Hoe ga je de investeringen financieren? 

Het financieringsplan toont hoe je het investeringsplan zal financieren. Als je kredieten wil aangaan, moet je prognose aantonen dat er voldoende inkomsten aanwezig zullen zijn om de lening en de rente te kunnen terugbetalen. 

De financieringsbron

In plaats van met één financieringsbron te werken, is het nuttig om verschillende bronnen aan te spreken. We leggen onze eieren niet in één mand en door te diversifiëren dragen we bij aan een gezonde financiële structuur. Elke financieringsbron heeft haar eigen kenmerken en kan op een andere manier bijdragen tot onze financiële gezondheid.

Deze financieringsbronnen kan je terugvinden onder aanvullende financiering en financiële producten.

Solvabiliteit of financiële onafhankelijkheid

Hoe meer we afhankelijk zijn van derden hoe minder marge tot zelfbeschikking. We moeten immers altijd aan onze financiële afspraken voldoen. Je houdt daarbij de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (solvabiliteit) in het oog. Het eigen vermogen is liefst groter dan 30%. Ook hier speelt de financieringsbron een belangrijke rol. Sommige bronnen tellen mee als eigen vermogen. 

Financieringsmix

De financieringsmix is de combinatie van de verschillende financieringsbronnen om je project te kunnen uitvoeren. In cultuur spreken we van basisfinanciering en aanvullende financiering.  

Hoe gaan we te werk

We gaan even terug naar de tekst over het investeringsplan en hernemen de oefening. We hebben daar het volgende investeringsplan opgemaakt. 

Huurwaarborg (geld dat voor lange tijd apart staat)  

5000  

Inrichting  

5000  

Startvoorraad horeca  

1000  

Laptop  

1500  

Bedrijfskapitaal (1 maand loon, eerste huurkost)  

4000 

Totaal benodigd kapitaal om te starten  

16500  

  

  

Achter elk onderdeel vermeld je hoe je dat kan financieren. We bekijken 3 mogelijkheden: 

Financieringsplan 1 

huurwaarborg 

5000 

Eigen inbreng cash, geblokkeerd 

inrichting 

5000 

bankkrediet 

Startvoorraad horeca 

1000 

Eigen inbreng cash 

laptop 

1500 

bankkrediet 

bedrijfskapitaal 

4000 

Eigen inbreng cash 

 

 Eigen vermogen = 10 000 (60%)  

Vreemd vermogen = 6 500 euro  (40%)    

+ een relatief snelle formule om de financiering rond te krijgen  

+ een sterk eigen vermogen 

  • Er moeten voldoende inkomsten zijn om het krediet terug te betalen  
  • Een deel van de cash middelen staat voor lange tijd vast op een geblokkeerde rekening   

Financieringsplan 2  

huurwaarborg 

5000 

Huurgarantie via bank 

inrichting 

5000 

crowdfunding 

Startvoorraad horeca 

1000 

Eigen inbreng cash 

laptop 

1500 

cultuurkrediet 

bedrijfskapitaal 

4000 

Eigen inbreng cash 

 

Eigen vermogen = 11 500 (70%)  

Vreemd vermogen = 5000 euro (30%)  

+ nog sterker eigen vermogen (crowdfunding en cultuurkrediet tellen mee)  

+ je moet minder cash voorzien en het staat niet geblokkeerd 

+ het risico voor de bank daalt 

+ crowdfunding is ook een marketingcampagne 

  • Goede timing voor de crowdfundingcampagne is noodzakelijk  
  • Arbeidsintensief:  voorbereiding, opstart en opvolging crowdfunding 

Financieringsplan 3 

huurwaarborg 

5000 

Huurgarantie via bank 

inrichting 

5000 

subsidie 

Startvoorraad horeca 

1000 

subsidie 

laptop 

1500 

subsidie 

bedrijfskapitaal 

4000 

subsidie 

  

De subsidie werd goedgekeurd maar zal pas binnen drie maanden betaald worden. 

Overbrugging Cultuurkrediet: 11 500 euro 

Eigen vermogen = 11 500 (70%)  

Vreemd vermogen = 5000 euro (30%)  

+ sterker eigen vermogen  

+ je moet geen cash voorzien 

+ overbrugging is makkelijk te krijgen 

  • Volledig afhankelijk van de voorwaarden tot subsidie 
  • Arbeidsintensief: aanvraag subsidie en verantwoording op het einde 

Bij wie kan je terecht voor financiering

Dit hangt sterk af van de fase waarin je je bevindt: 

  • Zaaifase: we hebben een idee, en zoeken nog naar een goede formule, we doen onderzoek, maken een prototype. Dit is een moeilijke fase om te financieren. Hier moet je op zoek naar geld dat je niet moet teruggeven, of waar geen tegenprestatie verwacht wordt.  
  • Opstart: ons idee heeft vorm gekregen, we maken een onderneming- en financieel plan op. Afhankelijk van je project, ervaring of vorige trajecten kan je terecht bij starterskredieten, crowdfunding, investeringsmaatschappijen, ‘friends fools and family’, giften en mecenaat.  
  • Vroege groei: je kan nu al een drietal jaar ervaring en resultaat aantonen waardoor je nu bijkomend ook makkelijker terecht kan bij banken, of op zoek kan naar risicokapitaal.  
  • Verdere groei: tijd om te bezinnen of je voluit voor groei gaat en op welk tempo. Te snel groeien zorgt vaak voor financieringstekorten. Je moet meer voorfinancieren en je loopt het risico dat je boven je praktische mogelijkheden gaat.   

De Vlaamse overheid ondersteunt alle fasen in je ontwikkeling in de vorm van subsidies, kredieten en investeringen via Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), diverse fiscale- en tewerkstellingsregelingen. De algemene voorwaarde blijft een duidelijk omschreven ondernemingsplan, een begroting of een financieel plan, en een vorm van track record (studie, kennis, ervaring, netwerk) die je plan veruitwendigen.  

Financiële instellingen kunnen je geld lenen. Ook bedrijven en individuen kunnen interesse of goodwill tonen om je geld te lenen of om te investeren in jouw project. Sponsoring, crowdfunding en friendraising zijn mooie alternatieven. Meer daarover vind je terug bij aanvullende financiering en financiële producten.  

Waar ondervinden we financieringsbehoeften

Bij investeringen:  

Wanneer je materialen aankoopt met de bedoeling er langer dan 1 jaar mee te werken, spreek je over een investering. Doorgaans denken we aan een auto, een gebouw, de inrichting, een geluidsinstallatie, instrumenten. Met ander woorden, grote uitgaven die deel uitmaken van de vaste activa.   

Nood aan overbrugging:  

we hebben goedkeuring voor een subsidie maar moeten enkele weken wachten tot het geld wordt gestort. De overbrugging is een voorschot op wat we verwachten.  

Fiscaal krediet:  

we weten dat we belastingen moeten betalen. In plaats van te wachten tot de rekening komt en dan een stevige hap uit onze rekening neemt, kunnen we een krediet aangaan waarbij we de kost proactief over 12 maanden spreiden.  

Huurgarantie:  

we huren een ruimte en moeten een huurwaarborg laten vastzetten op een rekening. Daardoor zetten we werkingsgelden vast die we niet kunnen gebruiken. Misschien kan je beroep doen op een huurgarantie bij je bank. De bank zal zich dan garant stellen ten opzichte van de verhuurder. Jij kan je geld ter beschikking houden.  

Betaaltermijnen:  

we moeten lang wachten op ons geld nadat we verkocht hebben en moeten onze leveranciers direct betalen. De klant een financiële korting aanbieden voor snelle betaling kan een oplossing zijn om het geld sneller op de rekening te hebben.   

Schulden:  

we zitten in het rood en hebben schulden gemaakt, tijd om samen te zitten met je accountant en medewerkers om een oplossing te zoeken.  

Te weinig inkomsten:  

bij onze prijsberekening hebben we geen rekening gehouden met marge om reserve op te bouwen, we krijgen minder subsidie dan gevraagd, giften blijven uit. Tijd om ons ondernemingsplan terug te bekijken.  

Tekort in de begroting:  

onverwachte kosten, patronale bijdragen werden niet begroot, …  

Werkkapitaal: 

Er wordt vaak gesproken over een tekort aan werkkapitaal. Werkkapitaal is het geld dat je nodig hebt om al je activiteiten te kunnen uitvoeren. Dit bouw je normaal gezien op uit de inkomsten van je dagelijkse werking. Dat wil zeggen dat je met de inkomsten die op de rekening komen, je de nodige uitgaven kan doen. Doch, soms moet je eerst vele uitgaven doen voordat er iets op de rekening komt. Je hebt dan een behoeft aan geld om die periode te overbruggen, dat is de behoefte aan werkkapitaal. 

De juiste financiering op de juiste looptijd 

Een financiering volgt meestal de gebruikstermijn van het doel dat je financiert.  

Kastekorten zijn tijdelijk en vang je meestal op met een kaskrediet.  

Een investering zoals voor een auto volgt de afschrijvingstermijn.