In het kader van de deeleconomie, onbelast bijverdienen en verenigingswerk is er het afgelopen jaar veel gewijzigd. Voor het inkomstenjaar 2021 moet je rekening houden met de inkomsten die je verkrijgt via de deeleconomie en het verenigingswerk.

Deeleconomie

Het stelsel van de deeleconomie is gebaseerd op een particulier tot particulier-relatie en vindt plaats via de tussenkomst van een elektronisch platform erkend door de overheid of via een overheidsapplicatie. Dit elektronisch platform moet bedrijfsvoorheffing op de inkomsten inhouden. Voor deze inkomsten ontvang je een fiche 281.29.

Verenigingswerk

Verenigingswerk is elke activiteit die, binnen de grenzen bepaald in de wet, tegen een vergoeding wordt verricht ten voordele van één of meer andere personen, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel. Dit gebeurt steeds in een georganiseerd verband.

Van 1 januari 2021 tot en met 31 januari 2021

Het stelsel van het verenigingswerk zoals hier beschreven, was slechts voor één jaar (2021) geldig en was oorspronkelijk enkel van toepassing op de sportsector. Vanaf 8 mei 2021 werden de volgende twee activiteiten toegevoegd aan de regeling:

  • artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunsten sector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector; 
  • verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's in de socioculturele, cultuur-, kunsteducatieve en kunstensector.

De uitbreiding is bedoeld ter ondersteuning van verenigingen die socio-culturele activiteiten organiseren en de personen die deze activiteiten begeleiden. In de sector van de amateurkunsten gaat het bijvoorbeeld over regisseurs, dirigenten, choreografen, ... die actief zijn in de vele lokale amateurkunsten-organisaties, maar ook over lesgevers in de brede zin van het woord (lesgevers, maar ook coaches, procesbegeleiders). Bij socio-cultureel volwassenenwerk betreft het lesgevers in de brede zin van het woord.

Inkomsten uit de deeleconomie en uit het verenigingswerk die in 2021 werden verkregen, worden als diverse inkomsten belast tegen 20 % en in de praktijk slechts tegen 10 % ingevolge de toepassing van een kostenforfait van 50 %. Voorwaarde is wel dat de inkomsten uit de deeleconomie en uit het verenigingswerk samen voor het betrokken kalenderjaar (2021) of het vorige kalenderjaar (2020) niet meer bedragen dan 6.390 euro*. Overstijgen de inkomsten deze grens, dan worden zij, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten (bezoldigingen, winst of baten) belast. 

Inkomsten uit het verenigingswerk moeten ook nog eens onder de maandgrens van 532,50 euro blijven. Voor inkomsten uit bepaalde categorieën van het verenigingswerk (te weten inkomsten uit bepaalde sportactiviteiten) wordt deze maandgrens tijdelijk verdubbeld. Overstijgen de inkomsten de maandgrens, dan worden zij, zonder mogelijkheid tot tegenbewijs, als beroepsinkomsten belast (bezoldigingen, winst of baten).

Info

* Als de inkomsten uit de deeleconomie, het verenigingswerk en de occasionele diensten tussen burgers in het vorige kalenderjaar (2020) meer bedroegen dan het grensbedrag (voor 2020 was dat 6.340 euro), dan worden de inkomsten (uit de deeleconomie en het verenigingswerk) in het huidige kalenderjaar (2021), ongeacht het bedrag ervan, als beroepsinkomsten (behoudens tegenbewijs) gekwalificeerd.

 

  • Hoe kan je nagaan of je inkomsten onder de inkomensgrenzen blijven?

Inkomsten uit het verenigingswerk moeten aangegeven worden via deze website. Ontvang je inkomsten uit de deeleconomie, dan stelt het elektronisch platform de fiscale fiche 281.29 op en bezorgt die aan jou.

Het is op basis van deze fiche 281.29 en op basis van de informatie op deze website dat je zelf het totaal per jaar moet opmaken en controleren of de inkomensgrenzen gerespecteerd worden.

  • Hoe moet je de in 2021 verkregen inkomsten uit de deeleconomie en het verenigingswerk aangeven?

Het brutobedrag van de winst of baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie moet aangegeven worden in deel 2 van de aangifte, vak XV, rubriek B 1 a) onder code 1460-92/2460-62. Het brutobedrag van de vergoedingen voor verenigingswerk in rubriek B 1 b) onder de code 1462-90/2462-60. 

Onder brutobedrag wordt verstaan:

  • voor de inkomsten uit de deeleconomie: het bedrag dat door het elektronisch platform is betaald of toegekend, verhoogd met alle sommen die door dat platform zijn ingehouden (zoals kosten, enz.).

Op de fiscale fiche 281.29 vind je dat brutobedrag in vak 6.

  • voor de inkomsten uit het verenigingswerk: het totaal van de bedragen dat op de website www.bijklussen.be is geregistreerd voor je verrichte prestaties.

Het kostenforfait van 50 % wordt automatisch door de belastingadministratie berekend.

Onder code 1461-91/2461-61 moet de bedrijfsvoorheffing worden aangegeven die door de erkende elektronische platformen is ingehouden op de inkomsten uit de deeleconomie. Op de fiscale fiche 281.29 vind je die terug in vak 7.

Als onder rubriek B 1 a) inkomsten van buitenlandse oorsprong begrepen zijn, moet onder rubriek B 1 c) het land, de code waarnaast ze zijn ingevuld en het bedrag van de betreffende inkomsten worden vermeld. Werden de betreffende inkomsten reeds in het buitenland belast, moet ook het vakje naast de “ja” worden aangekruist. Is dit niet het geval, moet het vakje naast de “neen” worden aangekruist.

Vanaf 1 januari 2022

Ook in inkomstenjaar 2022 is het mogelijk om inkomsten te behalen uit de deeleconomie. Wat de in 2022 behaalde inkomsten uit het verenigingswerk betreft, voorziet een nieuwe wet in een verlenging van het bestaande stelsel, zij het met enkele aanpassingen. Met ingang van 1 januari 2022 kan je verenigingswerk uitvoeren voor organisaties in de socio-culturele en sportsector en dit voor een maximum aantal uren per jaar.

Wat betreft de socio-culturele sector, is het stelsel onder meer van toepassing op prestaties als artistieke of (kunst)technische begeleider en lesgever, coach of procesbegeleider in dienst van een organisatie van de amateurkunsten-sector, op prestaties als animator van socio-culturele activiteiten tijdens de vrije dagen of daggedeelten in het onderwijs en op prestaties in dienst van organisatoren van socio-culturele manifestaties voor maximaal 32 uren.

Je kan slechts verenigingswerk uitvoeren voor een maximum aantal uren per jaar.

Jaargrens inzake uren

  • voor prestaties bij één of meer werkgevers in de sector van de socio-culturele vorming of de amateurkunsten-sector mogen de prestaties 300 uren op jaarbasis niet overschrijden;
  • voor prestaties bij één of meer werkgevers in de sector van de sportinitiatie of de sportactiviteiten mogen de prestaties 450 uren op jaarbasis niet overschrijden. Deze twee maxima kunnen gecumuleerd worden, maar het maximum van 450 uren mag niet worden overschreden voor alle sectoren samen.

Kwartaalgrens inzake uren

  • voor prestaties bij één of meer werkgevers in de sector van de socio-culturele vorming of de amateurkunsten-sector geldt er een kwartaalplafond van 190 uren tijdens het derde kwartaal en 100 uren voor de andere kwartalen van hetzelfde kalenderjaar;
  • voor prestaties bij één of meer werkgevers in de sector van de sportinitiatie of de sportactiviteiten geldt er een kwartaalplafond van 285 uren tijdens het derde kwartaal en 150 uren voor de andere kwartalen van hetzelfde kalenderjaar.
    Ook hier geldt dat de maxima voor de twee categorieën van sectoren kunnen gecumuleerd worden, maar dat voor alle sectoren samen het maximum van 285 uren voor het derde kwartaal en 150 uren voor de andere kwartalen niet mag worden overschreden.

Fiscaal stelsel

De inkomsten die in 2022 uit het verenigingswerk worden behaald, zullen worden samengesteld met de inkomsten die in 2022 uit de deeleconomie worden behaald. Blijven de samengetelde inkomsten voor het betrokken kalenderjaar (2022) of het vorige kalenderjaar (2021) onder de jaargrens van 6.540 euro (2022), dan zullen zij als diverse inkomsten worden belast tegen 20 % en in de praktijk slechts tegen 10 % ingevolge de toepassing van een kostenforfait van 50 %. Overstijgen de inkomsten deze grens, dan worden zij, behoudens tegenbewijs, als beroepsinkomsten belast.

Ga aan de slag met onze brochure. In onze brochure gaan we dieper in op hoe je je belastingen op een correcte manier moet aangeven:

    Laatst gewijzigd: 18/05/2022 - 14:48

    Brochure - belastingaangifte inkomsten 2021

    Belastingen en BTW

    Brochures