Maatschappelijke benamingen en handelsnamen zijn beschermd.

De maatschappelijke benaming is de officiële naam van een vennootschap of vereniging, die in de statuten staat en gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.  

De handelsnaam is de naam waaronder een onderneming handeldrijft. Denk bijvoorbeeld aan de naam van een winkel of van een muziekgroep. De maatschappelijke benaming en de handelsnaam kunnen overeenstemmen, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Ook een fysieke persoon of een feitelijke vereniging kan een handelsnaam hebben. 

Maatschappelijke benamingen en handelsnamen zijn beschermd op basis van artikel 2:3 § 1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, artikel VI.104 van het Wetboek economisch recht en artikel 8 van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom. 

Het recht op de maatschappelijke benaming ontstaat vanaf de publicatie in het Staatsblad. 

Handelsnamen zijn beschermd door het louter gebruik ervan.  Je kunt je handelsnaam registreren bij de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Dat kan nuttig zijn om aan te tonen dat je de naam als eerste gebruikte. 

Heb je toestemming nodig om de maatschappelijke benaming of handelsnaam te gebruiken?

Als je een vennootschap of vereniging opricht met dezelfde naam als die van een bestaande rechtspersoon, of met een naam die zo gelijkend is dat er verwarring kan ontstaan, kan degene die de naam al gebruikte de naam doen wijzigen en eventueel schadevergoeding eisen. 

Als je dezelfde handelsnaam gebruikt als iemand anders, of een gelijkende naam, en daardoor ontstaat verwarring, dan kan degene die eerst was verbieden dat je de handelsnaam naam nog gebruikt en eventueel schadevergoeding eisen. De bescherming van handelsnamen is beperkt tot de regio waar de naam bekend is. 

In principe is het geen probleem om de naam van een bedrijf of vereniging of een handelsnaam te gebruiken in een kunstwerk, een film of een boek. Integendeel, het bedrijf of de vereniging zal daar misschien blij mee zijn.  

Tenzij je een fout maakt en het bedrijf of de verenging daar schade door lijdt. Je kunt bijvoorbeeld kritiek leveren op een onderneming op grond van je vrijheid van meningsuiting. Maar als je dat lichtvaardig doet, bijvoorbeeld als de kritiek manifest ongegrond is, kan dat bestempeld worden als een fout en tot gevolg hebben dat je de schade die je toegebracht hebt moet vergoeden.