Bij een vruchtgebruik geef je als eigenaar een (beperkt) gebruiksrecht aan een vruchtgebruiker over een bepaalde zaak of onroerend goed. Op het einde van het vruchtgebruik moet de zaak teruggegeven worden. 

Bij het vruchtgebruik is er steeds een opsplitsing in de economische waarde van het goed. De vruchtgebruiker krijgt de inkomsten en het gebruik van een goed, terwijl de blote eigenaar (= degene die het vruchtgebruik toestaat) de kapitaalwaarde van het goed behoudt. 

In de praktijk bestaat een wettelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op de nalatenschap. Bij overlijden mag de langstlevende echtgenoot via een vruchtgebruik gebruik blijven maken van de woning of de vruchten ervan (bijv. huur) innen. De kapitaalwaarde komt terecht bij de afstammelingen die gezamenlijk blote eigenaar worden. 

Het vruchtgebruik wordt omschreven in de artikelen 578 tot 624/1 van het Burgerlijk Wetboek

Kenmerkend voor een vruchtgebruik zijn: 

  • Tijdelijk gebruiksrecht 
  • Maximaal tot het leven van de vruchtgebruiker 
  • Voor een rechtspersoon: maximaal 30 jaar 
  • Roerend of onroerend goed 
  • Alle zaken die in de handel zijn kunnen in vruchtgebruik gegeven worden 

Plichten van de blote eigenaar

Afgifte van de zaak 

De blote eigenaar die het vruchtgebruik toestaat moet het goed afgeven in de staat waarin het zich bevindt. In die zin verschilt een vruchtgebruik met een huur, waarbij het goed bij een huur in een staat van goed onderhoud moet worden geleverd. Je kan wel contractueel afwijken van deze verplichting. 

Grove herstellingen 

De blote eigenaar moet de grote herstellingen van het goed uitvoeren, zoals werken in verband met de stevigheid en instandhouding van het gebouw. 

Plichten van de vruchtgebruiker

Staat en inventaris 

De vruchtgebruiker moet een staat en inventaris opmaken en de kosten hiervan dragen. Beide partijen moeten aanwezig zijn. Dit kan in een onderhandse akte. Als de blote eigenaar de vruchtgebruiker hiervan vrijstelt, kan hij later niet meer eisen dat dit op de kosten van de vruchtgebruiker moet gedaan worden. 

Borgstelling 

De vruchtgebruiker moet borg staan dat hij het goed zal onderhouden als een goede huisvader. Dit kan door een waarborg op een bankrekening te blokkeren. In het contract kan hiervan afgeweken worden. 

Onderhouden en herstellen 

De vruchtgebruiker heeft een onderhoudsverplichting voor alle herstellingen die geen grove herstellingen zijn. 

Gewone lasten en belastingen 

De vruchtgebruiker draagt alle gewone lasten en belastingen (zoals de onroerende voorheffing, verzekering betalen, normaal onderhoud van gebouw). In het contract kan hier van afgeweken worden. 

Rechten van de vruchtgebruiker

Gebruik en genot 

De vruchtgebruiker heeft een gebruiks- en genotsbevoegdheid van het in vruchtgebruik ontvangen goed. Van belang hierbij is wel dat hij steeds de bestemming van het goed moet respecteren (bijv. atelier gebruiken als een atelier en niet ombouwen naar een cafetaria), en het goed moet beheren als een goede huisvader.  

Uitvoeren van werken 

De vruchtgebruiker mag werken uitvoeren tijdens de duur van het vruchtgebruik (bijv. in een atelier een ruimte creëeren waar kunstwerken ontworpen kunnen worden). Op het einde van het vruchtgebruik krijgt hij geen vergoeding voor deze werken, tenzij het contract hierin voorziet of de werken van grote omvang zijn. 

Einde

Het vruchtgebruik stopt door: 

  • Tenietgaan van het goed 
  • Ontbinding van de overeenkomst 
  • Overlijden van de vruchtgebruiker 
  • Afstand door de vruchtgebruiker 
  • Misbruik van de vruchtgebruiker: bijv. gebrek aan onderhoud, beschadigingen. Hierover moet een rechter beslissen.