken als beroepskosten. Als je evenwel een kunstwerk maakt met ajuin en knoflook, is deze kost wel aftrekbaar.

Voorwaarde 3: de echtheid en het bedrag van kosten bewijzen

Om de kosten fiscaal in mindering te brengen, moet je de echtheid en het bedrag van deze kosten bewijzen. In principe mag je dit aantonen met alle bewijsmiddelen (met uitzondering van de eed). In de praktijk zullen de meeste kosten worden bewezen aan de hand van facturen, betaalbewijzen, tickets, ... Vraag dus telkens een bewijs, als je kosten maakt. Als je materiaal koopt van iemand die geen facturen kan maken, bv. een privé-persoon, vraag dan aan deze persoon een gedetailleerd betalingsbewijs op naam op te maken.

Het is tevens belangrijk dat je kan aantonen dat je deze kosten zelf gedragen en dus betaald hebt, en dus niet een derde. Je moet de betaling dus bij navraag door de administratie ook kunnen aantonen. 

De kosten waarvan de echtheid vaststaat, maar waarvan je het bedrag niet kan aantonen door bewijsstukken, mogen - in overleg met de plaatselijke belastingdienst - op een redelijk vast bedrag worden geschat. Eénmaal zo’n individueel akkoord bestaat, kan de belastingdienst dit akkoord enkel voor de toekomst opzeggen. 

Voorbeelden van werkelijke kosten: 

  • sociale zekerheidsbijdragen (deze kosten worden sowieso in
  • aftrek genomen, ook al trek je jouw werkelijke kosten niet af)
  • autokosten
  • internet
  • huur onroerend goed, bv. atelier
  • kosten boekhouder
  • cursussen, stages,…
  • concerten, theatervoorstellingen, …
  • cd’s, dvd’s,…

Opgelet!

Als je jouw woning gebruikt voor beroepsdoeleinden en deze kosten wil inbrengen! Als je een woning huurt, moet je telkens nakijken of dit wel toegelaten is in je huurovereenkomst (in veel huurovereenkomsten wordt dit verboden). Als je jouw huurkosten aftrekt, moet je een bijlage aan je belastingaangifte toevoegen waarop je volgende gegevens vermeldt: het adres en de aard (bv. atelier, bureau) van het pand, de naam en het adres van de eigenaar van het pand en het totaalbedrag van huurkosten (als je het pand voor privé- en beroepsdoeleinden gebruikt, moet je de kosten uitsplitsen). Op deze bijlage moet je de datum en jouw naam noteren en ondertekenen. Als je een woning hebt gekocht, moet je er rekening mee houden dat bij verkoop van de woning de meerwaarde (gedeeltelijk) wordt belast. 

Opgelet!

Als je werkgever al bepaalde kosten (bv. je beroepsverplaatsingen)  terugbetaalt, kan je deze kosten uiteraard niet nog eens in mindering brengen. Anders zou je deze kosten tweemaal in aftrek nemen. Daarvoor dien je ook op te passen indien je via een SBK werkt en aldaar ook bepaalde kosten reeds laat ‘terugbetalen’.

 

2.2 Kan ik het volledige bedrag van kosten in aftrek nemen?

Als de kosten volledig in verband staan met je beroepsactiviteit, kan je het totale bedrag in aftrek nemen. Als dit niet het geval is, moet je schatten in welke mate je de uitgave gebruikt voor beroepsdoeleinden enerzijds en voor privé-doeleinden anderzijds. 

Voorbeeld

Je gebruikt je gsm vooral voor telefoontjes voor je werk, maar soms ook wel om naar je familie en vrienden te bellen. In dit geval zal je bv. 75% van je gsm-rekeningen in aftrek kunnen nemen (de andere 25% vertegenwoordigt de telefoontjes naar je familie en vrienden).

Kosten van bvb concerten, theatervoorstellingen, aankoop CD’s en DVD’s zullen nooit 100 % aanvaard worden door de fiscus, omdat hier toch ook een deel ‘ontspanning’ aan gekoppeld is. Wees dus zelf realistisch en hanteer voor deze kosten een aanvaardbaar percentage beroepskarakter, bvb 50%. 

Opgelet!

Sommige kosten die jouw inziens misschien wel voor het volledige bedrag aangewend zijn voor beroepsdoeleinden, zijn toch maar beperkt aftrekbaar.  

Welke kosten zijn dit? Dit zijn: 

  • restaurantkosten: voor 69 % aftrekbaar 10
  • receptiekosten en kosten voor relatiegeschenken:
  • voor 50 % aftrekbaar 11
  • Tijdelijke corona-maatregel: beroepsmatig gedane receptiekosten die worden betaald of gedragen tussen 8 juni 2020 en
  • 31 december 2020 zijn fiscaal volledig als beroepskost
  • aftrekbaar 12 (zie verder)
  • de meeste autokosten (zie verder) 

De aftrek van vervoerskosten heeft nog een extra woordje uitleg nodig. 

Neem je het openbaar vervoer of gebruik je de fiets (pedelec of speed pedelec) voor je werk of ga je te voet naar je werk en trek je jouw werkelijke kosten af, dan moet je een onderscheid maken tussen volgende posten: 

  • Privé: niet aftrekbaar 
     
  • Woon-werk: als je opteert om je werkelijke kosten af te trekken, kan je de kosten van deze verplaatsingen op twee manier aantonen: 
     
    1. Ofwel het forfait 0,15 euro/km of 0,24 euro/km (fiets, pedelec of speed pedelec)
      De in aanmerking genomen afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling mag niet hoger zijn dan 100 km (dus maximaal 200 km per werkdag). 
      Tip! Als je werkelijke kosten lager liggen dan 0,15 of 0,24 euro/km is het voordeliger om deze kostenaftrek toe te passen. 
       
    2. Ofwel je werkelijke kosten (geen beperkingen)
      • Als je opteert om je werkelijke kosten af te trekken (ook al doe je beroep op het forfait van 0,15 euro/km) en je werkgever betaalt de kosten voor woon-werkverkeer terug, moet je belastingen betalen op de totale vergoeding die je krijgt van je werkgever. Dit is evenwel niet het geval voor de door de werkgever betaalde fietsvergoeding; de fiets- vergoeding die je krijgt van je werkgever blijft voor een edrag van maximaal 0,24 euro/km vrij van belastingen. 

        Bij de voorbereiding van je aangifte vul je in:
        Deel 1, Vak IV. Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
        Rubriek A. Gewone bezoldigingen
        Code 1254-07/2254-74: de vergoeding van je werkgever
        Code 1255-06/2255-73: niets

         
      • Als je opteert voor het kostenforfait en je werkgever betaalt de kosten voor woon-werkverkeer terug, moet je geen belastingen betalen op de vergoeding die je krijgt van je werkgever. 

        Bij de voorbereiding van je aangifte vul je in:
        Deel 1, Vak IV. Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
        Rubriek A. Gewone bezoldigingen
        Code 1254-07/2254-74: de vergoeding van je werkgever
        Code 1255-06/2255-73: opnieuw de vergoeding van je werkgever


        Reken dus eerst na bij welke regeling je het meeste voordeel hebt! 
         
  • Werk-werk: werkelijke kosten (geen beperkingen) 

 

Als je je eigen auto gebruikt om je te verplaatsen voor beroepsdoeleinden, dan moet je volgend onderscheid maken: 

  • Privé: niet aftrekbaar 
     
  • Woon-werk:
     
    • Als je opteert om je werkelijke kosten af te trekken, kan je een beroep doen op het forfait van 0,15 euro/km. Dit forfait omvat al je rechtstreekse en onrechtstreekse kosten van je wagen (bv. garagekosten, benzine, autokeuring, …), uitgezonderd de kosten en intresten van je autolening en je mobilofoonkosten. In tegenstelling tot de verplaatsingen met het openbaar vervoer, moet de in aanmerking genomen afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling niet lager dan 100 km zijn. Het forfait kan evenwel niet gebruikt worden voor verplaatsingen met de motorfiets of bestelwagens. 
       
    • Als je opteert om je werkelijke kosten af te trekken (ook al doe je beroep op het forfait van 0,15 euro/km) en je werkgever betaalt de kosten voor woon-werkverkeer terug, moet je belastingen betalen op de totale vergoeding die je krijgt van je werkgever. 

      Bij de voorbereiding van je aangifte vul je in:
      Deel 1, Vak IV. Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit,
      vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
      Rubriek A. Gewone bezoldigingen
      Code 1254-07/2254-74: de vergoeding van je werkgever
      Code 1255-06/2255-73: niets

       
    • Als je opteert voor het kostenforfait en je werkgever betaalt de kosten voor woon-werkverkeer terug, moet je geen belastingen betalen op een maximumbedrag van 420 euro. Op het gedeelte van de vergoeding dat 420 euro over- schrijdt, betaal je wel belastingen.

      Bij de voorbereiding van je aangifte vul je in:
      Deel 1, Vak IV. Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit,
      vervangingsinkomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
      Rubriek A. Gewone bezoldigingen
      Code 1254-07/2254-74: de vergoeding van je werkgever
      Code 1255-06/2255-73: 410 euro


      Reken dus eerst na bij welke regeling je het meeste voordeel hebt! 
       
  • Werk-werk: 
    • Met ingang van 1 januari 2020 werd een volledig nieuwe berekeningswijze van het aftrekpercentage van autokosten ingevoerd. Vanaf dan zijn alle kosten m.b.t. het gebruik van het voertuig (ook de brandstofkosten) slechts aftrek- baar tot 40 % als het gaat om voertuigen met een uitstoot van 200 gram CO2/km of meer. In alle andere gevallen wordt het aftrekpercentage volgens een volledig nieuwe formule berekend [120 % - (0,5 % * coëfficiënt * aantal gram CO2/km)]. Het aftrekpercentage mag niet lager zijn dan 50 % noch hoger dan 100 % en bedraagt minimum 75 % t.a.v. de vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen. 
       
    • De coëfficiënt in de voormelde formule is gelijk aan 1 voor voertuigen met een dieselmotor, 0,95 voor voertuigen met een andere motor en 0,90 voor bepaalde voertuigen uitgerust met een aardgasmotor. 

 

Voorbeeld 1

Voor een benzinewagen aangekocht na 1 januari 2018 met een CO2-uitstoot van 120 g/km, bedraagt het aftrekpercentage
voor beroepsmatige autokosten 63 % (want 1,2 - (0,005 * 0,95 * 120) = 1,2 - 0,57 = 0,63)

Voorbeeld 2

Voor een dieselwagen aangekocht in 2016 met een CO2-uitstoot van 150 g/km, zou het aftrekpercentage normaal gezien 45 % bedragen (want 1,2 - (0,005 * 1 * 150) = 1,2 - 0,75 = 0,45) maar omdat het gaat om een voertuig aangekocht vóór 1 januari 2018 geldt een minimumaftrek van 75 %.

  •  
    • Financieringskosten (interesten en kosten van je autolening) en mobilofoon (of carkit voor smartphone) blijven 100 % aftrekbaar.
    • Als je de kosten voor je brandstof niet kan bewijzen (bv. bewijsstukken van benzinestations), kan je een beroep doen op de volgende formule om deze kosten in aftrek te nemen: 

      km / gemiddeld verbruik =  aantal liter x gemiddelde prijs per liter. 

      Benzine 95 oct E10 — 1,3492 euro
      benzine 98 oct E5 — 1,3861 euro
      Diesel B7 — 1,3679 euro
      LPG — 0,4684 euro

 

2.3 Uitgewerkt voorbeeld

SITUATIESCHETS 

Sidi heeft in 2021 als acteur gewerkt. Hij werkte als werknemer via theatergezelschappen en met SBK’s. Hij werkt ook thuis. Sidi’s werkgevers betaalden maaltijdvergoedingen en woon-werkverplaatsingen. Hij kocht zijn auto aan in 2017. 

Sidi heeft zijn werkelijke kosten bijgehouden. Zijn kosten zijn: 

  • huur appartement: 12 x 500 euro = 6.000 euro 
  • elektriciteit en verwarming: 12 x 150 euro = 1.800 euro 
  • restaurantkosten voor maaltijden met mogelijke werkgevers en collega-acteurs: 600 euro 
  • filmticketten en theatervoorstellingen: 240 euro, de helft beroepsmatig 
  • gsm-rekening: 1.200 euro, de helft beroepsmatig 
  • aankoop auto (Benzine: 108 g CO2): 15.000 euro (autolening afgesloten, 100 euro interest per maand), de auto van Sidi verbruikt 6 liter per 100 kilometer. 
  • verkeersbelastingen: 400 euro 
  • verzekering auto: 400 euro 
  • brandstof benzine: kosten niet bijgehouden 

Sidi heeft in totaal 30.000 km op zijn kilometerteller. Hij heeft hiervan 5.000 km privé gereden en 20.000 km woon-werk. De auto wordt bijgevolg voor 16,5 % (5.000/30.000) gebruikt voor werk-werkverplaatsingen. De overige 83,5 % gebruikt Sidi de auto voor privé- en woon-werkverplaatsingen. Op jaarbasis heeft Sidi een inkomen van 20.000 euro. 

BEREKENING VAN KOSTEN

  • Forfaitaire kosten

    Sidi berekent eerst het forfait. Dit forfait bedraagt 30 % van 20.000 euro = 6.000 euro. Dit bedrag moet voor inkomstenjaar 2020 evenwel beperkt worden tot 4.880 euro (+ 410 euro vrijstelling woon-werkverkeer: de werkgevers van Sidi betalen hem de kosten voor woon-werkverkeer terug en Sidi opteert voor het kostenforfait dus hij betaalt enkel belastingen op het gedeelte van de vergoeding dat 410 euro overschrijdt).
     
  • Werkelijke kosten

    Sidi kan volgende kosten in rekening brengen:
    • huur appartement: 20 % van 6.000 euro = 1.200 euro (let op! huurovereenkomst)
    • elektriciteit, verwarming: 20 % van 1.800 euro = 360 euro
    • restaurantkosten: 69 % van 600 euro = 414 euro (let op! maaltijdvergoeding werkgever! Mag niet overlappen! Bij overlapping: geen aftrek mogelijk)
    • filmticketten en theatervoorstellingen: 50 % van 240 euro = 120 euro
    • gsm-rekening: 50 % van 1.200 euro = 600 euro
    • auto:
      • privé: niet aftrekbaar
      • woon-werk: 3.000 euro (20.000 km x 0,15 euro = forfait) + 799,92 euro (66,66 % van 1.200 euro = interesten lening) = 3.799,92 euro (let op! vrijstelling van 410 euro valt weg omdat Sidi zijn werkelijke kosten bewijst!)
      • werk- werk:
        • aankoop auto:
          20% van 15.000 euro (afschrijving van de auto op 5 jaar) = 3.000 euro
          16,5% van 3.000 euro = 495 euro
          75 % van 495 euro = 371,25 euro
        • interesten lening:
          16,5% van 1.200 euro = 198 euro
        • verkeersbelastingen:
          16,5% van 400 euro = 66 euro
          75% van 66 euro = 49,50 euro
        • verzekering auto:
          16,5% van 400 euro = 66 euro
          75% van 66 euro = 49,50 euro
        • brandstofkosten (brandstof benzine 95 oct E10):
          5.000 km x 0,0625 = 300 liter x 1,3492 euro = 404,76 euro
          75% van 404,76 euro = 303,57 euro
        • totaal: werk-werk: 971,82 euro
      • totaal auto = 4.827,44 euro

Totale kosten: 7.465,74 euro

BESLUIT

Sidi zal zijn werkelijke kosten in aftrek nemen. 

 

Ga aan de slag met onze brochure. In onze brochure gaan we dieper in op de verschillende soorten vergoedingen en hoe je ze op een correcte manier moet aangeven: 

Laatst gewijzigd: 18/05/2022 - 14:48

Brochure - belastingaangifte inkomsten 2021

Belastingen en BTW

Brochures