Het auteursrecht beschermt de originele creaties van de geest, zoals bijv. beeldhouwwerken, literaire en wetenschappelijke teksten, scenario's, schilderijen, foto's, filmwerken, voordrachten, choreografieën, ...

Het auteursrecht verleent rechten door vermogensrechten en morele rechten toe te kennen aan de auteur/maker van een werk. 

Basisregel nummer één is dat het auteursrecht geen bescherming biedt aan ideeën, hoe geniaal deze ook mogen zijn. Abstracte ideeën, gedachten, principes, methoden, theorieën en opvattingen op zichzelf, genieten geen bescherming via het auteursrecht. Het auteursrecht biedt enkel bescherming aan werken van ‘letterkunde en kunst’ die : 

  • In een concrete vorm uitdrukking vinden; en 
  • origineel of oorspronkelijk zijn 

Hieronder bespreken we welke creaties beschermd kunnen worden,  en gebruiken we enkele voorbeelden om meer duiding te geven aan de voorwaarden van concrete vorm en originaliteit.  

Welke creaties worden door het auteursrecht beschermd?

In de auteurswet zelf vinden we geen definitie terug van wat nu juist door het auteursrecht wordt beschermd, noch een opsomming van beschermde creaties. Wel wordt er verwezen naar bepaalde categorieën. In artikel XI.165 WER wordt enkel verwezen naar 'werken van letterkunde en kunst', wat een zeer ruime verwijzing is. 

Ook vinden we bepaalde regels terug voor sommige categorieën van werken, met name: 

  • werken van letterkunde (artikel XI.172 WER) 
  • werken van beeldende kunst (artikel XI. 173 e.v.WER ) 
  • audiovisuele werken (artikelen XI. 179 – 185 WER) 
  • databanken (artikelen XI. 186 – 188 WER ) 

Enkele voorbeelden van auteurswerken zijn geschriften van welke aard ook zoals boeken, toneelstukken, brochures, cursussen, muziekpartituren, schilderijen, tekeningen, karikaturen, lithografieën, foto's, animatiefilms, kortfilms, radio - en televisieprogramma's, bouwplannen, stratenplannen, gebruiksvoorwerpen en computerprogramma's. We mogen de term auteurswerken dan ook zeer ruim interpreteren.  

Verder dient gezegd dat het auteursrecht niet enkel het geschreven woord beschermt maar ook het gesproken woord. Originele redevoeringen, lessen en voordrachten worden dus ook beschermd via het auteursrecht. 

Ook computerprogramma’s 
 
Voor wat betreft computerprogramma's is er een afzonderlijke wet van 30 juni 1994. Deze wet is een omzetting van de Europese richtlijn van 14 mei 1991, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat computerprogramma's gelijk gesteld worden met literaire werken voor wat betreft de bescherming via het auteursrecht. Deze wet wordt sinds 12 juni 2014 ondergebracht onder titel 6 van boek XI – Intellectuele eigendom van het Wetboek van economisch recht (WER). 

De voorwaarden – concrete vorm en originaliteit

Concrete vorm   

Enkel de concrete vorm wordt beschermd, dit is de veruitwendiging van het idee, de zintuiglijk waarneembare vorm.  

Iedereen mag bijvoorbeeld een film maken over een jongetje in een tovenaarschool. Enkel de concrete uitgewerkte vorm zal worden beschermd door het auteursrecht, zoals iedereen ook vrij  is om een boek te schrijven over een reis rond de wereld. 
 
Een welbepaalde stijl is eveneens niet beschermd: bij het maken van een film of een schilderij kan men zich dus laten inspireren door de stijl van anderen. Men kan bijvoorbeeld een film maken in de stijl van Tarantino of een schilderij maken in de stijl van Magritte. 
 
Samengevat kan er dus gesteld worden dat enkel zichtbare en hoorbare zaken worden beschermd. 
 
Het idee om een boek te schrijven over de zoektocht naar de Heilige Graal is niet beschermd. Het Hooggerechtshof in Londen heeft op 7 april 2006 geoordeeld dat het succesboek 'De Da Vinci code' van Dan Brown geen plagiaat is van het boek 'The Holy Blood and the Holy Grail' van de Britse auteurs Michael Baigent en Richard Leigh. Voormelde auteurs beweerden dat Dan Brown ideeën gestolen had uit hun boek 'The Holy Blood and the Holy Grail'. Onder meer het idee dat Jezus en Maria Magdalena samen een kind hadden, zou Brown uit hun boek gehaald hebben. De twee schrijvers spanden een proces aan tegen uitgeverij Random House. De rechter oordeelde dat Brown uit 'The Holy Grail and the Holy Blood' putte, maar geen stukken kopieerde. Inspiratie halen bij anderen kan, maar de vormgeving kopiëren kan niet. 
 
Een andere illustratie uit de rechtspraak vinden we terug in het domein van de choreografie (zaak Béjart/Plan K.  - Flamand: Brussel 18 september 1998) waar de choreograaf Flamand bij de opvering van 'De val van Icarus' een vertoning laat zien van een quasi naakte danser met vleugels. Op zijn rug en voeten waren televisies vast gemaakt waarop beelden te zien waren. M. Béjart gebruikt hetzelfde 'idee' in zijn stuk 'Le presbytère' en 'De val van Icarus', op grond van de redenering dat het om een idee ging en deze niet beschermd zijn door het auteursrecht. De rechter oordeelde hier anders over en zei dat deze vertoning een concrete vorm betreft die niet zomaar door iedereen mag worden overgenomen. Deze afbeelding van man met vleugels en televisies was ook te zien op de affiche. 
 
In de zaak 'Golfbreker' (Hof van Beroep van Brussel, 15 oktober 2002) was de rechter wel van oordeel dat de vormgeving van een radioprogramma moet worden beoordeeld zoals iedere andere vormgeving en dat deze recht op bescherming heeft van zodra zij origineel is, met name uitdrukking geeft aan de persoonlijkheid van de maker. Dit betekent dat zijn geleverde intellectuele inspanning doet blijken van originaliteit. De waarneembare vormgeving dient ook niet geheel onveranderlijk te zijn om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Het Hof beoordeelt het radioprogramma in zijn totaliteit en stelt dat de individuele elementen 'as such' zoals spelletjes, interviews, evenementenagenda, ... 'gemeengoed' zijn, maar de wijze van samenstelling 'de wijze waarop ze in hun onderlinge samenhang vorm hebben gekregen verschaft het geheel de nodige originaliteit. 

 

Wanneer is een werk origineel of oorspronkelijk? 

Wat er juist moet worden verstaan onder de voorwaarde van 'originaliteit' of 'oorspronkelijkheid', vinden we niet terug in de auteurswet maar er werden wel criteria uitgewerkt door de rechtspraak en rechtsleer. 
 
Twee voorwaarden moeten worden vervuld om van originaliteit of oorspronkelijkheid te spreken. Dit werd door het Hof van Cassatie reeds verschillende malen bevestigd. 
 
Ook het Europees Hof van Justitie heeft in het arrest Infopacq van 16 juli 2009  het begrip 'originaliteit' geïnterpreteerd. het moet gaan om de uitdrukking van de eigen intellectuele schepping van de auteur. 

Eerste voorwaarde: Intellectuele schepping 

Vooreerst moet het gaan om een eigen intellectuele schepping van de auteur: een creatie van de menselijke geest. Er moet een band zijn tussen het beschermde werk en de auteur. 
 
De omvang van de geleverde inspanning is hierbij van geen belang. Is het werk het resultaat van jarenlang zweten of een plotse ingeving, beide kunnen beschermd worden door het auteursrecht. 

Tweede voorwaarde: Persoonlijke stempel 

De tweede voorwaarde wordt gevormd door de aanwezigheid van een persoonlijke stempel van de auteur. Er moet met name een eigen inbreng van de auteur of maker terug te vinden zijn in het werk. Het werk moet als het ware een individueel karakter uitstralen van de auteur of maker. Het werk moet dus het banale overstijgen. 

Als we bovenstaande voorwaarden onderwerpen aan een collage of een kopie, dan kunnen we dus concluderen dat deze ook origineel kunnen zijn en bijgevolg auteursrechtelijke bescherming kunnen genieten. Het moet met name gaan om een eigen intellectuele activiteit en de persoonlijke stempel van de maker moet er duidelijk in terug te vinden zijn. De combinatie van verschillende elementen zoals in een collage kan zeker origineel zijn. 
 
Wanneer men echter voortbouwt of gebruik maakt van het werk van andere auteurs, zal men voorafgaandelijk de toestemming aan deze oorspronkelijke auteurs moeten vragen tenzij het een gebruik is dat onder de uitzonderingen valt, zoals bijv. een parodie of een citaatrecht. 
 

Hoe beoordelen we de originaliteit? 

Bij de beoordeling van de originaliteit wordt geen rekening gehouden met de artistieke of esthetische waarde. Niet alleen een gedicht of een scenario maar ook bijvoorbeeld handleidingen en gebruiksaanwijzingen kunnen beschermd worden door het auteursrecht. 
 
Een werk moet ook niet nieuw zijn om bescherming te genieten. Op basis van een bestaand idee kan men tot een eigen originele creatie komen. Het auteursrecht kent - in tegenstelling tot de industriële eigendomsrechten - geen vereiste van nieuwheid. De bescherming staat bovendien los van het doel (commercieel / artistiek) en los van de bestemming (soap of langspeelfilm, televisie of bioscoop). 

  • Voorbeelden van mogelijke beschermde werken in de audiovisuele sector: synopsis, treatment, scenario, bijbel, grafische bijbel en personages. 
  • Voorbeelden van mogelijke beschermde werken in de beeldende sector: schilderijen, beeldhouwwerken, video-installaties, etsen, gravures, ... 
  • Voorbeelden van mogelijke beschermde werken in de podiumkunsten: choreografieën, theateropvoeringen, enzovoort. 

De beoordeling van de originaliteit gebeurt door de rechter. Juristen noemen dat een subjectieve beoordeling. Toch bestaan er bepaalde criteria en precedenten en bovendien moet alles bekeken worden in de relevante tijdsgeest. Zo heeft het een tijdje geduurd vooraleer foto's onder de auteursrechtelijke bescherming vielen. Nu is dit algemeen aanvaard en twijfelt haast niemand meer aan het oorspronkelijk of originele karakter van bepaalde foto's.