Het begon ooit als twee aparte lokale vrijwilligersorganisaties die wereldfilms vertoonden, en later samensmolten. Nu is MOOOV een professionele organisatie die vijf merken onder dak heeft en daarmee in heel het land actief is. Op 18 mei kreeg ze de Ultima voor Cultureel Ondernemerschap. Artistiek directeur Marc Boonen vertelt over het traject dat MOOOV heeft afgelegd.

Marc Boonen
Artistiek directeur Marc Boonen

In 2019 was MOOOV goed voor 294.157 huiskamerkijkers, 159.678 bioscoopbezoekers, 2.062 voorstellingen, 308 verschillende films uit alle windstreken, 233 vrijwilligers en 145 vertoningsplaatsen. In 2020 ontpopte de organisatie zich tot toppunt van flexibiliteit. MOOOV vandaag, dat is het MOOOV filmfestival, maar evengoed Sembènecinema en Zebracinema (die aan spreiding doen), filmeducatie én distributie. Het hele filmpakket, zeg maar. ‘Via vijf ijzersterke merken op een kruispunt van disciplines toont MOOOV hoe filmmagie ook een feest van cultureel ondernemerschap kan zijn’, zo motiveert de jury de toekenning van de Ultima 2020 voor Cultureel Ondernemerschap

In 1984 ontstond in Brugge Cinema Novo, een festival dat voornamelijk films uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika vertoonde. In 1992 richtte een aantal vrijwilligers in Turnhout een vergelijkbare werking op, Focus op het Zuiden, later Filmfestival Open doek. Of en hoe zo’n organisatie groeit hangt meestal van verscheidene elementen af. Marc Boonen doet uit de doeken hoe het in Turnhout is gelopen, de organisatie waar hij al vanaf de eerste dagen als vrijwilliger bij betrokken was. Al snel begon het op te vallen dat ‘die vrijwilligers met hun wereldfilms’ best iets in hun mars hadden. ‘Dus toen we twee jaar bezig waren, haalde De Warande ons binnen. We kregen er bij wijze van spreken een tafel en een stoel, maar we konden voortaan wel rekenen op de professionele omkadering van een cultuurcentrum. Ook absoluut belangrijk is dat we altijd een heel sterke raad van bestuur hebben gehad, met voorzitters die ons intellectueel uitdaagden en motiveerden om te groeien.’ 

Een derde element dat onmiskenbaar geholpen heeft in de groei van de organisatie, was de komst van het Luxemburgse Utopolis, dat ook in Turnhout een commercieel bioscoopcomplex wou bouwen. ‘Nog voor het gebouw er stond, zaten we met hen aan tafel om te kijken of er voor ons geen toekomst was weggelegd binnen hun muren.’ Op dat moment had de organisatie ‘het schandalige geluk’ dat de Luxemburgse CEO een grote persoonlijke boon had voor films uit het niet-commerciële circuit. Hij liet zijn medewerkers weten dat ze de lokale organisatie ‘niks in de weg mochten leggen’. En dus kreeg het festival niet enkel een plek, maar ook gunstige financiële voorwaarden.

Meer dan een festival

In 2013 sloegen Cinema Novo en Open Doek de handen in elkaar. MOOOV was een feit. Het festival nam er al snel vijf extra locaties in heel Vlaanderen bij. Nu nog is het festival de stevigste poot van de werking, maar gaandeweg kwamen er deelwerkingen bij die logisch bij het festival leken aan te sluiten.

‘Vanaf het begin hebben we ingezet op educatie, dus schoolvoorstellingen’, legt Marc uit. ‘We zijn realistisch genoeg om te beseffen dat niet alle leerlingen die ooit met de klas naar ons festival zijn gegaan plots grote fans van wereldfilm werden. Wel creëerden we een generatie jongeren die elk jaar minstens één van onze films zagen, en een aantal van hen bleven komen.’

Omdat bij publiek en organisatoren de milde frustratie aanwezig was dat wereldfilm tot de festivalperiode beperkt bleef, kwam er een jaarwerking bij. In Limburg bestond er al een model voor: Zebracinema organiseerde er wekelijks filmvoorstellingen in een netwerk van cultuurcentra. Samenwerking was niet meer dan logisch. En zodra de culturele budgetten van de provincies naar het Vlaamse niveau werden getild, werd Zebracinema een volwaardig onderdeel van MOOOV. 

Na het festival, de educatieve werking en de spreiding via Zebracinema en Sembènecinema, nam MOOOV er tot slot filmdistributie bij. ‘We stelden vast dat we voor 10 of 15 vertoningen van een film soms buitensporig veel huur moesten betalen. Op een gegeven ogenblik vroeg ik daarom hoeveel het ons zou kosten om de rechten te kópen. En heel vreemd: dat bleek minder te zijn. Zo zijn we dus ook distributeur geworden. Elk jaar kopen we een 7 à 10 films aan die we in de bioscopen uitbrengen.’

Klein en wendbaar, en met ‘onbetaalbare’ vrijwilligers

In een organisatie die groeide uit een vrijwilligerswerking blijven die vrijwilligers meestal een belangrijke spil. Dat is bij MOOOV niet anders. ‘Onbetaalbaar’ noemt Marc hen. ‘We hebben vrijwilligers die het fijn vinden om tijdens het festival deel te zijn van de club. Dan hebben we er een aantal die op kantoor enkele taken op zich nemen, en zich zo deel voelen van ons team. Je moet natuurlijk je vrijwilligers goed weten te kiezen en een juiste verhouding met hen opbouwen. De vrijwilligers zijn niet verantwoordelijk voor het beleid, ze staan los van de - overigens evengoed vrijwillige - raad van bestuur. Zo zorg je ervoor dat die raad geen werkvergadering over praktische zaken wordt, maar altijd als een drone over de organisatie uitkijkt en zo kan bepalen we in de toekomst naartoe willen.'

Team MOOOV
MOOOV team

Het team van MOOOV is klein en het is de bedoeling om dat zo te houden. ‘We willen wendbaar en flexibel blijven. Het afgelopen jaar hebben we nog meer dan anders beseft hoe belangrijk dat is. Op de dag van de eerste lockdown was onze catalogus voor een fysiek festival klaar, en opeens moesten we ons richten op een digitale editie. We hebben vervolgens ingezet op openluchtvertoningen, tot die ook niet meer konden. Maand na maand zagen we alles wat we planden weer verdwijnen. We hebben echt keihard gewerkt en constant moeten schakelen. Dat was voor ons niet anders dan voor veel reguliere bedrijven.’ 

Duurzaamheid, inclusiviteit, dekolonisering

Het gaat erom een balans te zoeken tussen die typische wendbaarheid van een klein en dynamisch team en de draagkracht van dat team. De mensen moeten de werklast uiteraard nog kunnen dragen. En dat is iets wat MOOOV in de komende periode scherp in het oog zal houden. Maar word je als organisatie te log, dan mis je te makkelijk bepaalde maatschappelijke tendensen, vindt Marc. ‘Een organisatie als MOOOV kan het vandaag niet maken om niet bezig te zijn met thema’s zoals duurzaamheid, inclusiviteit en dekolonisering.’ Het worden kernpunten in de komende periode. 

De laatste jaren heeft MOOOV sterk ingezet op verbreding: er kwamen almaar merken en dus opdrachten bij. ‘Maar je moet ook verdiepen. Met inclusiviteit en duurzaamheid zijn we al even bezig, en daar kunnen we zeker nog stappen zetten. Dekolonisering is een nieuw thema, maar het gaat wel recht naar het hart van onze organisatie. We hebben er al heel wat rond gelezen, maar moeten er nog meer over nadenken en ons door de juiste mensen laten adviseren. Dat is waanzinnig belangrijk. Niets is immers voor eeuwig, ideeën en gedachten evolueren, en wij zijn het onszelf verplicht om mee te zijn met de tendensen.’

Samenspel, samenwerking, uitwisseling

‘Ondernemen is een leerproces. Dat geldt in de cultuursector evengoed als in de bedrijfswereld. Je doet het met vallen en opstaan. Soms zijn er dingen die niet lukken, soms is het worstelen en zoeken. Dat hoort erbij.’ Met zulke verhalen wordt misschien niet altijd breed uitgepakt, maar ze zijn alomtegenwoordig. 

Mensen met kennis van zaken, veel goesting en motivatie, en dan af en toe een stevige portie geluk. Daarin schuilt hem volgens Marc de sleutel naar geslaagd cultureel ondernemerschap. ‘Het is vooral altijd een samenspel’, besluit hij. ‘Het team, de vrijwilligers, de raad van bestuur, maar ook alle partners en organisaties met wie je samenwerkt maken er deel van uit. En je kunt niet zeggen dat het ene of het andere element minder bepalend is voor een succesvolle werking.’ 

Op dat samenspel wil MOOOV blijven inzetten, en op alle niveaus van de organisatie. Marc geeft een voorbeeld uit het financiële luik van de organisatie. ‘50% van onze middelen komen van subsidiëring van zowel de Vlaamse overheid als het VAF. 50% komt uit eigen inkomsten.’ In het geval van MOOOV staan de inkomsten uit ticketverkoop voorop, maar ook sponsoring blijft belangrijk. ‘En dat ligt moeilijk de laatste tijd.’ Een bedrijf verkoopt niet per se meer wanneer het zijn logo of naam op een affiche vermeld ziet, en dus taant de interesse.

‘Daarom willen we in de toekomst meer op zoek gaan naar inhoudelijke links met een bedrijf en de waarden die dat bedrijf vooropstelt.’ Vanuit zulke gedeelde waarden kun je weer heel nieuwe verhalen vertellen. Wanneer Marc mensen uit de sector aan het woord hoort over eigen ervaringen, beginnen er meteen radertjes te draaien. ‘Zo sprak ik een Nederlandse cameraman die met een lokale ploeg een film had gedraaid in de jungle en de hooggebergtes van Colombia. Hij vertelde dat hij in die periode meer had opgestoken dan in de tien jaar ervoor op Nederlandse sets, gewoon omdat de omstandigheden zo uitzonderlijk waren. Ik ben ervan overtuigd dat zulke verhalen vanuit nieuwe invalshoeken het bedrijfsleven kunnen verrijken en inspireren. Het is een ultieme droom om in de toekomst meer op dat soort uitwisseling in te zetten.’

 

Interview door Ines Minten