De individuele beroepsopleiding (IBO) is een traject voor een werkzoekende van 1 tot 6 maanden.

Deze pagina behandelt de Vlaamse IBO. Er bestaan zeer soortgelijke stelsels voor het BHG en Waals Gewest. We leggen bovendien het algemeen stelsel van de Vlaamse IBO uit – er bestaan aanvullende/versoepelende regels voor kwetsbare werkzoekenden. Informeer je dus zeker altijd goed bij Cultuurloket of VDAB!   

De individuele beroepsopleiding (IBO) is een traject van 1 tot maximum 6 maanden waarbij competenties worden aangeleerd aan een werkzoekende binnen een bepaald bedrijf. Deze werkzoekende wordt dan vervolgens in dienst genomen. Hiermee wordt aan werkgevers de opportuniteit geboden om bepaalde eigenschappen en ervaringen die niet spontaan op de arbeidsmarkt te vinden zijn – maar wel noodzakelijk zijn voor de vacature – in een voortraject zelf aan te leren aan werkzoekenden, zonder dat zij hiervoor loonkosten op zich moeten nemen.  

Het traject is gebaseerd op een opleidingsplan dat de bij de start ontbrekende competenties omschrijft en koppelt aan acties. De hele opleiding (of ook het voortraject) wordt opgevolgd en geëvalueerd door een IBO-consulent (VDAB). De VDAB moeten ook voor de aanvang hun akkoord geven.  

Na de (succesvolle) IBO wordt de werkzoekende in principe voor onbepaalde duur in dienst genomen voor dezelfde soort functie en onder dezelfde soort arbeidsvoorwaarden als aangegeven in het opleidingsplan en in de modelovereenkomst. Uitzonderingen moeten op voorhand aangegeven en goedgekeurd worden door de VDAB consulent. 

Deze manier van werken krijgt de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF).  

Basisvergoeding / -inkomst

De werkgever betaalt enkel een vaste premie aan de VDAB, gebaseerd op de toekomstige loonschaal van de werkzoekende (of diens tewerkstellingsbreuk bij een deeltijdse IBO), van:  

  • 650 euro als de loonschaal minder dan 1 700 euro bedraagt; 
  • 800 euro als de loonschaal tussen de 1 700 en 2 000 euro bedraagt; 
  • 1 000 euro als de loonschaal tussen de 2 000 en 2 300 euro bedraagt; 
  • 1 200 euro als de loonschaal tussen de 2 300 en 2 600 euro bedraagt; 
  • 1 400 euro als de loonschaal meer dan 2 600 euro bedraagt. 

De werkzoekende krijgt een premie van de VDAB afhankelijk van de hoogte van een andere uitkering (of diens tewerkstellingsbreuk bij een deeltijdse IBO), van: 

  • 20 % van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van minstens 38,5 euro per dag; 
  • 40 % van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van minstens 25,66 euro per dag en maximaal 38,49 euro per dag; 
  • 60 % van het GGMMI bij een vervangingsinkomen van maximaal 25,65 euro per dag; 
  • 80 % van het GGMMI als de cursist geen inkomen heeft. 

Op dit moment komt dit neer op 1.250 EUR voor iemand zonder ander inkomen. Dit is een bruto-vergoeding. Er wordt een bedrijfsvoorheffing van 11,11% ingehouden.  

Er is geen verplichting voor de werkgever om verplaatsingskosten te betalen aan de werkzoekende. Wel zijn er verplaatsingsvergoedingen en kinderopvang mogelijk vanuit de VDAB.   

Als werkzoekende bouw je hiermee geen enkel sociaal recht op (eindejaarspremie, vakantiegeld, gewaarborgd loon bij ziekte…). De werkzoekende kan wel reeds opgebouwde vakantiedagen opnemen tijdens de opleiding. De werkzoekende mag ook geen overuren presteren.   

Voorbeeld

Vzw Bij de Propere Meisjes heeft een vacature voor een podiumtechnicus die moeilijk ingevuld raakt. Er zijn wel kandidaten, maar ze ontbreken allemaal bepaalde technische competenties eigen aan de organisatie en hun infrastructuur.

De hoofdtechnicus schat dat het ongeveer 3 maanden zal duren om iemand op te leiden alvorens deze zelfstandig aan de slag kan gaan. Er wordt een profiel, opleidingsplan en competentiekloof opgemaakt voor een van de meer geschikte kandidaten.

De VDAB ondersteunt, begeleidt, controleert en keurt het proces goed, de vzw betaalt de eerste 3 maanden enkel de premie aan de VDAB. Daarna komt de persoon in dienst aan dezelfde arbeidsvoorwaarden als opgenomen in het plan.  

Combinatiemogelijkheden

De IBO kan gecombineerd worden met een taalcoaching en specifieke maatregelen voor werkzoekenden met een arbeidshandicap. 

De IBO kan gecombineerd worden met een zelfstandigheid in bijberoep naast de werkloosheidsuitkering, zolang de uren van de IBO niet in het gedrang komen. 

De IBO kan gecombineerd worden met een deeltijdse job, voor zover de IBO minstens halftijds is en de uren van de IBO niet in het gedrang komen.  

Administratieve verplichtingen

De werkgever doet een DIMONA-aangifte.  

De werkgever stelt een opleidingsplan op. Dit opleidingsplan focust op de competentiekloof tussen de vacature en de werkzoekende. Hij vergelijkt dus welke competenties nodig zijn om een bepaalde job uit te oefenen (van technische tot persoonlijke) met de huidige competenties van de werkzoekende. Vervolgens bepaalt de werkgever op welke manier, gedurende welke tijdspanne en door wie deze competenties aangeleerd zullen worden.

De VDAB heeft met focus op bepaalde beroepen binnen bepaalde sectoren voorbeeldopleidingsplannen ter beschikking. Deze vind je hier. Je vindt er onder andere opleidingsplannen voor podiumtechnici en cameramannen of -vrouwen.  

Tot slot wordt de VDAB gecontacteerd voor goedkeuring en opstart. Er wordt een modelcontract afgesloten.  

De werkgever voorziet een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en een gemeenrechtelijke verzekering die de werkzoekende dezelfde garanties biedt als een arbeidsongevallenverzekering (inclusief verplaatsing van en naar de opleidingsplek). 

De werkzoekende houdt in voorkomend geval een blauwe stempelkaart bij.   

Hoe word ik het?

De werkgever moet gevestigd zijn in Vlaanderen of het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest en tot de openbare of private sector behoren. Uitgesloten zijn wetgevende en rechterlijke macht, medewerkers die in dienstencheques worden uitbetaald, doelgroepmedewerkers in een maatwerkbedrijf of de lokale diensteneconomie, afdelingen die economische werkloosheid inroepen of werkgevers met schulden aan VDAB.  

De werkzoekende moet ingeschreven zijn bij de VDAB, diens vorige job niet hebben opgezegd om aan een IBO te kunnen beginnen en nog niet eerder bij de werkgever hebben gewerkt (wel toegelaten zijn ex-studentenjobbers of uitzendkrachten met minder dan 20 of 24 werkdagen op de teller).  

Na elkaar gevonden te hebben – al dan niet met begeleiding van VDAB– stelt de werkgever een opleidingsplan op. Dit opleidingsplan focust op de competentiekloof tussen de vacature en de werkzoekende. Hij vergelijkt dus welke competenties nodig zijn om een bepaalde job uit te oefenen (van technische tot persoonlijke) met de huidige competenties van de werkzoekende. Vervolgens bepaalt de werkgever op welke manier, gedurende welke tijdspanne en door wie deze competenties aangeleerd zullen worden. De VDAB heeft met focus op bepaalde beroepen binnen bepaalde sectoren voorbeeldopleidingsplannen ter beschikking. Deze vind je hier. Je vindt er onder andere opleidingsplannen voor podiumtechnici en cameramannen of -vrouwen. Tot slot wordt de VDAB gecontacteerd voor goedkeuring en opstart en wordt er een modelcontract afgesloten.  

Na de (succesvolle) IBO wordt de werkzoekende in principe voor onbepaalde duur in dienst genomen voor dezelfde soort functie en onder dezelfde soort arbeidsvoorwaarden als aangegeven in het opleidingsplan en de modelovereenkomst. Uitzonderingen moeten op voorhand aangegeven en goedgekeurd worden door de VDAB consulent. 

De nieuwe werknemer heeft een ontslagbescherming voor dezelfde duur als die van de IBO, tenzij omwille van dringende redenen.