Wanneer we spreken over de naburige rechten van de uitvoerende kunstenaar dan willen we hier voornamelijk mee aanduiden dat deze uiteenvallen in twee categoreiën: de morele en de vermogensrechten.

De morele rechten van de uitvoerende kunstenaar zijn verbonden aan zijn eigen persoon. Het zijn de zogenaamde persoonlijkheidsrechten. 

Het zijn de vermogensrechten die ervoor zorgen dat de uitvoerende kunstenaar zijn uitvoering zal kunnen exploiteren en bijgevolg inkomsten zal kunnen verwerven uit de exploitatie van zijn werk. Deze vermogensrechten zijn exclusieve rechten en voor elke reproductie en/of mededeling die men van het werk wil doen, zal in principe de toestemming moeten worden gevraagd aan de uitvoerende kunstenaar. We gaan op de onderliggende pagina's in op welke uitzonderingen er op deze vermogensrechten bestaan.  

De uitvoerende kunstenaar kan zich verzetten tegen elke misvorming, verminking, wijziging of aantasting van zijn prestatie die zijn eer of reputatie kunnen schaden. Daarnaast beschikt de uitvoerende kunstenaar ook het over recht om zijn naam te (laten) vermelden overeenkomstig de eerlijke beroepspraktijken. 

Morele Rechten

Morele rechten zijn: 

In principe onvervreemdbaar 

Globale afstand van de toekomstige uitoefening is nietig. 

Een welomschreven toestemming voor een afstand van een bepaalde (actuele) uitoefening van één van de morele rechten is daarentegen wel mogelijk. 

Persoonlijkheidsrechten 

Vermits de morele rechten zo nauw verbonden zijn aan de persoon van de auteur, komen zij, na overlijden van de auteur, niet terecht in het patrimonium van de erfgenamen. 

Dit heeft tot gevolg dat de erfgenamen of andere rechthebbenden de morele rechten niet in eigen naam kunnen uitoefenen, maar uitsluitend in naam van de overleden auteur. Zij zullen dus steeds moeten rekening houden met bijvoorbeeld de oorspronkelijke bedoeling van de overleden auteur.  

Uitoefening van de morele rechten na overlijden van de auteur: 

  • Artikel XI.208 WER vermeldt de beschermingsduur van de morele rechten: 70 jaar na dood van de auteur ten voordele van persoon die daartoe is aangewezen of ten voordele van de erfgenamen; 
  • Artikel XI.208  WER stelt expliciet dat de morele rechten, na overlijden van de uitvoerende kunstenaar worden uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij hij/zij/x daartoe een welbepaald persoon heeft aangewezen (ook een Stichting kan worden aangewezen). M.a.w. moet bij het overlijden van de uitvoerende kunstenaar eerst worden nagetrokken of de kunstenaar een persoon of instelling heeft aangeduid, belast met de uitoefening van zijn morele rechten. 

Voor audiovisuele werken werden er in bijzondere bepalingen voorzien. 

We onderscheiden drie soorten morele rechten:  

  • Het divulgatierecht; 
  • Het paternaliteitsrecht; en  
  • Het integriteitsrecht 

Het paternaliteitsrecht

In tegenstelling tot de auteurs is het recht op naamsvermelding van de uitvoerende kunstenaar geen absoluut recht dat hem toelaat om te eisen dat zijn naam altijd en overal wordt vermeld. Wanneer een bepaald muziekwerk door een symfonisch orkest wordt uitgevoerd, kan niet van de radiopresentator worden geëist dat hij alle namen op de radio vermeldt. Een onjuiste vermelding kan de uitvoerende kunstenaar altijd betwisten. De eerlijke beroepspraktijken kunnen hier geen verzachtende omstandigheid uitmaken. 

Hoewel de auteurswet geen regels formuleert met betrekking tot anonieme of pseudonieme werken, kan worden aangenomen dat ook voor de uitvoerende kunstenaar het recht op anonimiteit en het recht op een pseudoniem geldt. Een uitvoerende kunstenaar kan dus de vermelding van zijn naam weigeren of verbieden. 

Het integriteitsrecht

Het recht op eerbied voor de prestatie gaat niet zo ver als het recht op eerbied voor het werk van de auteur. De uitvoerende kunstenaar kan zich niet verzetten tegen om het even welke wijziging van zijn prestatie. Verzet is mogelijk tegen elke misvorming, verminking, of andere wijziging van zijn prestatie die zijn eer of reputatie kunnen schaden. Het is steeds aan de rechter om te oordelen in welke mate er sprake is van een misvorming, verminking, of andere wijziging van de prestaties die de eer en reputatie van de uitvoerende kunstenaar hebben geschaad.

Verder kan de uitvoerende kunstenaar zich ook verzetten tegen enig andere aantasting van de geest van zijn prestatie, bijvoorbeeld door de toevoeging van bepaalde elementen aan de prestatie zonder de prestatie zelf te wijzigen, voor zover deze zijn eer of reputatie kan schaden. In sommige gevallen wordt het dubben van een stem beschouwd als een aantasting van de geest van de prestatie die de eer en/of reputatie van de uitvoerend kunstenaar schaadt. In andere gevallen oordeelt de rechter het tegengestelde. Vast staat dat telkens concreet moet worden nagegaan of deze wijzigingen en/of aantastingen de eer of de reputatie van een uitvoerend kunstenaar kunnen schaden. 

Bijvoorbeeld de reputatie van een uitvoerend kunstenaar zou geschonden kunnen worden wanneer zonder toestemming van de actrice proefopnames met o.a. vrijscènes op de markt te koop worden aangeboden, zeker wanneer dit onprofessionele opnames zijn die niet bestemd zijn om vertoond te worden aan het publiek. Dit kan de reputatie van de actrice ernstig schaden en in dit geval kan er sprake zijn van een schending van het integriteitsrecht. 
  
Voor de audiovisuele werken bestaat een bijzondere regeling (artikel XI.206 WER). De uitvoerende kunstenaar van een audiovisueel werk die weigert zijn aandeel in de verwezenlijking van het audiovisueel werk af te maken of niet bij machte is dat te doen, kan zich niet verzetten tegen het gebruik van dat aandeel met het oog op de voltooiing van het audio-visueel werk. 

 Pas wanneer de regisseur en de producent de definitieve versie van een audiovisueel werk in onderlinge overeenstemming hebben vastgesteld, kan de uitvoerende kunstenaar, net zoals bij het recht van de auteur, zijn morele rechten doen gelden. 

Vermogensrechten

Eigenschappen 

De vermogensrechten geven aan de uitvoerende kunstenaar de mogelijkheid om zijn werk te exploiteren of te laten exploiteren. Door de exploitatie van het werk kan de auteur inkomsten verwerven. Alleen de uitvoerende kunstenaar zelf (natuurlijke persoon)  kan de toestemming geven voor het gebruik van zijn werk.  

De vermogensrechten worden ook wel aangeduid als: exploitatierechten of patrimoniale rechten.Ze zijn immers vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht. Ze hebben dus een vervreemdbaar karakter.  

De vermogensrechten gaan over bij erfopvolging. 

Het reproductierecht

Het reproductierecht geeft aan de uitvoerende kunstenaar het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproductie ervan toe te staan, op welke wijze of in welke vorm, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk.

De artiest heeft dus het recht om de exploitatie van zijn prestatie toe te staan of te verbieden. De personen die prestaties willen exploiteren moeten voorafgaandelijk het akkoord hebben van de uitvoerende kunstenaars. Bijvoorbeeld als men een DVD wil uitbrengen met bloopers, moet dit uitdrukkelijk overeen gekomen worden. 

Het publiek mededelingsrecht

De uitvoerende kunstenaar heeft het exclusieve recht om zijn prestatie volgens om het even welk procedé, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, aan het publiek mede te delen. Een live-optreden, een radio-uitzending, een verspreiding via een telecommunicatienetwerk (bijv. internet) en de kabel- en satellietdistributie worden allen als vormen van ‘mededeling aan het publiek’ beschouwd. 

De uitvoerende kunstenaar heeft bijv. als enige het recht om toestemming te geven voor: 

  • het meespelen in een televisiereeks, of het opnemen van een lied 
  • het opnemen van uitvoeringen 
  • het maken van kopieën van die opname 
  • het op de markt brengen van die opname 
  • het verhuren of uitlenen van die opname 
  • het uitzenden of het op een andere manier openbaar maken van die opname 

In de praktijk zal deze toestemming contractueel geregeld worden in een overeenkomst met de producent.