Ben je van plan om een evenement te organiseren dat de opgelegde maxima van toeschouwers overschrijdt en beschik je over een vaste infrastructuur?

Sinds 1 september kunnen organisaties evenementen organiseren waarbij er 200 toeschouwers binnen en 400 toeschouwers buiten zijn toegelaten. Organisaties moeten voor deze evenementen de geldende protocollen naleven. 

Wanneer je organisatie een evenement wil organiseren dat het wettelijk maximum aantal toeschouwers overschrijdt, dan moet je hiervoor een aanvraag indienen bij je lokale overheid.

Deze uitzondering geldt voor uitbaters van permanente sport- of culturele infrastructuur zoals stadions, sporthallen, theaters en concertzalen en congreslocaties. Om in aanmerking te komen voor deze uitzondering moet je een aanvraag indienen bij je lokale bestuur. Het lokale bestuur zal op haar beurt de aanvraag indienen in het COVID Infrastructure Risk Model (CIRM)-loket.
 

Hoe werkt het?

Zaaluitbaters van permanente infrastructuren (met zittend publiek) richten zich tot de lokale overheid.

Hoe kan de uitbater aantonen dat hij/zij over een permanente infrastructuur beschikt? 

  • De uitbater moet kunnen aantonen dat de geldende wetgeving/reglementering, zoals de VLAREM-II vergunning, statuten uitbating etc. worden nageleefd. 
  • Om te verduidelijken welke structuren hieronder vallen, zal de Vlaamse overheid nog een overzicht opstellen.
     

Procedure

1. De zaaluitbater meldt zich aan bij het lokaal bestuur.

De ontvankelijkheidstoets van de aanvraag is gebaseerd op de volgende elementen: 

  • Draaiboek en CIRM-scan, gevalideerd door een preventieadviseur. Mogelijks is er een bijkomende afstemming tussen de uitbater en de lokale administratie. 
  • De CIRM-scan is hier te vinden op (vanaf 8 september)

2. De aanvraag wordt door je lokale administratie ingevoerd via het CIRM-loket.

3. De bevoegde minister geeft een advies via het CIRM-loket gegeven. Het advies wordt afgestemd met virologen. Het CIRM-loket bezorgt dat advies aan de burgemeester en het lokaal bestuur.

4. De eindbeslissing ligt bij de burgemeester.