In vijf jaar tijd groeide Allez, Chantez! uit van een hobbyproject tot een heuse culturele onderneming met zingen en gemeenschapsvorming als ultieme speerpunten. Oprichtster Annelore Camps kreeg er de Ultima 2019 voor Cultureel Ondernemerschap voor. Maar toen kwam corona en alles veranderde.

Tekst: Ines Minten - Foto's: Els Van Bosbeke

Toen Annelore Camps en Laila De Bruyne vijf jaar geleden met Allez,
Chantez!
begonnen, dacht geen van hen dat ze in 2020 een Ultima op zak zouden hebben.
Ze wilden zingen en laten zingen. Maar het ondernemersbloed begon te stromen. ‘De eerste sessie van Allez, Chantez! was in alle opzichten spannend. Wie zou er komen? Opeens stond er 95 man voor de deur’, vertelt Annelore. De schare fans nam toe, het businessplan groeide spontaan mee. ‘Deelnemers namen een leeg glas van de bar, stopten er wat munten in en gaven het door.’ Dat wekte Camps’ nieuwsgierigheid: wat zou er gebeuren als ze het principe van de vrije bijdragen zijn gang liet gaan? 

Per locatie vroeg Allez, Chantez! één keer per jaar entreegeld voor een benefietsessie.  Daarmee konden ze de maandelijkse zangsessies gratis houden. ‘Op die andere sessies werkten we met vrije giften: de ene gaf 20 cent, een volgende 50 euro. Die vrijheid vonden we belangrijk. Ze sloot prima aan bij de laagdrempeligheid die Allez, Chantez! beoogde.’ De sessies in Leuven, Gent en Kortrijk trokken immers publiek van alle leeftijden en sociale lagen. Telkens tickets met een vaste prijs verkopen vond Annelore Camps daar niet bij passen.
 

Allez Chantez 2

 

Stilaan kwamen er boekingen met vaste uitkoopsommen: een tweede belangrijke financiële poot voor de organisatie. Na een half jaar besloot Annelore Camps te springen. Ze werd zelfstandige in hoofdberoep, aanvankelijk met een eenvoudige eenmanszaak. Na verloop van tijd werd het een koepel-vzw waaronder verschillende activiteiten met almaar meer partnerorganisaties verenigd werden. In 2019 bereikte Allez, Chantez! maandelijks 1500 mensen die samenkwamen om te zingen. De organisatie telde een team van elf freelancers en een indrukwekkend netwerk van enthousiaste vrijwilligers. Het unieke van het hele concept was dat alles - de sessies, de nieuwe ideeën, de financiële fundamenten - vanuit het publiek opborrelde. Het liep op wieltjes. De Ultima bevestigde dat.

Cultureel ondernemen in crisistijden

Toen Annelore Camps met een Ultima in de hand en veel goesting in hart en ziel aan haar zesde werkingsjaar begon, had ze geen idee van de beproevingen die haar organisatie, en de hele culturele sector met haar, te wachten stonden. ‘Het was schrikken. Alle bijeenkomsten, inclusief vrije giften en uitkoopsommen, heel de motor van onze organisatie viel half maart opeens stil. In één klap stond ons budget weer zo goed als op nul.’ 

In de periode die volgde, wervelde het in haar hoofd. Paniek wisselde af met strijdbaarheid, moedeloosheid met ondernemingszin. Enkele maanden de boeken toe en verplicht ‘vakantie’ nemen? Of voortploeteren en zien wat er komt? ‘Op een gegeven moment had ik nog één project lopen. Ik besloot dat ik dat zou afronden. Volgde er niets, dan zou ik met alles stoppen tot na de zomer. Financieel zou het een ramp zijn, maar dat is het nu ook al. Alleen al het idee dat even stoppen een optie was, zorgde voor een vreemd soort rust in mijn hoofd. Gelukkig volgde er een nieuw project dat ik uiteraard heb omarmd. Maar vanaf eind volgende week staat er weer niets vasts op de agenda. Er zit wel iets in de pijplijn, dus ik hou dezelfde gedachte vast: blijkt dat project realiseerbaar, dan vlieg ik erin. Komt het er niet, dan ga ik boeken lezen of mondmaskers haken.’ Ze laat er een lachje op volgen dat niet helemaal vrolijk klinkt. Maar Annelore Camps heeft die Ultima niet voor niets gekregen. Vijf seconden later vertelt ze alweer enthousiast over de coronaprojecten die Allez, Chantez! al heeft uitgevoerd, plannen op papier die met een vingerknip uitvoerbaar worden zodra er een budget tegenover wordt gezet, en wilde ideeën die ze in de komende maanden tot mogelijkheden hoopt om te buigen.
 

Annelore Camps

Nieuwe tijden, nieuwe projecten

De quarantainemaatregelen waren nog maar pas van kracht of Annelore Camps ging al in zee met Radio 1. ‘We hadden de week voordien alles op punt gezet om een zangsessie met mezelf en mijn muzikanten te streamen via de website’, legt ze uit. ‘Maar vanaf 13 maart was ook dat niet meer aan de orde wegens te veel mensen te dicht bij elkaar. We schakelden naar plan C.’ Zeven weken lang lanceerden Allez, Chantez! en Radio 1 een meezinglied. Wie dat wou, kon vooraf een filmpje zien waarin Annelore het lied uitlegde en aanleerde. Met een instrumentale versie kon je oefenen en vervolgens kon je je eigen stem opnemen en doorsturen. Alle stemmen samen werden gemonteerd tot een publiekskoor. Apart, maar toch samen: helemaal bij de tijd. ‘Volgende week donderdag (14 mei, IM) sluiten we het project af. Je kunt dus nog meedoen met het laatste lied’, zegt ze. ‘Natuurlijk is het niet hetzelfde als live samen zingen, maar toch ontroeren de montages me keer op keer. Het klinkt als een dorpsfeest, zo tof. Nu staan al die montages samen op onze website, als een soort trofeeën.’

Terug naar start?

‘Niet weten hoe mijn agenda er volgende maand uit zal zien geeft me doorgaans een groot gevoel van vrijheid. Je zou dus kunnen zeggen dat ik goed verwend word in deze periode. (lacht) In zekere zin zet de situatie je op scherp. Ik denk hard na over de kern van Allez, Chantez! Waar zijn we goed in? Wat past er bij ons? Wat kunnen we daar nu mee? En wat daarvan kan later blijven doorgaan? Ik word dus wel extra creatief en dat is fijn. Maar voor de uitwerking van zulke ideeën heb je ook weer middelen nodig. Nu er geen boekingen en weinig vrije giften zijn, heb ik die niet. Ik sta dus plots weer waar ik vijf jaar geleden stond. In plaats van een onderneming die elf freelancers tewerkstelt en maandelijks 1500 mensen samenbrengt, ben ik weer een vrijwilliger in mijn eigen organisatie. Leuk is anders, natuurlijk.’
 

Toekomstmuziek

Wat nu? ‘Er komt wel weer wat nieuws voor de komende periode. Ik heb goede hoop op een project waarvoor ik een subsidieaanvraag heb ingediend. Wordt het niet dat, dan komt er vast wat anders. Ik denk dat we na de versoepeling van de maatregelen wel snel het streamingproject van start zullen kunnen laten gaan, zodat we online zangsessies kunnen doen. Mijn muzikanten en ik in een ruimte, desnoods op drie meter van elkaar: zodra alle twijfel en onduidelijkheid rond wat kan en wat niet kan, is opgeklaard, wil ik eraan beginnen. Samen muziek maken mis ik zo hard…’ 

Allez Chantez 1

Wanneer Allez, Chantez! zal kunnen terugkeren naar de gewone werking met livesessies is een groot vraagteken. ‘Ik heb nog enkele boekingen staan voor het najaar met kleinere groepen. Wie weet kunnen die doorgaan. Maar de sessies met 800 man, zoals we die in de Handelsbeurs Concertzaal hielden? Afwachten.’ Ook de drempelloze toegang waar Allez, Chantez! zo prat op ging en die de kern van de werking uitmaakte, moet opnieuw onder de loep. ‘We geloofden in 100% laagdrempeligheid, zonder inschrijvingen en ticketverkoop. Ons hele businessmodel was daarop afgesteld. Vóór maart was het ondenkbaar om die principes los te laten. Nu lijkt het vrijwel onmogelijk om dat niet te doen.’

‘Het zijn spannende tijden, dat is zeker’, besluit Annelore Camps. ‘Hoe zal de sector uit deze crisis tevoorschijn komen? Hoe zal de maatschappij eruit zien? Ik hoop alleszins dat er een groot debat zal komen over het belang van dingen als cultuur, zorg en onderwijs. Of een situatie waarin je wél de bus mag nemen om naar je werk te gaan, maar niet om je eigen moeder te bezoeken... Zoiets zou toch bij iedereen vuurwerk in het hoofd moeten creëren? Ik blijf hoopvol. Ongetwijfeld komt er voldoende voeding voor dat debat. En ik ben graag zo naïef te denken dat het dan ook werkelijk iets kan veranderen.’ 

‘Voor mijn eigen organisatie voel ik dat er potentieel is. Zelfs als alles de komende maanden stil zou vallen, weet ik zeker dat het potentieel blijft en dat ik het later weer zal kunnen oppakken. Ik voel dat bijvoorbeeld ook aan de reacties van de personen die meedoen aan het project met Radio 1. Velen van hen mailen me om te zeggen hoeveel deugd het doet. Er zitten opvallend veel artsen en andere zorgverleners bij. Die vertrouwen me toe dat ze soms moedeloos worden van de situatie op het werk, en dat het hen extra hard raakt wanneer ze thuiskomen en zien dat hun partner verdrinkt tussen het eigen werk en de zorg voor de kinderen. “Maar dat momentje van zingen is zo tof”, zeggen ze dan, “dat is echt van mij.”’ 

 

Allez, Chantez!