Image
PB RI

Wat wordt juist belast?

Er zijn een aantal categorieën:

I.    Inkomsten uit dividenden
Voorbeeld: een aandeelhouder ontvangt een dividend. Dat dividend wordt belast door een bevrijdende roerende voorheffing van 30%.

II.    Inkomsten uit intresten
Voorbeeld: de intresten op een spaarboekje worden in principe belast door een bevrijdende roerende voorheffing van 30%, weliswaar rekening houdend met een vrijstelling van 980 euro (AJ2020).

III.    Inkomsten uit verhuur van (on)lichamelijke goederen
Voorbeeld: verhuur van toneeldecors, meubilair, royalty’s op concessie van uitvindingen,…

IV.    Inkomsten vervat in (lijf)rente
Voorbeeld: de uitbetaling van een bepaald bedrag (rente) als prijs voor een woning, wordt gekoppeld aan het leven van een bepaalde persoon.

V.    Auteursrechten
 

Auteursrechten

Wat?

Auteursrechten beschermen de originele creaties van de geest zoals literaire en wetenschappelijke teksten, boeken, choreografieën, musicals, beeldhouwwerken, schilderijen, foto’s, voordrachten, scenario’s,… 

Naburige rechten zijn rechten die vertolkende of uitvoerende kunstenaars hebben. Denk maar aan een muzikant die een bepaald werk ten uitvoer brengt. Ook hier rusten rechten op.
 

Meer info

Meer weten over auteursrechten en naburige rechten? 

Je kan inkomsten verkrijgen uit die auteursrechten of naburige rechten. Dat is het geval wanneer je die rechten overdraagt (cessie) of in concessie geeft of wanneer je licenties verleent. Sinds 2008 worden deze inkomsten gezien als roerende inkomsten, ook al kaderen ze in een beroepsactiviteit. In bepaalde gevallen ondergaan deze inkomsten een interessante fiscale regeling.

Let op: soms is er discussie over de vergoeding voor het auteursrecht en de vergoeding voor de prestatie. Dit komt bijvoorbeeld voor bij journalisten. Vaak wordt hiervoor vooraf een “ruling” (voorafgaande beslissing) aangevraagd.

Interessante fiscale regeling

Image
auteursrechten fiscaal

Alle inkomsten inzake auteursrechten beneden de 61.200 euro (AJ 2020)worden belast als roerend inkomen, ook al zijn ze beroepsmatig verkregen.

Boven dit grensbedrag moet gekeken worden of de auteursrechten als roerend inkomen kunnen worden gekwalificeerd, dan wel als beroepsinkomen. In dat laatste geval, worden ze bij het beroepsinkomen gevoegd.

Tarief

Er geldt een tarief van 15% voor de auteursrechten beneden de 61200 euro. Voor de auteursrechten hierboven geldt ook een tarief van 15% wanneer het roerende inkomsten zijn. Als ze beroepsmatig zijn verkregen, wordt de inkomsten erboven progressief belast.

Roerende voorheffing

Bij auteursrechten wordt roerende voorheffing ingehouden. Dit gebeurt bij de bron, d.w.z. bij diegene die de auteursrechten uitbetaalt. Dit is eigenlijk een soort “voorschot” op de te betalen belasting.

Het bedrag roerende voorheffing bedraagt 15% voor de auteursrechten onder de 61200 euro (en komt zo overeen met het tarief in de personenbelasting, zodat er niet moet worden bijbetaald achteraf). Daarboven wordt 30% ingehouden. Het eventueel teveel betaalde kan via de aangifte in de personenbelasting gerecupereerd worden.

Meer info

Aftrekbare kosten

Voor de auteursrechten onder de 61200 euro, mogen van het brutobedrag nog kosten worden afgetrokken. Het gaat dan ofwel om de werkelijke kosten (die moeten kunnen worden bewezen) ofwel om forfaitaire kosten.

Voor de inkomsten geïnd in 2019 (AJ 2020):

  • 50% op de inkomstenschijf van 0 euro tot 16.320 euro;
  • 25% op de inkomstenschijf van 16.321 euro tot 32.640 euro;
  • boven de 32.640 euro kunnen er geen forfaitaire beroepskosten meer worden afgetrokken.

Aangifte

De aangifte moet steeds nog beuren in de personenbelasting, ook al werd er reeds roerende voorheffing ingehouden.