Wie van buiten de Europese Unie voor een langere periode in België aan de slag wil als zelfstandige heeft een beroepskaart nodig. Vlaanderen wil de procedure voor het aanvragen van die beroepskaart herzien. 

De huidige regelgeving dateert nog van de jaren 60. Een vernieuwde kijk zou moeten leiden tot vereenvoudiging en het aantrekken van innovatief ondernemend talent. Voor kunstenaars zou een aangepaste regeling gelden.

Vlaams minister van Werk en Economie Hilde Crevits heeft in een visienota van 14 juli 2020 haar plannen uit de doeken gedaan om de regels rond het aanvragen van een beroepskaart te versoepelen. Vlaanderen wil buitenlandse starters laten groeien en internationaal ondernemerstalent aantrekken. 

Vandaag de dag moeten zelfstandigen een economisch nut of een sociale, culturele, artistieke of sportieve meerwaarde aantonen. Hoe dit begrip ‘economisch nut’ of ‘artistieke meerwaarde’ ingevuld moet worden voor de verschillende beroepscategorieën, is met de tijd wat verwaterd. Met de nieuwe regels moet het duidelijker worden of je in aanmerking komt voor een beroepskaart.

Zelfstandige artiesten en hun buitenlandse begeleiders die voor minder dan drie maanden in België aanwezig willen zijn, hebben geen beroepskaart nodig. Dit zou ook in de toekomst niet veranderen.

Voor een duur langer dan drie maanden zal de aanvraagprocedure afhangen van de categorie waartoe je behoort. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  1. Scale-ups en start-ups
  2. Klassieke ondernemingen
  3. Speciale statuten (waaronder kunstenaars)

Voor elk van deze categorieën zullen de criteria anders afgetoetst worden. Bij de beoordeling van beroepskaarten voor kunstenaars zal de Dienst Beroepskaarten samenwerken met het Departement Cultuur, Jeugd en Media.

De visienota spreekt van 6 criteria waaraan een aanvraag getoetst wordt:

  1. Het ondernemings- en financieel plan
  2. Uitkeren van een eigen loon
  3. Minimumstartkapitaal van 18.600 euro
  4. Het profiel van de ondernemer
  5. Jobcreatie en investeringen
  6. Voldoen aan wettelijke en reglementaire verplichtingen

Voor kunstenaars zullen deze criteria anders ingevuld worden. Zo volstaat een beknopt financieel plan met omzet en financiële middelen. Het minimumstartkapitaal (3) en de jobcreatie (5) zouden niet op hen van toepassing zijn.

Voor het uitkeren van het eigen loon volstaat 120 % van het leefloon. Dit zou ongeveer neerkomen op een loon tussen de 766 euro en 1.554 euro per maand afhankelijk van de gezinssituatie.

Het “only-once” principe is ook van toepassing. Dit houdt in dat je documenten die je al hebt ingediend bij een andere dienst van de overheid (bijvoorbeeld een ondernemingsplan voor een financiering via Vlaio) niet nogmaals moet opstellen en indienen. Het volstaat om hiernaar te verwijzen.

De aanvraagprocedure zou niet meer schriftelijk gebeuren maar via digitale weg verlopen om sneller en efficiënter tewerk te gaan. Ondernemingsloketten zullen dienstdoen als eerstelijnsdossierbehandelaar. 

Uiteraard kunnen culturele ondernemers ook terecht bij de consulenten van Cultuurloket voor gratis eerstelijnsadvies bij de opmaak van hun business- of financieel plan en advies bij het voldoen aan de wettelijke en reglementaire verplichtingen.

Een beroepskaart kan je nu voor maximaal 5 jaar aanvragen. In de toekomst zal dit veranderen naar maximaal 3 jaar. In de praktijk werden er amper beroepskaarten voor 5 jaar goedgekeurd omdat hieraan een onbeperkt verblijfsrecht kon gekoppeld worden.

De nieuwe regels zouden van toepassing worden vanaf 1 januari 2022. Nog even wachten dus op de wettelijke bepalingen.

Bron: Visienota aan de Vlaamse regering van 14 juli 2020: Vlaanderen als aantrekkingspool voor start-ups en innovatief ondernemend talent