De “taks tot vergoeding der successierechten” of “patrimoniumtaks” is een jaarlijkse taks, specifiek voor VZW’s en (private) stichtingen, op hun vermogen, wanneer dat  meer dan 25.000 euro bedraagt. De taks kan worden beschouwd als een vermogensbelasting voor vzw’s en stichtingen. 

Waarom deze taks?

Veel vzw’s en stichtingen bezitten een bepaald vermogen.    

In dat vermogen vinden we alle roerende (bv. muziekinstrumenten), onroerende (bv. een theaterzaal), lichamelijke (bv. schilderijen) of onlichamelijke (bv. een schuldvordering ten opzichte van iemand die nog iets aan de vzw dient te betalen) goederen terug.

Het vermogen dat ondergebracht wordt in een vzw of stichting zal niet snel van eigenaar veranderen. Zo zullen de goederen in het vermogen van de vzw of stichting nooit van eigenaar kunnen veranderen door een erfenis. Indien die goederen eigendom zouden zijn van een natuurlijke persoon zou dat wel het geval zijn.

Op die manier loopt de overheid een hele hoop inkomsten mis: aangezien een vzw of stichting niet “overlijdt”, kunnen er ook geen successierechten geheven worden.

Om dit inkomstenverlies te compenseren ging de overheid over tot de invoering van de “Patrimoniumtaks”, ook “Taks ter vergoeding van de successierechten” of “Jaarlijkse taks van de VZW’s en/of stichtingen” genoemd.
 

De verplichtingen stap voor stap

Om aan de verplichtingen van de patrimoniumtaks te voldoen, moet elke vzw en stichting een aantal stappen doorlopen.

Stap 1: is de vzw of stichting onderworpen aan de taks?

Volgens het Wetboek der Successierechten is elke vzw en stichting die opgericht werd na 11 juli 1921 aan de taks onderworpen, als ze niet tot volgende categorieën behoort:  

  • De gemachtigde compensatiekassen voor kindertoeslagen en de gemachtigde onderlinge kassen voor kindertoeslagen
  • Erkende pensioenkassen voor zelfstandigen
  • De inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, voor wat betreft de onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor het onderwijs en de verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt
  • De instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting
  • Natuurgebieden

Stap 2: opstellen lijst van bezittingen die in aanmerking komen voor de taks

Als de vzw of stichting onderworpen is aan de taks, moet er een lijst worden opgesteld waarop alle bezittingen voorkomen die in aanmerking komen voor de taks.

Volgens het Wetboek der Successierechten moet die lijst de “massa der goederen” omvatten. Wat wordt hieronder verstaan?

Voor zeer kleine vzw's/stichtingen is de “massa der goederen” terug te vinden in de “staat van vermogen”. De “staat van vermogen” is een onderdeel van de jaarrekening die elk jaar verplicht dient te worden neergelegd ter griffie van de ondernemingsrechtbank.

De “staat van vermogen” ziet er als volgt uit:

STAAT VAN VERMOGEN

BEZITTINGEN

SCHULDEN

Onroerende goederen (terreinen,…)

  • behorende tot de vereniging in volle eigendom
  • andere

Financiële schulden

Machines

  • behorende tot de vereniging in volle eigendom
  • andere

Schulden ten aanzien van leveranciers

Roerende goederen en rollend materieel

  • behorende tot de vereniging in volle eigendom
  • andere

Schulden ten aanzien van leden

Stocks

Fiscale, salariële en sociale schulden

Schuldvorderingen

 

Geldbeleggingen

 

Liquiditeiten

 

Andere activa

Andere schulden

RECHTEN

VERPLICHTINGEN

Beloofde subsidies

Hypotheken en hypotheekbeloften

Beloofde schenkingen

Gegeven waarborgen

Andere rechten

Andere verbintenissen

 

De andere  kunnen de “massa der goederen” afleiden uit hun balans.

Volgende zaken worden door het Wetboek der Successierechten uitgesloten:

  • De nog verschuldigde en niet-gekapitaliseerde intresten, rentetermijnen, huur- en pachtgelden en, meer in het algemeen, burgerlijke vruchten van welke aard ook, alsmede jaarlijkse bijdragen en inschrijvingsgelden
  • De al dan niet genoten natuurlijke vruchten
  • De liquiditeiten en het bedrijfskapitaal bestemd om gedurende het jaar verbruikt te worden voor de activiteit van de vereniging of stichting
  • De in het buitenland gelegen onroerende goederen
  • De effecten uitgegeven door handelsvennootschappen waarvan de vereniging als bezitter-emittent wordt aangemerkt krachtens artikel 3 van de wet van 15 juli 1998 betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen, op voorwaarde dat de certificaten krachtens artikel 13 § 1 eerste lid van dezelfde wet voor de toepassing van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 gelijkgesteld worden met de effecten waarop ze betrekking hebben

Ten slotte merken we op dat volgens de regels voor de boekhouding, het vermogen van een vzw of stichting zal bekendgemaakt worden. De staat van vermogen is een onderdeel van de neer te leggen jaarrekening. Op die manier heeft de fiscus controle over het aangegeven vermogen voor de patrimoniumtaks.

Stap 3: waardering van de massa der goederen

De verkoopwaarde

Als eenmaal de lijst van de massa der goederen is opgesteld, moeten de goederen worden gewaardeerd. Dit gebeurt op 1 januari van het aanslagjaar. Dat wil zeggen dat de waarde van de massa geschat moet worden op 1 januari van het jaar waarin men een aangifte zal doen.

Hoe wordt de waarde van de goederen bepaald?

Het bestuursorgaan heeft de verplichting na te gaan wat de huidige verkoopwaarde van de goederen is.
Onder de verkoopwaarde verstaat men “de prijs die bij de aanbieding ter verkoop op voor het goed meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding en na voldoende publiciteit, op de dag van de waardering, door de meestbiedende gegadigde zou zijn verkregen” .

Nadien kan deze waarde gecontroleerd worden door de administratie. Als men niet zeker is van de juiste waarde, kan men aan de ontvanger van de registratie vragen om een voorlopige schatting uit te voeren.
De waardering is een bevoegdheid van het bestuursorgaan en moet waarheidsgetrouw dienen te gebeuren. Als men bepaalde goederen niet aangeeft of onderwaardeert, wordt een boete opgelegd die gelijk is aan de ontdoken taks.

Worden hiervan nog lasten of kosten afgetrokken?

Eenmaal de massa der goederen is gewaardeerd, kunnen we ons de vraag stellen of hiervan nog lasten of kosten kunnen worden afgetrokken.

Dat is alleen mogelijk in twee gevallen:

  • De nog niet betaalde termijnen van een hypothecaire lening, mits de hypotheek is gevestigd op goederen van de vzw en minstens 50% van de hoofdsom van de lening waarborgt
  • Als de vzw een algemene legataris is van een erfenis, dan mag zij het bedrag van die erfenis verminderen met de bedragen die zij nog moet betalen aan een aantal bijzondere legatarissen.

Overschrijdt het resultaat 25.000 euro?

Het resultaat is kleiner of gelijk aan 25.000 euro

Als de waarde van de massa der goederen, eventueel verminderd door de lasten, kleiner of gelijk is aan 25.000 euro dan, is de vzw of stichting niet aan de taks onderworpen.

Dat wil niet zeggen dat de vzw of stichting vrijgesteld is van alle verplichtingen.In de maand februari van elk jaar ontvangt elke vzw immers een schrijven van het bevoegde Kantoor Rechtszekerheid (vroegere registratiekantoor) (formulier nr. 187). Als het resultaat kleiner is dan 25.000 euro moet de vzw of stichting een strookje, onderaan dit formulier, terugsturen voor 31 maart. Heeft de vzw of stichting die brief niet ontvangen, dan richt ze best zelf een brief aan de administratie met de mededeling dat haar vermogen minder is dan 25.000 euro en ze dus niet onderworpen is aan de taks. Maar er zal geen taks betaald moeten worden.

Het resultaat is groter dan 25.000 euro

Als het resultaat groter is dan 25.000 euro, dan zal de taks berekend worden. Dat gebeurt in stap 4.

Stap 4: de berekening van de taks

Het tarief van de taks bedraagt 0,17%.

Stap 5: de aangifte

In de maand februari van elk jaar zal elke vzw of stichting een schrijven ontvangen van het bevoegde Kantoor Rechtszekerheid (vroegere registratiekantoor). Hierbij wordt de vzw uitgenodigd om een aangifte te doen. Zij ontvangt hiervoor een aangifteformulier (formulier 187).
Als men om één of andere reden geen aangifteformulier heeft ontvangen, dan moet men dit zelf aanvragen bij het bevoegde registratiekantoor.

Vervolgens zal er een onderscheid moeten worden gemaakt:

De verschuldigde taks is kleiner dan 500 euro

In dat geval kan men ervoor opteren de taks te betalen voor drie jaar ineens. Dit moet gebeuren ten laatste op 31 maart van het eerste jaar. De aangifte is dan geldig voor drie jaar. 

Als het vermogen van de vzw in de loop van die drie jaar wijzigt waardoor de taks met minstens 25 euro toeneemt (dat wil zeggen, de taks bedraagt dan minimum 525 euro), dan verbindt zij er zich toe de administratie daarvan op de hoogte te brengen.

De verschuldigde taks is groter dan 500 euro

In dat geval moet men elk jaar een nieuwe aangifte indienen ten laatste op 31 maart.

Welke gegevens moet de aangifte bevatten?

In de eerste plaats moet de aangifte de naam van de vzw of stichting bevatten, gevolgd door de letters “VZW” evenals het adres van de zetel en het ondernemingsnummer, het eventuele officiële emailadres en/of websiteadres, en de term “RPR”, gevolgd door de bevoegde ondernemingsrechtbank.

Vervolgens moeten alle goederen uit de massa der goederen nauwkeurig worden genoteerd en gewaardeerd. Als er onroerende goederen zouden zijn, dan mag men niet vergeten de sectie en het nummer van het kadaster te vermelden .

Ten slotte moeten er gegevens over de verzekeringspolissen van lichamelijke roerende goederen worden verstrekt. Het gaat om volgende gegevens:

  • de naam of de firma en het domicilie van de verzekeraar
  • de datum van de polis
  • het nummer van de polis
  • een lijst van de verzekerde goederen
  • de verzekerde waarde

Stap 6: de betaling van de verschuldigde taks

De taks moet uiterlijk betaald worden bij het verstrijken van de termijn die voorzien is om de aangifte in te dienen, nl. 31 maart.

Stap 7: geschillen

Als men het niet eens is met een aanslag, kan men een bezwaar indienen.
Dat bezwaar moet worden ingediend binnen de vijf jaar vanaf het jaar waarin de vordering is ontstaan.
Als de ambtenaar vermoedt dat er bepaalde goederen niet werden aangegeven of dat er bepaalde goederen werden ondergewaardeerd, heeft hij twee jaar de tijd om hiertegen te reageren.
Als er een verzuim van aangifte is, is een periode van tien jaar voorzien.

Stap 8: sancties

De sancties kunnen als volgt worden samengevat:

Het indienen van het aangifteformulier na 31 maart

Boete van 2,50 euro per maand, waarbij elke begonnen maand als een hele maand wordt beschouwd. De boete mag niet hoger zijn dan 10% van de verschuldigde taks en niet lager dan 2,50 euro

Laattijdige betaling

Intrest van 7%

Bepaalde goederen niet opnemen in de aangifte

Boete gelijk aan de ontdoken taks

Bepaalde goederen te laag waarderen in de aangifte

Boete gelijk aan de ontdoken taks