Op 6 mei kwam de federale regering tot een akkoord over de hervorming van de sociale zekerheidsregels voor kunstwerkers. Hieronder geven we een (voorlopige) samenvatting van deze hervorming.

De ontwerpteksten waarover de regering een akkoord heeft gevonden vind je hier

Deze teksten zijn nog niet definitief: het wetgevend proces is nog niet afgerond en het is dus goed mogelijk dat er nog zaken veranderen. Schrijf je zeker ook in op onze nieuwsbrief, zodat je op de hoogte blijft van updates en opleidingen die we over het thema zullen geven.

De ‘kunstwerker’ staat centraal

Voortaan spreken we over de kunstwerker. Dat is een persoon die artistiek, artistiek-technisch of artistiek-ondersteunend werk verricht in de kunsten. Denk bijvoorbeeld aan schrijvers en dansers, maar ook beeld- en geluidsmonteurs, geluidstechnici, een casting-directeur of een scenograaf.

De kunstwerker krijgt toegang tot een set voordeelregels in de sociale zekerheid.

Een nieuw kunstwerkattest, afgeleverd door de Kunstwerkcommissie

Om toegang te krijgen tot de voordeelregels, zal je een kunstwerkattest nodig hebben. Voor de aflevering van dat attest wordt de Kunstwerkcommissie opgericht, die de Commissie Kunstenaars zal vervangen. Er zijn drie versies van het kunstwerkattest: 

  1. Kunstwerkattest: dit attest geeft toegang tot de volgende voordeelregels:
    — De regeling van de primostarters voor zelfstandige kunstwerkers: dit laat toe om gedurende 8 kwartalen verlaagde sociale bijdragen te betalen. Die regeling moet nog verder uitgewerkt worden.
    — De zgn. ‘artikel 1bis’ regeling: dit laat toe om sociale zekerheid op te bouwen als werknemer in een situatie waar je geen arbeidsovereenkomst kan afsluiten omdat je opdrachtgever over jou geen gezag uitoefent.
  2. Kunstwerkattest plus: toegang tot de voordeelregels in de werkloosheidsreglementering (zie hieronder) en de voordeelregels onder het kunstwerkattest.
  3. Kunstwerkattest starter: toegang tot de voordeelregels in de werkloosheidsreglementering voor kunstwerkers en de voordeelregels onder het kunstwerkattest. Om dit attest te krijgen gelden versoepelde voorwaarden voor starters.

De Kunstwerkcommissie krijgt nog een heleboel extra taken (bv. fungeren als digitaal expertisecentrum, uitwerken van een een levend kadaster met de criteria om in aanmerking te komen voor een kunstwerkattest, meldpunt voor misbruiken...).

Hoe verkrijg je een kunstwerkattest?

Je moet je kunstwerkattest aanvragen op het platform Working in the Arts. In die aanvraag moet je een professionele praktijk in de kunsten aantonen. Een professionele praktijk houdt in dat je tijdsinvestering en beroepsinkomsten volstaan om in een deel van je eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. De Kunstwerkcommissie zal hiervoor kijken naar een voorafgaande periode van 5 jaar. Afhankelijk van het type attest moet je aan verschillende minimale voorwaarden voldoen.

De activiteiten die in aanmerking komen, zijn activiteiten die een noodzakelijke (technische / ondersteunende) artistieke bijdrage leveren aan een artistieke creatie of uitvoering. Dat wil zeggen dat, zonder de bijdrage van die persoon, hetzelfde artistieke resultaat niet zou zijn bereikt. Het kunstzinnige moet hierbij primeren, dus ticket- en drankverkoop, administratie en programmatie, opbouw van een podium of het maken van websites komen bijvoorbeeld niet in aanmerking.

Om het kunstwerkattest starter te krijgen gelden er versoepelde voorwaarden zodat starters makkelijker toegang krijgen tot de voordelen van het kunstwerkattest in het begin van hun carrière.

Wat als je vandaag al geniet van de voordeelregels onder het kunstenaarsstatuut?

De nieuwe regels voorzien dat personen die bij inwerkingtreding van de nieuwe regels recht hebben op de neutralisering van hun uitkering, automatisch recht hebben op het kunstwerkattest plus voor een geldigheidsduur van 5 jaar.

Personen in het bezit van een kunstenaarsvisum hebben automatisch recht op het kunstwerkattest plus voor de duur van het visum. Als het visum nog minder dan 2 jaar geldig is, wordt de geldigheid van het kunstwerkattest plus tot op 2 jaar gebracht.

Kunstwerkuitkering: de nieuwe voordeelregels in de werkloosheid

Voortaan wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen de toegang tot de werkloosheid en de neutralisering van je uitkering. Om een kunstwerkuitkering te ontvangen moet je als kunstwerker, ongeacht de leeftijd, 156 dagen bewijzen in een referteperiode van 24 maanden (en in het bezit zijn van het kunstwerkattest plus of starter).

De toegangsvoorwaarden worden dus versoepeld en vereenvoudigd. Er wordt ook geen onderscheid meer gemaakt tussen artistieke en niet-artistieke prestaties. In de toekomst oordeelt enkel de Kunstwerkcommissie over je professionele artistieke praktijk.

De berekeningsregels veranderen ook: in de toekomst zal enkel naar het verdiende brutoloon gekeken worden. Dat brutoloon wordt dan omgerekend naar een aantal gewerkte dagen. Het oude onderscheid tussen gewerkte dagen en taakloon verdwijnt dus.

De huidige teksten voorzien dat je recht hebt op die uitkering voor een periode van 3 jaar. Nadien moet je een aanvraag tot hernieuwing indienen. Daarvoor moet je 78 gewerkte dagen aantonen in een referteperiode van 36 maanden. Er zijn enkele versoepelingen voorzien, zoals voor mensen die al minstens 18 jaar de neutralisering van hun uitkering genieten of zwangerschapsverlof hadden in die referteperiode van 36 maanden: dan moet je 39 dagen bewijzen in diezelfde periode van 36 maanden.

Van KVR naar amateurkunstenvergoeding

De KVR wordt de amateurkunstenvergoeding (AKV). De AKV is een onkostenvergoeding waarop je geen belastingen of sociale bijdragen verschuldigd bent. De AKV mag enkel gebruikt worden voor (i) artistieke prestaties (ii) in opdracht. Artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten komen niet in aanmerking. Enkel natuurlijke personen kunnen met een AKV betaald worden, maar de naam is wat bedrieglijk: er is geen regel die stelt dat enkel amateurkunstenaars hiervan gebruik kunnen maken.


Iedereen (zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en feitelijke verenigingen) kan opdrachtgever zijn en via AKV betalen. Wel moeten opdrachtgevers die per kalenderjaar meer dan 50 dagvergoedingen betalen een jaarlijks rapport indienen met een verantwoording van het gebruik van de AKV en een overzicht van klanten en omzet verbonden aan de activiteiten waarvoor de AKV werd gebruikt als betaalmiddel.

Opdrachtnemers en opdrachtgevers moeten zich op het platform Working in the Arts registreren en zullen ook alle betalingen via dat platform moeten registreren.

De huidige teksten voorzien dat de AKV maximaal 70 euro kan bedragen. Daarboven kan een opdrachtgever ook een reële verplaatsingsvergoeding van maximaal 20 euro betalen, maar hiervoor zijn kostenbewijzen nodig.

Opdrachtgevers die per kalenderjaar meer dan 500 euro via AKV hebben betaald, dienen ook een solidariteitsbijdrage van 5% te betalen aan de RSZ.

Wat zijn de volgende stappen?

Het ontwerp werd goedgekeurd door de federale regering, maar wordt nu voorgelegd aan verschillende instanties voor advies. De timing daarvan is onduidelijk. Na deze adviesronde zal officieel een wetsontwerp bij het federale parlement ingediend worden. Dan volgt een stemming in het parlement en als die door de meerderheid wordt aanvaard, dan kunnen deze nieuwe regels in werking treden.

  • De huidige ontwerpteksten voorzien dat de nieuwe voordeelregels in de werkloosheid al vanaf 1 september 2022 van toepassing zullen zijn. Dat zou betekenen dat de hierboven beschreven stappen in de komende maanden doorlopen zullen worden.
  • De regels m.b.t. de Kunstwerkcommissie en de AKV zullen daarentegen ten laatste op 1 september 2023 in werking treden.

Het is ons op dit ogenblik niet duidelijk hoe de snellere toepassing van de nieuwe voordeelregels praktisch geregeld zal worden. Bovendien is het wetgevend proces nog niet afgerond en is het mogelijk dat de ontwerpteksten nog zullen wijzigen.