Image
PB BI

Er zijn 5 categorieën van beroepsinkomsten, afhankelijk van de hoedanigheid van de belastingplichtige:

  • I.   winsten: dit zijn inkomsten uit nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen
  • II.  baten: dit zijn inkomsten die men ontvangt bij de uitoefening van een vrij beroep , een ambt of post of alle andere vormen die geen nijverheids-, handels- en landbouwondernemingen zijn. Hieronder vallen ook kunstenaars
  • III.  winsten en baten uit vorige beroepswerkzaamheden
  • IV.  bezoldigingen: zowel als werknemer als de bedrijfsleidersbezoldiging (vergoeding in het kader van de uitoefening van een bestuurdersmandaat)
  • V.   pensioenen

Het zijn vooral de categorie van baten (bv inkomsten kunstenaar) als die van de bezoldigingen (werknemer of bestuurder in een vennootschap) die relevant zijn voor de cultuursector en hieronder verder worden toegelicht.
 

Belastbare inkomsten

Baten

Alle ontvangsten die je ontvangt in het kader van je professionele activiteiten worden aanzien als baten.

Voorbeeld: factuur die betaald wordt, terugstorting teveel betaalde sociale bijdragen, voordelen alle aard,…
Je wordt belast op moment van de ontvangst. 

Je bent verplicht een dagboek van de ontvangsten bij te houden en een ontvangstbewijs (of factuur) uit reiken bij betalingen.

Bezoldiging als werknemer

Een werknemer wordt belast op het loon dat hij/zij van de werkgever krijgt.

Ook de zogenaamde “voordelen van alle aard” (verder VAA genoemd) worden belast. VAA zijn voordelen met een bepaalde waarde die de werknemer ontvangt en anders zijn dan cash geld (bv. gebruik GSM voor privédoeleinden). Vaak worden deze VAA belast op basis van een forfait, wat meestal fiscaal voordelig is omdat dat forfait doorgaans lager is dan de werkelijke waarde. Zo krijgt je iets van een bepaalde waarde en wordt je slechts belast op een veel kleiner bedrag dan de werkelijke waarde.

Voorbeeld: een werknemer mag een tablet van de werkgever thuis privé gebruiken. De werknemer wordt belast op een VAA dat forfaitair is vast gelegd op 72 euro per jaar. Dat wil zeggen dat 72 euro bij zijn inkomen wordt geteld en hij of zij daar belasting op betaald. Dit is een veel lagere kostprijs dan wanneer hij zelf de tablet zou moeten aankopen.

De kosten eigen aan de werkgever  zijn kosten die gerelateerd zijn aan het beroep. Indien zij door de werknemer worden betaald en nadien worden terug betaald door de werkgever worden ze niet belast bij de werknemer. 

Voorbeeld: een werknemer betaalt een pakje postzegels voor zijn werkgever. Wanneer dat bedrag wordt terug gestort aan de werknemer, zal dat bedrag niet belast worden.
Voorbeeld: een werkgever betaalt een verplaatsingsvergoeding voor de professionele verplaatsingen die een werknemer tijdens de werkuren maakt.

Bezoldiging als bedrijfsleider

Alle vergoedingen die de vennootschap uitkeert aan de bedrijfsleider worden als beroepsinkomen aanzien: zowel rechtstreeks (maandelijks bedrag, zitpenning,…) als onrechtstreeks (de VAA).
 

Aftrekbare kosten

Van het beroepsinkomen kunnen beroepskosten worden afgetrokken. Op die manier daalt het inkomen en moet er minder personenbelasting worden betaald.

Image
Beroepskosten

Vrijstellingen

Bepaalde inkomsten zijn vrijgesteld in de personenbelasting: helemaal of gedeeltelijk. Meestal zijn hier voorwaarden aan verbonden. Enkele voorbeelden:

  • Terugbetaling woon-werkverkeer 
    • Voorbeeld: 410 euro (AJ 2020) indien de woon-werkverplaatsing met de auto gebeurt
    • Voorbeeld: de totale vergoeding indien de woon-werkverplaatsing met het openbaar vervoer gebeurt
  • Sociale voordelen
    • Voorbeeld: personeelsfeest, gratis fruit op de werkvloer, Sinterklaascadeautje voor de kinderen,…
  • Maaltijdcheques, ecocheques, sport- en cultuurcheques onder bepaalde voorwaarden
  • Flexiloon door flexijobs
  • Inkomsten uit deeleconomie, verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers tot maximum 6250 euro (AJ 2020)