Concurrentie is het bewijs dat er een markt is voor jouw dienst of product. 

Het klinkt misschien een beetje ‘vies’, maar concurrentie is een positief gegeven. Als er geen concurrentie is voor wat jij te bieden hebt, betekent dit ofwel dat jij de zogenaamde ‘heilige graal’ uitvond (waar eerder weinig kans toe is), ofwel dat niemand geïnteresseerd is in jouw ding. 

Sommigen propageren het ook als heilzaam en benadrukken de waarde van concurrentie als strategisch hulpmiddel om je doelstellingen nog beter te kunnen behalen. Het kan je helpen om na te denken over je uniciteit. 

Teveel concurrentie met andere organisaties op dezelfde dingen is niet bevordelijk voor de duurzaamheid van je eigen instelling, maar evenmin goed voor de gehele sector. De markt wordt niet groter, het aanbod wordt niet gevarieerder en er is minder keuze voor het publiek (of de klant), er wordt niet voorzien in nieuwe, nog niet geëxploreerde behoeften.  

Concurrentie is m.a.w. het bewijs dat er een markt is voor jouw dienst of product. 

Concurrenten zijn dan ook vooral nuttig om een analyse van te maken opdat je van hen kan leren. 

Stel jezelf daarom volgende vragen: 

  • Wie zijn mijn concurrenten? 
  • Waar zijn ze gevestigd? 
  • Hoe groot is hun omzet? 
  • Welk marktaandeel hebben ze? 
  • Welke prijzenpolitiek hanteren ze? 
  • Hoe voeren ze promotie
  • Wat zijn hun sterke en hun zwakke punten
  • Hoe lang deden ze erover om door te breken? (reality check
  • Kunnen zij ervan leven? Hoe komt dat? 

De belangrijkste vraag is misschien de volgende: waarin onderscheiden de producten of diensten van mijn concurrenten zich van de mijne? 

Door je te buigen over je concurrentie en het onderscheid met jezelf te benoemen, definieer je een ‘unique selling point’, datgene wat jouw uniciteit bepaalt. 

Je concurrent kan zich ook in een totaal andere sector bevinden dan de jouwe. Zo is ‘een daguitstap naar zee’ of ‘een bezoek aan IKEA’ misschien wel een grotere concurrent van een museum of een stadsfestival dan een soortgelijk event.  

En vergeet niet: in de cultuursector is er maar één zoals jij!