Wanneer we spreken over auteursrechten dan willen we hier voornamelijk mee aanduiden dat deze uiteenvallen in twee categorieën: de morele rechten en de vermogensrechten. 

De morele rechten van de auteur zijn de auteursrechten verbonden aan zijn eigen persoon. Het zijn de zogenaamde persoonlijkheidsrechten. 

Het zijn de vermogensrechten die ervoor zorgen dat de auteur zijn werk zal kunnen exploiteren en bijgevolg inkomsten zal kunnen verwerven uit de exploitatie van zijn werk.

Deze vermogensrechten zijn exclusieve rechten en voor elke reproductie en/of mededeling die men van het werk wil doen, zal in er principe de toestemming moeten worden gevraagd aan de auteur. 

Morele Rechten

Morele rechten zijn: 

  • In principe onvervreemdbaar 

Globale afstand van de toekomstige uitoefening is nietig. 

Een welomschreven toestemming voor een afstand van een bepaalde (actuele) uitoefening van één van de morele rechten is daarentegen wel mogelijk. 

  • Persoonlijkheidsrechten 

Vermits de morele rechten zo nauw verbonden zijn aan de persoon van de auteur, komen zij, na overlijden van de auteur, niet terecht in het patrimonium van de erfgenamen. 

Dit heeft tot gevolg dat de erfgenamen of andere rechthebbenden de morele rechten niet in eigen naam kunnen uitoefenen, maar uitsluitend in naam van de overleden auteur. Zij zullen dus steeds moeten rekening houden met bijvoorbeeld de oorspronkelijk de bedoeling van de overleden auteur.  

Uitoefening van de morele rechten na overlijden van de auteur: 

  • Artikel XI.166 WER vermeldt de beschermingsduur van de morele rechten: 70 jaar na de dood van de auteur ten voordele van persoon die daartoe is aangewezen of ten voordele van de erfgenamen; 
  • Artikel XI.171 stelt expliciet dat de morele rechten, na overlijden van de auteur worden uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij de auteur daartoe een welbepaald persoon heeft aangewezen (ook een Stichting kan worden aangewezen). M.a.w. moet bij het overlijden van de auteur eerst worden nagetrokken of de auteur een persoon of instelling heeft aangeduid, belast met de uitoefening van zijn morele rechten. 
  • Voorbeeld: 
  • Sinds het overlijden van Hergé, de geestelijke vader van Kuifje, worden de morele rechten van Hergé uitgeoefend door de "Fondation Hergé". 

Voor audiovisuele werken werden er in bijzondere bepalingen voorzien. 

 

We onderscheiden drie soorten morele rechten:  

  • Het divulgatierecht; 
  • Het paternaliteitsrecht; en  
  • Het integriteitsrecht 

Het divulgatierecht

Het divulgatierecht is het recht om een werk bekend te maken: de auteur heeft als enige het recht om zijn werk bekend te maken of om het niet bekend te maken. 

Een auteur heeft bijvoorbeeld het recht om te vragen dat na zijn dood zijn onvoltooide werken zouden vernietigd worden. De auteur beslist zelf of hij met zijn werk al dan niet in de openbaarheid wil treden. 

Het paternaliteitsrecht

Het paterniteitsrecht staat voor het recht op erkenning als auteur: het recht voor de auteur om het vaderschap van het werk op te eisen of te weigeren. De auteur kiest zelf om zijn naam op het werk te vermelden, dan wel om een pseudoniem te gebruiken of nog om anoniem te blijven. 

Voorbeelden

Zonder toestemming te vragen - noch aan de erfgenamen, noch aan Sabam - had de Nationale Loterij fragmenten van reproducties van schilderijen van Magritte gebruikt op haar Subito-biljetten. Bij de aanwending van verschillende fragmenten van de reproducties van schilderijen van Magritte had de Nationale Loterij daarenboven nagelaten de naam van Magritte te vermelden. Gevolg: inbreuk paterniteits- en integriteitsrecht en zware geldboete voor de Nationale Loterij. 

( Brussel 18 april 1997, AM 1997, 278-282): 

De creatieve bijdrage en het recht op naamsvermelding van een Mevrouw Forani werd erkend voor een borstbeeld van Dante. Dat beeld had zij samen met Salvator Dalí had gerealiseerd, maar werd dat door deze laatste aanvankelijk enkel onder zijn naam gepresenteerd. 

(Cass. 22 mei 1980) 

 EP Jacobs, maker van de oorspronkelijke stripreeks rond de avonturen van Blake en Mortimer, heeft zijn morele rechten overgedragen aan de Stichting EP Jacobs. De exploitatierechten zijn overgedragen aan de nv Les Editions Blake & Mortimer. Naar aanleiding van het verschijnen van het nieuwe album 'de affaire Francis Blake' vordert de Stichting dat op de kaft van het album niet de naam van EP Jacobs zou worden vermeld, nu de voortzetting van de reeks gebeurt door twee andere auteurs, nl. J. Van Hamme en T. Benoit. De Voorzitter van de Rechtbank wees de vordering in eerste aanleg toe: de kaft van het album vermeldt de naam EP Jacobs, zonder dat deze de auteur is van het nieuwe album. Integendeel, er wordt met een commerciële doelstelling, de indruk gegeven dat EP Jacobs de auteur is van dit album. De Voorzitter verbiedt de verdere verspreiding van het album. Verplichting om bij aangepaste editie de naam Jacobs weg te laten. 

(Vz. Rb. Brussel 17 oktober 1996) 

Het integriteitsrecht

Het integriteitsrecht komt in hoofde van de auteur neer op een recht op eerbied voor zijn werk. De auteur kan zich verzetten tegen elke wijziging van het werk. Zelfs wanneer de auteur afstand heeft gedaan van een bepaalde uitoefening van zijn integriteitsrecht (bijv. auteur geeft toelating om de film te onderbreken voor publiciteit), dan nog kan hij zich verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk dan wel tegen enige andere aantasting van het werk, die zijn eer of reputatie kunnen schaden. 

Het integriteitsrecht beschermt niet alleen de letter, maar ook de geest van een werk. Niet alleen mag er niets aan een werk worden gewijzigd, evenmin mag er iets aan een auteurswerk worden toegevoegd zonder toestemming van de auteur. 

Voorbeeld

Deze zaak betrof de inkleuring van de zwart-wit film "Asphalt Jungle". De rechter beschouwde de inkleuring als een denaturatie van het oorspronkelijke werk. De erfgenamen van de Amerikaanse auteur, John Huston vorderden een uitzendverbod van de gekleurde versie op grond van aantasting van het integriteitsrecht. 

(Huston vs. La Cinq) 

Vermogensrechten

De vermogensrechten geven aan de auteur de mogelijkheid om zijn werk te exploiteren of te laten exploiteren. Door de exploitatie van het werk kan de auteur inkomsten verwerven. Alleen de auteur zelf (natuurlijke persoon)  kan de toestemming geven voor het gebruik van zijn werk.  

De vermogensrechten worden ook wel aangeduid als: exploitatierechten of patrimoniale rechten.Ze zijn immers vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht. Ze hebben dus een vervreemdbaar karakter.  

De vermogensrechten gaan over bij erfopvolging. 

Het reproductierecht

Het reproductierecht heeft betrekking op het verveelvoudigen of laten verveelvoudigen van materiële of tastbare exemplaren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het fotokopiëren van een werk, het op pellicule vastleggen van een film, een afbeelding van een beeldhouwwerk of schilderij in een catalogus of op een postkaart, affiche, het downloaden van een werk van het internet, het opnemen op video van een televisieprogramma, enzovoort. 

Onder het reproductierecht valt ook de tijdelijke reproductie, bijv. reproducties die zich binnen computers, netwerken of andere apparatuur kunnen voordoen. 

Het adaptatierecht en het vertalingsrecht vormen eveneens een subcategorie van het reproductierecht. Om een bestaand werk aan te passen of bijv. in te lassen in een collage, heeft men de toestemming nodig van de auteur. 

Hierbij zullen ook de morele rechten van de auteur steeds moeten worden gerespecteerd. 

Vallen ook onder het reproductierecht: het verhuur- en leenrecht en het distributierecht. 

Het publiek mededelingsrecht

Daar waar het reproductierecht betrekking heeft op tastbare exemplaren, heeft het publiek mededelingsrecht of het recht van mededeling aan het publiek betrekking op de niet-tastbare (efemere) op- of uitvoering van het werk 'ongeacht welk procédé'. 

Hierbij kan worden gedacht aan een live vertolking door een artiest, de vertoning van een film in de bioscoop, een uitzending via radio of televisie, een tentoonstelling, ... Ook de elektronische consultatie valt hieronder, zoals bijvoorbeeld het beluisteren van muziek via het internet. 

Voor elke mededeling aan het publiek zal dus de toestemming moeten worden gevraagd aan de auteur. Let wel, de klemtoon ligt hier op de woorden 'AAN HET PUBLIEK'. De nadruk ligt op het publieke karakter, in tegenstelling tot private karakter. 

Voor mededelingen in private context, in de auteurswet omschreven als 'kosteloze privé-uitvoering in familiekring", is er geen voorafgaandelijke toestemming vereist van de auteur of de rechthebbende. 

Om te spreken van een private context moet het duidelijk vaststaan dat er voldaan is aan de voorwaarde van een familiale, intieme band en dat de mededeling kosteloos gebeurt.  

Alles wat geen kosteloze privé-uitvoering in familiekring is, valt dus onder het publiek executierecht en vereist de voorafgaande toestemming van de auteursrechthebbenden. 

Om te spreken van een publieke mededeling moet het gaan om: 

  • een mededeling: een exploitatie in niet tastbare vorm. Bijvoorbeeld het opvoeren van een toneelstuk, muziek draaien op een fuif, een tekst op het internet plaatsen, het vertonen van een film, een televisieprogramma uitzenden in een café, muziek draaien in een winkel.
  • een mededeling aan het publiek: de notie publiek dient ruim te worden geïnterpreteerd. In elk geval is er steeds sprake van een publieke mededeling wanneer er entreegeld wordt gevraagd, i.e. niet kosteloze mededeling. 

Op grond van de uitzondering in artikel XI.190 §1, 3° en 4° WER is het in elk geval duidelijk dat het publiek karakter niet aanwezig is wanneer de mededeling (kosteloos!) plaats vindt in familiekring of in het kader van schoolactiviteiten. Onder familiekring moet worden verstaan: de vrienden die nauwe banden hebben met de familie. In een Cassatie-arrest van 18 februari 2000 was het Hof van oordeel dat het privaat/familiaal karakter ook van toepassing is op personen waartussen een band bestaat, die gelijk gesteld kan worden met een familiale band. In dit arrest ging het om een uitvoering (kerstconcertje) in een bejaardentehuis. Het Hof was van oordeel dat de vrederechter terecht had beslist dat deze uitvoering voor de gasten van een bejaardentehuis, een private mededeling was. 
 

Uit de rechtspraak volgt dat de grens tussen publiek en privaat niet altijd gemakkelijk te trekken is.

Voorbeelden

Het aanzetten van een radiotoestel in een boekhandel betreft een publieke mededeling in de sector van de horeca en de handelszaken  

(Cass., 26 september 1996, RW 1996-1997, 1031) 

Het aanzetten van een radiotoestel in een kruidenierszaak valt onder het publieke mededelingsrecht. Het recht tot openbare uitvoering is niet onderworpen aan de voorwaarde dat de personen die toegang hebben tot de openbare plaats van uitvoering van de muziek daar zouden stilstaan, noch aan de aard van het gebruik van het radiotoestel of aan de bedoeling van diens gebruiker. 

(Cass. 30 januari 1998) 

De enige voorwaarde is dat de uitvoering openbaar en hoorbaar moet zijn

(Cass., 30 januari 1998, AM 1998, 224) 

Muziek op een verjaardagsfeestje van een voetbalspeler in de clublokalen voor medespelers is een publieke mededeling  

(Cass., 8 oktober 1999, AM 2000, 289). 

Bedrijfsfeestje van 23 personeelsleden met hun naaste familie is een publieke mededeling, ook al was het lokaal niet toegankelijk voor buitenstaanders  

(Cass., 21 november 2003, AM 2000, 289). 

In het cassatie-arrest van 26 januari 2006 werd gesteld dat het afspelen van een radio in een afgesloten werkatelier van een garage dat enkel toegankelijk is voor de vier arbeiders en één  verkoper, géén vorm publieke mededeling is . Volgens het Hof ging het in dit geval om een privé-mededeling: vijf mensen die dagelijks in een afgesloten ruimte van een atelier werken en elkaars aanwezigheid niet kunnen mislopen, doet tussen hen een private en intieme band ontstaan, die kan gelijk gesteld worden met een familiale band. 

(Cass. 26 janauri 2006, AM 2006, 180 met noot H. Vanhees)