Verenigingswerk, burger-aan-burger en deeleconomie

Wie 4/5e werkt als werknemer, het statuut van zelfstandige in hoofdberoep heeft of gepensioneerd is kan onbelast bijklussen via het zogeheten verenigingswerk of de occasionele diensten aan burgers.  

Voor het bijklussen via deeleconomie geldt deze regel niet. Dat kan iedereen doen.  

Je bouwt er uiteraard geen sociale rechten mee op. 

Vergoedingen en inkomsten

Verenigingswerk  

Wat verenigingswerk kan zijn, wordt in een gedetailleerde lijst omschreven. 

Voor cultuur lezen we onder meer “artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuureducatieve sector”, “gidsen of publieksbegeleider van cultureel erfgoed”, “persoon die actief is bij initiatieven van sociaalcultureel volwassenwerk, organisaties voor de bescherming van het leefmilieu, cultureel en onroerend erfgoed, duurzame ontwikkelingssamenwerking of -educatie, culturele en artistieke organisaties”, “verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema’s” en verschillende administratieve ondersteuningen aan verenigingen.  

Voor verduidelijkingen over de lijst verwijst de minister naar het onthaalbureau van de RSZ. 

Burger-aan-burger 

Ook hier wordt gewerkt met een gedetailleerde lijst. Voor cultuur lezen we “bijlessen, muziek-, teken-, knutsel- of techniekles in de privéwoning van de lesgever of in de woning van de opdrachtgever”. Voor verduidelijkingen over de lijst verwijst de minister naar het onthaalbureau van de RSZ. 

 Wie deze activiteiten reeds als zelfstandige uitoefent, kan niet cumuleren. Wie als werknemer aan het werk is mag zijn werkgever geen oneerlijke concurrentie aandoen.  

Deeleconomie 

Enkel de diensten die je levert via een erkend deeleconomieplatform komen in aanmerking. De lijst van erkende platformen vind je hier:  
In de cultuursector zien we voornamelijk privéleerkrachten die hun diensten aanbieden via dergelijke platformen.  

Basisvergoeding / -inkomst  

Je mag maximum 6130 euro per jaar onbelast bijverdienen. Om dat plafond te berekenen telt men de inkomsten van de 3 systemen samen.  

De inkomsten uit verenigingswerk (plus verplaatsingskosten) en uit diensten aan burgers mogen samen niet meer dan 510,83 euro per maand bedragen. 

Verdien je toch meer dan 6130 euro per jaar, dan wordt het hele inkomen beschouwd als beroepsinkomen en zal je er ook sociale bijdragen op moeten betalen. Voor deeleconomie en burger-aan-burger is dit een vermoeden van zelfstandigheid, voor verenigingswerk een werknemerschap. 

Voorbeeld

Ik ben voltijds in dienst als leerkracht Muzikale Opvoeding en geef blokfluitles aan mijn buurmeisje.  

Ik ben gepensioneerd en begeleid een groep kinderen bij het maken van blokfluiten uit wortels voor een vereniging die duurzame volksmuziek promoot.  

Combinatiemogelijkheden

Er zijn een aantal specifieke combinaties verboden:  

Wie al met een arbeidsovereenkomst, als zelfstandige of als bezoldigd vrijwilliger actief is voor een vereniging kan de uitbetaling als verenigingswerker niet combineren bij dezelfde organisatie. 
Als gewezen werknemer (ook via uitzendarbeid) moet je minstens één jaar wachten om als verenigingswerker aan de slag te gaan voor dezelfde organisatie. Voor wie op pensioen gaat kan het wel, voorzover er ook in een vervanging wordt voorzien als werknemer. 
Je kan wel meerdere verenigingswerken en vrijwilligersactiviteiten met elkaar combineren voor verschillende organisaties.  

 Wie deze activiteiten burger-aan-burger reeds als zelfstandige uitoefent, kan niet cumuleren. Wie als werknemer aan het werk is mag zijn werkgever geen oneerlijke concurrentie aandoen.  

Als je voor deeleconomie dezelfde activiteiten (bvb. lesgeven) al als zelfstandige doet, kan je geen gebruik maken van de regeling. Wie in een zogezegd kunstenaarsstatuut zit (dat wil zeggen: als kunstenaar genieten van voordeelregels in de werkloosheidsreglementering), geeft deze activiteiten best aan via de vakbond of hulpkas. Gepresteerde dagen werk via de deeleconomie zullen wel nooit meetellen als gewerkte dagen, aangezien er geen sociale zekerheidsinhoudingen gebeuren. 

Administratieve verplichtingen

Tussen verenigingswerker en organisatie wordt een “overeenkomst inzake verenigingswerk” afgesloten.  

Het feit dat je op een andere manier actief moet zijn, wordt beoordeeld aan de hand van het 3de kwartaal voor het begin van het werk of dienst.  

Voor wie werkloos of arbeidsongeschikt wordt of uitgesteld loon geniet, gelden speciale regels. Vraag dit zeker na bij de consulenten van Cultuurloket of de controlerende instantie. Zo mag de uitkeringsgerechtigde werkloze een aflopend verenigingswerk nog verderzetten met behoud van uitkeringen en toestemming van de RVA. 

 

Voor burger-aan-burger is een mondelinge afspraak en een aangifte op het platform voldoende. De aanbieder moet een bijkomende verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voorzien en reglementeringen over hygiëne, veiligheid, … in acht nemen. 

 

Voor deeleconomie: Je sluit je aan bij een erkend deeleconomieplatform. Het platform rapporteert je inkomsten aan de fiscus. Let op! Ook de afhoudingen (administratieve kosten) die de platformen doen, tellen dus mee om het uiteindelijke plafondbedrag te berekenen. 

Hoe word ik het?

De inkomsten die je haalt uit occasionele diensten aan burgers moet je zelf aangeven via www.bijklussen.be. Wat je verdient via verenigingswerk of deeleconomie wordt door de organisatie of het platform aangegeven.  

De werknemer krijgt ook een specifieke bescherming voor zijn aansprakelijkheid en welzijn. De organisatie is verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke schade af te sluiten. De vereniging moet ook ingeschreven zijn in de Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO). Voor een feitelijke vereniging volstaat een identificatie bij de RSZ.  
Tot slot is er de aangifte op het online portaal.