Bij een vruchtgebruik heb je het recht om een goed te gebruiken. Op het einde van het vruchtgebruik komt het goed terug aan de eigenaar toe. 

Een eigenaar van een zaak of een gebouw kan een gebruiksrecht in de vorm van een vruchtgebruik toestaan aan een vruchtgebruiker. Tijdens het vruchtgebruik mag de vruchtgebruiker de ruimte gebruiken en eventuele inkomsten (zoals bijv. huur) voor zich houden, terwijl de blote eigenaar (= degene die het vruchtgebruik toestaat) de kapitaalwaarde van het goed behoudt. 

Kenmerkend voor een vruchtgebruik zijn: 

  • Een overeenkomst
    • Tussen een blote eigenaar en een vruchtgebruiker
  • Tijdelijk gebruiksrecht 
  • Voor een bepaalde of onbepaalde tijd:
    • Maximaal 99 jaar of
    • Maximaal tot het leven van de vruchtgebruiker 
  • Roerende of onroerende goederen:
    • Zowel gebouwen als materialen komen in aanmerking 
    • Alle zaken die in de handel zijn kunnen in vruchtgebruik gegeven worden 

In de praktijk bestaat een wettelijk vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op de nalatenschap. Bij overlijden mag de langstlevende echtgenoot via een vruchtgebruik gebruik blijven maken van de woning en de vruchten ervan (bijv. huur) innen. De kapitaalwaarde komt terecht bij de afstammelingen die gezamenlijk blote eigenaar worden. Na overlijden van de langstlevende echtgenoot komt de woning volledig aan de afstammelingen toe.

Plichten van de blote eigenaar

Afgifte van de zaak 

De blote eigenaar geeft het goed af in de staat waarin het zich bevindt. In die zin verschilt een vruchtgebruik met een huur, waar je het goed in een staat van goed onderhoud levert aan de huurder. Je kan wel contractueel afwijken van deze verplichting. 

Grove herstellingen 

De blote eigenaar moet de grove herstellingen van het goed uitvoeren, zoals werken in verband met de stevigheid en instandhouding van het gebouw. De blote eigenaar kan wel eisen dat de vruchtgebruiker proportioneel instaat voor de kosten.

Rechten van de blote eigenaar

Bezoekrecht

De blote eigenaar mag het in vruchtgebruik gegeven pand éénmaal per jaar bezoeken. Op die manier kan de eigenaar nagaan of de vruchtgebruiker de ruimte zorgvuldig gebruikt en de bestemming respecteert.

Plichten van de vruchtgebruiker

Staat en inventaris 

De vruchtgebruiker en blote eigenaar maken bij aanvang van het vruchtgebruik een staat en inventaris op Dit kan in een gewone akte en aan de hand van foto's of door een deskundige. 

Op het einde van het vruchtgebruik geeft de vruchtgebruiker het goed terug in dezelfde staat, zonder in te staan voor waardeverminderingen door slijtage, ouderdom of overmacht.

Het is belangrijk een staat en inventaris op te maken omdat het goed bij aanvang geacht wordt zich in goede staat van onderhoud te bevinden, zonder enig gebrek.

Verzekering afsluiten

De vruchtgebruiker is verplicht een verzekering af te sluiten tegen gebruikelijke risico's (bijv. brand).

Onderhouden en herstellen 

De vruchtgebruiker heeft een onderhoudsverplichting voor alle herstellingen die een waardevermindering kunnen meebrengen. 

Gewone lasten en belastingen 

De vruchtgebruiker draagt alle gewone lasten en belastingen (zoals de onroerende voorheffing, leegstandsheffing, verzekering betalen, normaal onderhoud van gebouw). In het contract kan je hiervan afwijken. 

Rechten van de vruchtgebruiker

Gebruik en genot 

De vruchtgebruiker heeft een gebruiks- en genotsbevoegdheid van het in vruchtgebruik ontvangen goed. Maar mits respect van de bestemming van het goed (bijv. atelier gebruiken als een atelier en niet ombouwen naar een cafetaria). Het gaat om de bestemming die bij aanvang van het vruchtgebruik aan het goed wed gegeven. Wens je de bestemming te wijzigen? Dan kan een erfpacht een betere oplossing zijn.

Uitvoeren van werken 

De vruchtgebruiker mag werken uitvoeren tijdens de duur van het vruchtgebruik (bijv. in een atelier een ruimte creëeren waar kunstwerken ontworpen kunnen worden). Enkel mits toestemming van de blote eigenaar tot het uitvoeren van de werken kan de vruchtgebruiker op het einde een vergoeding krijgen voor de meerwaarde. 

Einde

Het vruchtgebruik stopt door: 

  • Tenietgaan van het goed 
  • Ontbinding van de overeenkomst 
  • Overlijden van de vruchtgebruiker 
  • Afstand door de vruchtgebruiker 
  • Misbruik van de vruchtgebruiker: bijv. gebrek aan onderhoud, beschadigingen. Hierover beslist een rechter. 
  • Faillissement, vrijwillige, wettelijke of gerechtelijke ontbinding van de rechtspersoon