In onderstaand schema leggen we de berekening van de vennootschapsbelasting uit.

De fiscale winst is in principe de boekhoudkundige winst. Op deze winst worden een aantal bewerkingen uitgevoerd.

De fiscale winst (eerste bewerking) bestaat uit:

  1. De belastbare winst
  2. De verworpen uitgaven
  3. De uitgekeerde dividenden

Nadat de Belgische winst, belastbaar tegen het normale tarief is berekend, gaat men kijken naar de winst uit het buitenland.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • de winst van buitenlandse vaste inrichtingen die op basis van het dubbelbelastingverdrag in België niet is vrijgesteld moet worden opgenomen in de categorie “niet bij verdrag vrijgestelde winst”;
  • winst uit landen waarmee wel een dubbelbelastingovereenkomst bestaat, dat is de bij verdrag vrijgestelde winst, die vervolgens wordt afgetrokken, “verdrag vrijgestelde winst”;

Het gaat om inkomsten van onroerende goederen en winst van vaste inrichtingen gelegen in verdragslanden.

 

1ste bewerking: wat is de belastbare winst?

Verhogingen

De belastbare winst wordt verhoogd met een aantal posten. Denk bijvoorbeeld aan de 'verworpen uitgaven'. Dat zijn uitgaven die verrekend zijn in de belastbare winst maar die men eigenlijk niet had mogen aftrekken. Deze moeten er dus terug bijgeteld worden.

Voorbeelden: overdreven uitgaven, de vennootschapsbelasting die betaald werd, elektronische maaltijdcheques …

Verminderingen

Daarnaast zijn er ook bijkomende verminderingen van het belastbare resultaat. Dat komt omdat bepaalde inkomsten vrijgesteld zijn.

Voorbeelden: vrijstelling meerwaarden op aandelen ...

2de bewerking: opdeling van de winst volgens oorsprong

Het gaat in deze bewerking om vennootschappen een vaste inrichting in het buitenland hebben. Een vennootschap wordt in principe in België belast op het wereldwijde inkomen.

Er bestaat echter het risico dat dit wereldwijde inkomen dubbel wordt belast. Voor meer informatie hierover kan je op onze volgende pagina terecht.

Voorbeeld: Vennootschap x is actief in België en Frankrijk. Vennootschap x wordt in België belast op alle inkomsten. De inkomsten in Frankrijk worden daar echter ook belast.

Men maakt een onderscheid tussen de winst die in België is gerealiseerd door:

  • Een buitenlandse vaste inrichting waarmee een dubbelebelastingsverdrag is afgesloten en de winst vrijstelt van belastingen in België en;
  • Een buitenlandse vaste inrichting waarmee een dubbelebelastingsverdrag is afgesloten en de winst niet vrijstelt van belastingen in België.

3de bewerking: aftrek niet-belastbare bestandsdelen

In deze bewerking wordt er gekeken naar de niet-belastbare bestandsdelen en in welke mate ze kunnen worden afgetrokken.

Voorbeelden: vrijstelling voor aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek en uitvoer, de vrijstelling voor bijkomend personeel in KMO’s, giften ...

Giften

Giften aan een erkende instelling zijn er niet op gericht om winsten te verwerven. Giften worden in eerste instantie als verworpen uitgaven terug bij het belastbaar resultaat gevoegd. In de derde bewerking worden de giften terug verwijderd (indien voldaan is aan de voorwaarden voor de aftrekbaarheid van giften en binnen de voorzienbare perken).

Vennootschappen mogen de gift aftrekken, maar de totale aftrek is beperkt tot:

  • ofwel 5 % van de totale fiscale winst voor aftrek van die giften
  • ofwel 500.000 euro

Een gift is daarnaast enkel aftrekbaar van de winst van het boekjaar en dus niet overdraagbaar naar latere tijdperken.

Wil je meer weten over welke giften van welke erkende instellingen, bezoek dan zeker onze pagina over giften.

4de bewerking: definitief belaste inkomsten

De definitief belastbare inkomsten (DBI) zorgen ervoor dat inkomsten van vennootschappen die beleggen in aandelen van andere vennootschappen vrijgesteld worden.

De reden hiervoor is omdat er anders (zonder vrijstelling) een dubbele belasting optreedt.

Voorbeeld: Vennootschap A heeft aandelen in vennootschap B. Vennootschap B betaalt vennootschapsbelasting op de winst en keert vervolgens een dividend uit aan vennootschap A. In vennootschap A wordt dit dividend een tweede keer belast. De DBI-aftrek zorgt ervoor dat deze tweede keer vennootschapsbelasting geneutraliseerd wordt.

    Deze vrijstelling is onderworpen aan een aantal voorwaarden:

    • de aandelen zijn minstens één jaar ononderbroken in eigendom (permanentievoorwaarde);
    • de uitkerende vennootschap wordt op haar winst belast in een normaal belastingregime (taxatievoorwaarde) en;
    • bezit minstens 10% van de aandelen in de vennootschap of het investeringsbedrag bedraagt minstens 2.500.000 euro (participatievoorwaarde).

    5de bewerking: aftrek voor octrooi-inkomsten

    Deze bewerking gaat over een historische gunstmaatregel, nog van toepassing tot 30 juni 2021. Door deze maatregel kunnen vennootschappen een deel (beperkt tot 80%) van hun octrooi-inkomsten aftrekken van hun belastbare winst onder bepaalde voorwaarden en modaliteiten. De octrooiaftrek heeft inmiddels een vervolg gekregen door de invoering van de aftrek voor innovatie-inkomsten.

    6de bewerking: aftrek voor innovatie-inkomsten

    Deze bewerking komt in de plaats van de 'octrooi-aftrek'. De innovatie-aftrek bedraagt 85% van ontvangen netto innovatie-inkomsten. De aftrek is onderworpen aan voorwaarden en wordt beperkt.

    Voorbeeld: octrooien, maar ook van andere intellectuele eigendomsrechten zoals kwekersrecht, auteursrechtelijk beschermde computerprogramma’s … Merken, tekeningen, modellen … vallen niet onder deze regeling.

    De aftrek kan verleend worden op de netto-inkomsten uit volgende intellectuele eigendomsrechten:

    • Octrooien en aanvullende beschermingscertificaten
    • Kwekersrechten
    • Weesgeneeskunde
    • Vergoeding voor de vervreemding van een kwalificerende intellectueel eigendomsrecht dat de aard van een vastliggend actief heeft
    • Auteursrechtelijk beschermde software

    Voor meer informatie bezoek zeker eens de site van Vlaio.

    7de bewerking: investeringsaftrek

    De investeringsaftrek zorgt ervoor dat een gedeelte van de waarde van investeringen in rekening kunnen worden genomen onder bepaalde voorwaarden. Het is een bewerking die ontstaan is om een gunstiginvesteringsklimaat te ontwikkelen. Er bestaan een aantal systemen van investeringsaftrek:

    • de gewone eenmalige investeringsaftrek (kleine vennootschappen): 8% / 25% (inzake corona tussen 12.03.2020 en 31.12.2022)
    • de verhoogde eenmalige investeringsaftrek voor sommige investeringen (investeringen in octrooien, vaste activa voor rationeler energiegebruik, rookafzuiging rookkamer horeca, digitale systemen voor betaling en facturatie, beveiliging communicatiesystemen,…): 13,5 %
    • de gewone  gespreide investeringsaftrek (vennootschappen met minder dan 20 werknemers)
    • verhoogde gespreide investeringsaftrek milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling: 20,5%

    8ste bewerking: groepsbijdrage

    Het gaat om een techniek om de resultaten van moeder- en dochtervennootschappen bij elkaar te voegen. Zo kan een vennootschap winst overdragen naar een verlieslatend vennootschap binnen de vennootschapsgroep, dan kan die winst afgetrokken worden.

    9de bewerking: aftrek voor risicokapitaal

    De notionele interestaftrek (NIA) of aftrek voor risicokapitaal zorgt ervoor dat vennootschappen een bepaald percentage van de aangroei van hun vermogen kunnen aftrekken van de belastbare winst.

    Deze bewerking moet ervoor zorgen dat het verschil in behandeling tussen een financiering met vreemd vermogen (bijvoorbeeld een lening bij een bank) en financiering met eigen vermogen. In het geval van een lening kan de intrest immers afgetrokken worden van de belastbare winst. Dat is niet het geval bij vergoedingen in de vorm van dividenduitkeringen voor financiering met eigen vermogen.

    10de bewerking: aftrek voor overgedragen DBI

    Deze bewerking staat naast de gewone DBI-aftrek (zie 4de bewerking) en wordt hier in een aparte bewerking behandeld, omdat de belastingaftrek voor het overgedragen DBI wel aan een aftrekbeperking onderworpen is (70%, zie verder).

    11de bewerking: aftrek overgedragen innovatie-inkomsten

    Deze bewerking staat naast de gewone innovatie-inkomsten (zie 6de bewerking) en wordt hier in een aparte bewerking behandeld, omdat de belastingaftrek voor de overgedragen innovatie-inkomsten wel aan een aftrekbeperking onderworpen is (70%, zie verder).

    12de bewerking: fiscaal overdraagbare verliezen

    Verliezen kunnen onbeperkt in tijd én in grootte worden overgedragen naar de toekomst. Ze kunnen niet verrekend worden naar het verleden toe.

    Voorbeeld: Vennootschap x maakt 50.000 euro verlies in 2021. In 2020 werd er 100.000 euro winst gemaakt. De 50.000 euro verlies kan niet meer gebruikt worden om de winst in het verleden te “compenseren”, het kan wel gebruikt worden om winsten in de toekomst te “compenseren”.

    Let op: de aftrek van overgedragen verliezen is onderworpen aan de 70%-aftrekbeperking, uitgezonderd kleine vennootschappen in de eerste 4 jaar na oprichting (zie verder).

    13de bewerking: overgedragen notionele intrestaftrek

    In principe kan niet benutte notionele intrestaftrek niet meer overgedragen worden. Voor de in het verleden opgebouwde overschotten (voor 2013) kan dat wel nog onder bepaalde voorwaarden/beperkingen.

    14de bewerking: overgedragen notionele intrestaftrek

    Dit is niet meer van toepassing vermits de termijn van 7 jaar na 2013 verstreken is.

    Bewerkingen 9 tot en met 14 worden beperkt!

    De bewerkingen 9 tot en met 14 worden in bepaalde gevallen beperkt, namelijk als:

    • de overblijvende belastbare winst na de 8ste bewerking groter is dan 1.000.000 euro
    • de beschikbare aftrekposten in bewerkingen 9 tot en met 14 samen 1.000.000 euro overschrijden

    In dat geval kan enkel de belastbare winst tot 1.000.000 euro onbeperkt geneutraliseerd worden. Daarboven wordt een beperking van 70% toegepast.