De “flexi-job” is in essentie een systeem om de loonkost voor bepaalde sectoren te drukken.

Dit gebeurt door voor flexi-werknemers de normale sociale zekerheidsbijdragen en de daarbij horende kortingen te vervangen door een eenduidige “bijzondere” patronale bijdrage van 25%. 

De werkgever (of diens uitzendkantoor) moet actief zijn in een bepaalde sector, meer bepaald:  

  • de horeca,  
  • de broodbakkerijen die bijdragen aan het 'Waarborg- en sociaal fonds voor de bakkerij, banketbakkerij en consumptiesalons bij een banketbakkerij’,  
  • de handel in voedingswaren,  
  • de zelfstandige kleinhandel,  
  • de kleinhandel in voedingswaren,  
  • de middelgrote levensmiddelenbedrijven,  
  • de grote kleinhandelshandelszaken,  
  • de warenhuizen, 
  • het kappersbedrijf en de schoonheidszorgen. 

De mogelijkheid om flexi-werknemer te zijn hangt ook af van een aantal eigenschappen van de werknemer zelf. 

Wordt iemand onterecht als flexi-jobber aangegeven, vervangt men deze door een gewone tewerkstelling met de gewone minimumlonen, sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing. Daarnaast wordt het flexiloon met 125% verhoogd. 

Basisvergoeding / -inkomst

Als flexijobber ben je een werknemer met een flexiloon. Vanaf 1 september 2018 mag dit loon niet minder bedragen dan 9,36 EUR per uur. Je hebt ook recht op alle extra’s die het arbeidsrecht, de cao’s of de overeenkomst zou voorzien (denk aan eindejaarspremies, nachtwerk, overuren…). Deze extra’s worden dan ook beschouwd als een flexiloon. Daarbovenop is er nog flexi-vakantiegeld van 7,67% (0,72 EUR per uur in het geval van het minimumloon van 9,36 EUR) verschuldigd.  

Op dit alles wordt de bijzondere patronale bijdrage van 25% geheven.  

Er is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op het flexiloon. Het brutoloon is gelijk aan het nettoloon. Wel wordt een fiscale fiche 281.10 afgeleverd.  

Op de uitbetaalde voordelen die ook bij een gewone tewerkstelling niet aan de “normale” sociale zekerheidsbijdragen onderworpen zijn – zoals maaltijdcheques en bedrijfswagens – zijn wel de normale regels inzake sociale zekerheidsbijdragen en fiscaliteit van toepassing.  

De indexering van het minimumloon volgt deze van de sociale uitkeringen.  

Deze activiteit en het daaruit voortvloeiende loon worden gelijkgesteld voor de sociale zekerheidsopbouw. Je zal er dus bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering en pensioen mee opbouwen. Ook vakantiedagen krijg je mee. Je hebt geen recht op loon of dubbel vakantiegeld op het moment dat deze worden opgenomen.  

Voorbeeld

Joe Pamone werkt 4/5e als werknemer op het klantenonthaal van een regionaal ziekenhuis. In zijn vrije tijd wenst hij bij te verdienen in het café van De Achterruit.

Dit café valt onder het paritair comité van de horeca en kan dus gebruik maken van het systeem van de flexi-jobs. De Achterruit sluit met Joe een raamovereenkomst en roept hem af en toe op om op vrijdagavond de drukte te overwinnen.  

Combinatiemogelijkheden

De flexi-jobber mag tijdens de flexi-job bij dezelfde werkgever niet tewerkgesteld zijn met een andere arbeidsovereenkomst waarvoor hij tijdens het kwartaal 80% of meer prestaties levert in vergelijking met wat theoretisch mogelijk is in een voltijdse betrekking (lees: “4/5e werken”). Hij mag zich ook niet in een periode van opzeg of verbrekingsvergoeding bevinden bij die werkgever.  

De flexi-jobber kan geen zelfstandige in hoofdberoep zijn.  

Administratieve verplichtingen

De werkgever sluit met de potentiële flexi-jobber een raamovereenkomst af. Daarin staat: 

  • De identiteit van beide partijen;  
  • Een beknopte beschrijving van de functie(s);  
  • Het flexiloon;  
  • De wijze waarop de flexi-arbeidsovereenkomst door de werkgever aan de flexi-jobber moet worden voorgesteld (mondeling of schriftelijk) alsook de termijn waarbinnen dit moet gebeuren;  
  • Een omschrijving van de voorwaarden waaraan de flexi-jobber moet voldoen om een flexi-job te kunnen uitoefenen (de 4/5e tewerkstelling).  

Binnen die raamovereenkomst kunnen flexi-arbeidsovereenkomsten van één dag (kan mondeling) of een langere periode worden aangeboden. De flexi-jobarbeidsovereenkomst zal steeds gesloten worden voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk. Deze moeten op de werkplek ter beschikking worden gehouden.  

Hiervoor moet de werkgever zich registreren als werkgever bij de RSZ en dient er een DIMONA & DmfA-aangifte te gebeuren. De DIMONA controleert meteen of de potentiële flexi-jobber aan de activiteitsvoorwaarde voldoet.  

Wanneer het gaat om een flexi-arbeidsovereenkomst voor een langere periode, moet er een systeem zijn dat de prestaties van de flexi-jobber registreert en bijhoudt. Bij de dagcontracten kan de DIMONA dit in principe opvangen. Een overtreding op deze registratie wordt bestraft door het Sociaal Strafrechtboek en activeert het vermoeden dat de werknemer voltijds in dienst was gedurende het betreffende kwartaal aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen en andere verplichtingen.  

De flexi-jobbers die via een uitzendkantoor worden tewerkgesteld sluiten geen raamovereenkomst af. Dezelfde inhoud wordt wel behandeld in de overeenkomst met het uitzendkantoor.  

De regel dat personen in een variabel uurrooster op voorhand schriftelijk in kennis moeten worden gesteld van hun uurrooster, geldt niet voor de flexi-jobbers.  

Hoe word ik het?

De potentiële flexi-jobber moet 3 kwartalen voorafgaand aan het kwartaal waarin hij actief is als flexi-jobber minstens 80% van wat theoretisch mogelijk is in een voltijdse betrekking bij andere werkgever(s) prestaties leveren. Dit kan samengevat worden als “4/5e” werken als werknemer.

Dit mag niet gebeuren in andere gunststelsels zoals studentenjobs, gelegenheidswerknemers in de horeca en flexi-werk zelf. Moederschapsrust, adoptieverlof en tijdelijke werkloosheid wordt wel meegerekend. De uitgestelde bezoldiging of werkloosheidsuitkering met vrijstelling voor het zoeken naar werk van tijdelijke leerkrachten wordt ook meegerekend als activiteit.  

Buitenlandse prestaties gedekt door de sociale zekerheid daar tellen mee, maar zullen zelf bewezen moeten worden bij de RSZ.  

De wettelijk gepensioneerden zonder tewerkstellingsvoorwaarden kunnen ook van dit systeem genieten. De gepensioneerden moeten geen ‘activiteitsgraad’ bewijzen, wel gepensioneerd zijn 2 kwartalen voorafgaand aan de activiteit. Zij die een overgangsuitkering genieten worden van het systeem uitgesloten (d.i. de tijdelijke uitkering aan de overlevende huwelijkspartner die niet de leeftijd heeft bereikt voor een overlevingspensioen). Alle andere voorwaarden gelden wél voor de wettelijk gepensioneerden.