In een maatschap werken maten samen met als gemeenschappelijk doel winst te maken en deze aan de maten uit te keren. 

Winstgevend doel

De maatschap ontstaat door een overeenkomst tussen twee of meer vennoten die een inbreng doen met als doel winst te maken en die winst onderling te verdelen. 

De vennoten kunnen via een overeenkomst afspreken hoe ze de winst verdelen. Alle winst mag nooit volledig naar één vennoot gaan en geen enkele vennoot mag uitgesloten worden van de winst. Door het flexibel karakter van de maatschap, is zij een geschikt instrument voor prille initiatieven (maar ook gevestigde) in de creatieve en culturele sector. 

Geen minimumkapitaal, wel inbreng

Er is geen minimumkapitaal vereist, maar de vennoten moeten wel geld, goederen of arbeid inbrengen. Wat en hoeveel ze inbrengen, kunnen ze vrij bepalen. De totale inbreng wordt beschouwd als een onverdeeld vermogen dat toebehoort aan de maten als groep. 

Geen rechtspersoonlijkheid

De maatschap heeft geen rechtspersoonlijkheid. Ze handelt dus niet autonoom, maar wordt volledig vertegenwoordigd door haar maten die in principe het statuut van een zelfstandige hebben. Iedere maat blijft ook onderworpen aan zijn eigen personenbelasting. 

Als de maten beslissen om toch rechtspersoonlijkheid te genieten dan neemt de maatschap de vorm aan van een VOF of een CommV. De oprichtingsformaliteiten van deze vennootschappen moeten dan wel worden vervuld.

Hoewel de maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, bepaalt de wetgever dat zij wel een eigen vermogen heeft. Het vermogen van de maatschap is gebonden aan de doelstelling van de maatschap en behoort tot de collectieve eigendom van de maten. Dit heeft tot gevolg dat het vermogen van de maatschap aangewend mag worden om het doel van de maatschap na te streven.

Contractuele afspraken

In een onderlinge overeenkomst kunnen de maten vastleggen hoe ze de maatschap besturen en vertegenwoordigen, bijvoorbeeld via een volmacht of bekrachtiging door de andere vennoten.  

De maten kunnen een zaakvoerder aanstellen die de maatschap afzonderlijk vertegenwoordigt of ze kunnen onderling een overeenkomst opstellen met duidelijke bestuursafspraken.

Is er geen zaakvoerder of overeenkomst, dan mogen andere partijen ervan uitgaan dat elke maat de maatschap afzonderlijk kan vertegenwoordigen.  Andere maten zijn maar gebonden door de daden van de zaakvoerder of een maat als die binnen zijn bevoegdheid heeft gehandeld. 

Bij beslissingen over de maatschap zelf moet elke maat instemmen, tenzij andere afspraken worden gemaakt. Dit geldt ook bij beslissingen over de besteding van het vermogen dat onverdeeld is. 

In principe kunnen de vennoten hun aandelen niet vrij overdragen, tenzij de overeenkomst hiervan afwijkt.  

Een maatschap kan ook eigen personeel aanwerven, en zal dan moeten instaan voor alle sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen. Zo zal ze een inschrijving moeten nemen bij de RSZ. Deze zal de maatschap als een afzonderlijke persoon erkennen, zelfs al bezit die geen rechtspersoonlijkheid. Uiteraard blijven de vennoten instaan voor de eventuele schulden aan de RSZ, als zou blijken dat de maatschap die niet kan voldoen.  

Aansprakelijkheid

Omdat de maatschap geen rechtspersoon is, blijven de maten persoonlijk en onbeperkt aansprakelijk. Dit houdt in dat: 

  • schuldeisers van de maatschap zowel het vermogen van de maatschap, als het privévermogen van élke maat kunnen aanspreken. Nieuw is bovendien dat elke maat ook hoofdelijk aansprakelijk is. Dit wil zeggen volledig aansprakelijk voor elke schuld van de maatschap. 
  • persoonlijke schuldeisers van een maat kunnen zich alleen verhalen op het aandeel van die maat in de maatschap en op diens privévermogen. Ze kunnen zich niet verhalen op het volledige vermogen van de maatschap. 

Oprichten

Geen oprichtingsakte, noch statuten vereist 

De oprichters van een maatschap moeten geen statuten of oprichtingsakte opstellen en neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank. Een onderhands contract met afspraken tussen partijen kan volstaan. 

Inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen 

Sinds 1 november 2018 moet de maatschap zich wél zelf inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Bestaande maatschappen krijgen tijd tot 30 april 2019 om zich via een ondernemingsloket in te schrijven.