Wanneer is er een overgang van rechtspersonenbelasting naar vennootschapsbelasting? 

De overgang van rechtspersonenbelasting naar vennootschapsbelasting kan in de eerste plaats vrijwillig zijn omdat men vaststelt dat de voorwaarden van vennootschapsbelasting van toepassing zijn. In de tweede plaats kan de overgang opgelegd worden door een actie van de fiscus (en daarbij horende procedure). 

Stappen rond de overgang

Van onduidelijkheid naar een nieuwe wet

De vennootschapsbelasting is helemaal anders opgevat dan de rechtspersonenbelasting. Dat roept bij een overgang een aantal vragen op. Lange tijd heerste hier rond grote onduidelijkheid en moest men zich baseren op een circulaire van 1977 en antwoorden op parlementaire vragen. Sinds 2019 is hier meer duidelijkheid rond gekomen door een nieuwe wet die de overgang regelt.

Regels rond de overgang

  1. de werkelijk gestorte inbrengen in geld of natura in een VZW voor het eerste aanslagjaar in de vennootschapsbelasting worden aanzien als “gestort kapitaal”. Dat wil zeggen dat deze bedragen niet belast worden, ook niet bij teruggave
  2. de voorzieningen voor risico’s en kosten die dateren van voor het eerste aanslagjaar in de vennootschapsbelasting worden beschouwd als “reeds belaste reserves”.
  3. de vroeger gereserveerde winsten die dateren van voor het eerste aanslagjaar in de vennootschapsbelasting worden beschouwd als “reeds belaste reserves”.
  4. de vroegere herwaarderingsmeerwaarden en kapitaalsubsidies worden vrijgesteld en blijven dit voor zover ze op één of meerdere afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt blijven en niet tot grondslag dienen voor enige beloning of
  5. de kosten die voorheen het voorwerp hebben uitgemaakt van een voorziening voor risico’s en kosten of verliezen die voorheen het voorwerp hebben uitgemaakt van een waardevermindering, zijn aftrekbaar als beroepskosten voor het aanslagjaar dat zij werkelijk zijn gedragen, voor zover voldaan is aan de voorwaarden van art. 49 WIB
  6. de in aanmerking te nemen afschrijvingen, min- of meerwaarden op activa worden bepaald alsof de rechtspersoon altijd aan de vennootschapsbelasting onderworpen is geweest
  7. de voorheen geleden verliezen mogen niet in mindering worden gebracht van de belastbare grondslag van aan-slagjaren waarvoor de rechtspersoon aan de vennootschapsbelasting is onderworpen

Voorbeeld

Een VZW festival wordt gedwongen om in 2019 de omschakeling te maken naar de vennootschapsbelasting. In de jaren 2015, 2016 en 2017 werd er een totaal verlies gemaakt van 75.000 euro. In 2018 en 2019 een winst van telkens 15.000 euro. Voor 2019 zal men belast worden in de vennootschapsbelasting op de winst van dat jaar, zonder de verliezen uit het verleden te kunnen verrekenen. Eventueel opgebouwde reserves en ingebrachte gelden en goederen in natura worden niet belast in de vennootschapsbelasting.