Net zoals de auteursrechten trachten de naburige rechten vaak economische zwakkere persoon of partij zijn of haar onderhandelingspositie te verstevigen. 

De wetgeving wijst deze bescherming, wanneer voldaan is aan de voorwaarden, toe aan drie categorieën van rechthebbenden: 

  • De uitvoerende kunstenaars 
  • De producenten van fonogrammen en films 
  • Omroeporganisaties 

De uitvoerende kunstenaar

In de Belgische auteurswet vindt men geen definitie terug van wat onder het begrip ‘uitvoerende kunstenaar’ moet worden verstaan. 
  
In het algemeen zal een uitvoerende kunstenaar de fysieke persoon zijn die (al dan niet auteursrechtelijk beschermde) werken vertolkt, opvoert of uitvoert. 
  
De internationale conventie van Rome (in België goedgekeurd door de wet van 25 maart 1999, B.S., 10 november 1999) verstaat onder uitvoerende kunstenaars : “acteurs, zangers, musici, dansers en andere personen die acteren, zingen, reciteren, declameren, spelen of anderszins werken van letterkunde of kunst uitvoeren”. 
  
Al deze personen vertonen het gemeenschappelijke kenmerk dat hun prestatie hoorbaar en/of zichtbaar is. Ook de dirigent, de koorleider en de toneelregisseur worden als uitvoerende kunstenaars beschouwd, alhoewel zij voor het publiek tijdens de uitvoering niet te horen of te zien zijn.  De auteurswet zegt uitdrukkelijk dat variété- en circusartiesten (poppenspelers, clowns, acrobaten, buiksprekers, goochelaars, uitvoerders van folklore, ...) beschouwd moeten worden als uitvoerende kunstenaars. 
  
De wet voegt er ook aan toe dat ‘aanvullende kunstenaars die volgens de beroepsgebruiken als dusdanig zijn erkend’ (zoals bijvoorbeeld figuranten in een film), niet als uitvoerende kunstenaars worden beschouwd. 
  
Op grond van de rechtspraak en de discussies die geleid hebben tot de totstandkoming van de auteurswet kunnen we afleiden dat het om een ‘artistieke’ prestatie moet gaan en bijgevolg technische, sportieve en informatieve prestaties worden uitgesloten van bescherming. De prestaties van een cameraman, geluidsman, voetbalspelers of mannequins worden dus niet beschermd via de naburige rechten. 
  
In het algemeen kunnen we stellen dat de ‘persoonlijke’ invloed op de verwezenlijking van het werk doorslaggevend is bij de vaststelling of het gaat om een uitvoerend kunstenaar. 
  
De uitvoerende kunstenaar is oorspronkelijk de fysieke (natuurlijke) persoon die de ‘artistieke prestatie’ uitvoert. Een prestatie van een uitvoerende kunstenaar kan immers niet los van een fysieke persoon worden gezien. De rechten waarover een uitvoerende kunstenaar beschikt, behoren bijvoorbeeld niet toe aan een artistieke formatie, maar aan de individuele leden van deze artistieke formatie. De uitvoerende kunstenaar kan de rechten op zijn prestatie wel overdragen aan de formatie, zoals bv. toneelgezelschap, muziekgroep, … 

De producent

De producent is ook houder van naburige rechten. 
  
Twee categorieën moeten hierbij onderscheiden worden: 

  • Muziekproducenten zoals platenmaatschappijen, artiesten die geluid in eigen beheer uitbrengen, ... (in het Wetboek aangeduid als ‘producenten van fonogrammen’). Onder ‘fonogram’ kan worden verstaan: “iedere uitsluitend hoorbare vastlegging van klanken van een uitvoering of van andere klanken”. Het gaat louter om auditieve kenmerken. Niet alleen personen die een uitvoering van een werk in de zin van het auteursrecht vastleggen (bv. vertolking van een jazzcompositie) maar ook de personen die andere geluiden zoals bv. het geluid van een bronstige stier of andere natuurlijke of achtergrondgeluiden (zelfs het geluid van een voorbijrijdende trein), vastleggen, worden beschermd door de naburige rechten. 
  •  Filmproducenten (in het Wetboek aangeduid als ‘producenten van eerste vastleggingen van films’). Onder ‘film’ kan worden verstaan: een audiovisueel werk (cinematografisch, televisie, video, dvd, ...) of een andere audiovisuele vastlegging. Voor de bescherming via de naburige rechten moet het gaan om de eerste vastlegging van het audiovisueel werk. 

Het begrip ‘producent’ wordt niet nader omschreven in het Wetboek maar op basis van de internationale verdragen en rechtspraak, kunnen we afleiden dat de producent de fysieke of rechtspersoon is die het risico draagt van de investering, de eindverantwoordelijkheid draagt en eveneens verantwoordelijk is voor de eerste vastlegging van klanken en/of beelden. 

De omroeporganisaties

De uitzendingen van omroeporganisaties worden beschermd door de naburige rechten. De bescherming is niet enkel van toepassing op de uitzending van auteursrechtelijk beschermde werken, maar op elke uitzending van geluiden of van beelden en geluiden, ongeacht of zij auteursrechtelijk beschermd zijn.   
  
Een omroeporganisatie is een instelling die televisie- of radioprogramma's verzorgt en onder haar verantwoordelijkheid uitzendt of laat uitzenden. Het gaat dus om organisaties die omroepprogramma’s voorbereiden, samenstellen, uitvoeren en (laten) uitzenden, zoals bijv. VRT, Medialaan (VTM, 2BE, Vitaya,…), SBS (VIER, VIJF),... De omroeporganisatie is de natuurlijke of rechtspersoon die in de uitzending geïnvesteerd heeft en de verantwoordelijkheid voor het goed verloop ervan draagt. 
  
Onder het begrip ‘uitzending’ verstaat de Internationale Conventie van Rome “de overdracht langs draadloze weg van klanken of van beelden en klanken voor ontvangst door het publiek”. Het is dus niet het voorwerp van de uitzending (m.a.w. niet het programma), maar wel de uitzending zelf, nl. het signaal waarmee het programma aan het publiek wordt meegedeeld, dat beschermd wordt via de naburige rechten.