Voor elke categorie van rechthebbenden gelden specifieke regels.

Uitvoerende Kunstenaars

De rechten van de uitvoerende kunstenaar vervallen 50 jaar na de datum van de prestatie (artikel XI.208 WER). M.a.w. een uitvoerende kunstenaar kan, in tegenstelling tot een auteur (je vindt meer uitleg over de duur van de beschermingstermijn voor auteursrechten, bij "hoe lang duurt de bescherming van het auteursrecht?"), zijn rechten verliezen tijdens zijn leven. Het uitgangspunt voor de berekening van de beschermingstermijn is dus 50 jaar na de prestatie van de uitvoerende kunstenaar. 
  
Deze termijn kan echter verlengd worden: indien een vastlegging van de uitvoering op geoorloofde wijze gepubliceerd is of aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten vijftig jaar na datum van het eerste feit (dit is de mededeling aan het publiek of de publicatie). 

Indien echter binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering op een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek mede gedeeld is, vervallen de rechten zeventig jaar na het eerste feit. M.a.w. als binnen de termijn van 50 jaar na de prestatie het lied op een CD voor de eerste maal wordt meegedeeld aan het publiek (bijvoorbeeld via de radio) dan gaat opnieuw een termijn van 70 jaar lopen. 
  
De termijn wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. Wanneer een uitvoering in verschillende fragmenten aan het publiek wordt meegedeeld of gepubliceerd, begint de beschermingstermijn afzonderlijk voor elk fragment te lopen. 

Artikel XI.208 lid.3 WER bepaalt dat de rechten na het overlijden van de uitvoerende kunstenaar worden uitgeoefend door de persoon aan wie de uitvoerende kunstenaar ze heeft toegekend. Indien de uitvoerende kunstenaar niemand heeft aangewezen, worden de rechten toegekend aan de erfgenamen of legatarissen van de uitvoerende kunstenaar. Dit geldt zowel voor de vermogensrechten als voor de morele rechten van de uitvoerende kunstenaar. De morele rechten dienen na het overlijden van de kunstenaar in zijn naam te worden uitgeoefend. 

Producenten

Artikel XI. 209 WER regelt de beschermingsduur van de producenten van fonogrammen en van de eerste vastleggingen van films. De basisregel geldt ook hier: de rechten van de producenten vervallen 50 jaar na de vastlegging. 

 Een potentiële verlenging is mogelijk indien de eerste vastlegging van de film binnen deze termijn op geoorloofde wijze gepubliceerd of aan het publiek meegedeeld is. In dat geval, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van het eerste feit. M.a.w. als binnen de termijn van 50 jaar na de eerste vastlegging van de film, deze film voor de eerste maal openbaar wordt gemaakt (bijvoorbeeld op televisie of in de bioscoop), dan gaat opnieuw een termijn van 50 jaar lopen. 

 Voor producenten van fonogrammen kan de vijftigjarige beschermingstermijn eventueel verlengd worden indien het fonogram binnen deze termijn op geoorloofde wijze gepubliceerd is. In dat geval vervallen de rechten zeventig jaar na de datum van de eerste geoorloofde publicatie. Indien binnen deze termijn geen geoorloofde publicatie heeft plaatsgevonden en het fonogram tijdens deze termijn op geoorloofde wijze aan het publiek is medegedeeld, vervallen de rechten zeventig jaar na de datum van de eerste geoorloofde mededeling aan het publiek. 
  
De periode wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. M.a.w. vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de geluidsdrager is vervaardigd of de filmopname heeft plaatsgevonden. 

Omroeporganisaties

Het recht van de omroeporganisaties blijft gelden gedurende 50 jaar te rekenen vanaf de eerste uitzending. Deze duur wordt berekend vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan. 

Het verstrijken van de beschermingstermijn

Eens de beschermingstermijn is verstreken, vallen de naburige rechten in het 'openbaar domein' (of publiek domein). Dit heeft tot gevolg dat de exploitatierechten van het naburige recht niet meer exclusief zijn en dat éénieder het werk voor eigen rekening mag exploiteren.