De voordeelregels voor kunstenaars in de werkloosheidsreglementering.

Er is geen apart statuut voor kunstenaars. Als je artistiek of technisch-artistiek werk doet of ondersteunende prestaties doet in de artistieke sector, ben je voor de sociale zekerheid werknemer of zelfstandige (tenzij je een kleine vergoeding krijgt, werkt als vrijwilliger, …).   

Met “kunstenaarsstatuut” wordt bedoeld dat je tussen twee jobs een werkloosheidsuitkering krijgt en dat je geniet van voordeelregels in de werkloosheid voor kunstenaars/technici/ondersteunende functies in de artistieke sector. In de engere zin heb je het “kunstenaarsstatuut” als je geniet van het “neutralisatievoordeel” (wat wil zeggen dat je uitkering niet zakt in de tijd). 

Recht op een uitkering

Als je artistiek, technisch-artistiek of ondersteunend werk doet in de artistieke sector, moet je zoals iedereen een aantal dagen gewerkt hebben als werknemer (of in toepassing van artikel 1bis RSZ-wet) tijdens een bepaalde periode, in functie van je leeftijd: 

  • tot 35 jaar: 312 dagen in een periode van 21 maanden of 468 dagen in een periode van 33 maanden of 624 dagen in een periode van 42 maanden 
  • 36 tot 49 jaar: 468 dagen in een periode van 33 maanden of 624 dagen in een periode 42 maanden 
  • vanaf 50 jaar: 624 dagen in een periode van 42 maanden 

Dit is een vereenvoudigde voorstelling. Voor meer info zie infoblad T31 van de RVA

Opgelet: Als je voltijds (38h) werkt gedurende een week, zijn dat voor de RVA zes arbeidsdagen. Als de arbeidsduur uitgedrukt is in uren, moet je het aantal uren vermenigvuldigen met 6 en delen door 38. 

Voorbeeld

Je hebt op maandag 4 en op woensdag 5,5 uur gewerkt.  

(4 + 5,5) x 6 : 38 = 1,5 arbeidsdagen 

Cachetregel

Deze regel geldt enkel voor artistiek werk, niet voor technisch-artistiek werk. 

In de werkloosheidsreglementering is het vaak van belang om een aantal gewerkte dagen te bewijzen binnen een bepaalde periode: om recht te krijgen op een uitkering, om te beletten dat je uitkering daalt in de tijd (neutralisatievoordeel), om niet-artistieke werkaanbiedingen te kunnen weigeren enz. 

Als je artistiek werk doet en daarvoor een taakloon krijgt, past de RVA de cachetregel toe om het aantal arbeidsdagen te berekenen. Een taakloon betekent dat je werkt als werknemer (of in toepassing van artikel 1bis RSZ-wet) en dat je een loon krijgt voor een bepaalde prestatie of taak. Er is dus geen verband tussen de vergoeding en het aantal uren of dagen dat je werkt. De cachetregel houdt in dat het brutoloon gedeeld wordt door 61,30 (bedrag geldig in 2019) om het aantal arbeidsdagen te berekenen.  

Voorbeeld

Een muzikant krijgt een taakloon van 405 euro bruto voor een optreden. 

Het aantal arbeidsdagen = 405: 61,30 = 6,6 

Het resultaat is begrensd tot maximum 156 dagen per kwartaal (104 als je binnen dat kwartaal slechts gedurende één maand met taakloon gewerkt hebt en 130 als je binnen dat kwartaal slechts gedurende twee maand met taakloon gewerkt hebt.  

Voorbeelden

Als onze muzikant behalve voor dat ene optreden in de loop van dat kwartaal geen ander werk heeft gedaan waarvoor hij betaald is met een taakloon, dan is het maximum 104 arbeidsdagen. Haar 6,6 arbeidsdagen liggen ver onder het maximum en tellen dus allemaal mee. 

 

Een acteur is van 15 tot 20 mei en van 5 tot 15 juni aanwezig op de filmset. Dat zijn twee maanden binnen een kwartaal. Per periode krijgt hij als taakloon 5.000 euro bruto. Hij heeft geen andere taaklonen gekregen in de loop van het kwartaal. 

Het aantal arbeidsdagen = 10.000 : 61,3 = 163,13 

Aangezien hij al zijn prestaties tegen taakloon verricht heeft in de loop van twee maanden binnen het kwartaal, wordt het aantal arbeidsdagen teruggebracht tot het maximum van 130.  

Het aantal arbeidsdagen berekend in toepassing van de cachetregel wordt verhoogd met de eventuele arbeidsdagen die betaald werden per tijdsduur (zelfs wanneer het totaal aantal dagen daardoor het maximum van respectievelijk 104, 130 of 156 dagen overstijgt). 

De cachetregel wordt enkel toegepast voor artistieke prestaties. Technische of ondersteunende prestaties in de artistieke sector komen niet in aanmerking. 

Bedrag uitkering

De werkloosheidsuitkering is een percentage van het brutoloon dat je ontvangen hebt tijdens de laatste tewerkstelling van minstens vier opeenvolgende weken bij dezelfde werkgever (met een loongrens van maximum 2.671,37 euro en minimum 1.593,81 euroin 2019).  

De eerste drie maanden krijg je 65% van het referteloon. Vanaf de vierde maand wordt dat 60% en nadien daalt de uitkering (in principe) verder naarmate je langer werkloos bent. Zie daarover infoblad T31 (algemeen) en T53 (voor kunstenaars) van de RVA. 

Heb je geen vier opeenvolgende weken bij dezelfde werkgever gewerkt en werd je betaald met een taakloon, dan wordt de uitkering berekend op basis van het brutoloon (taaklonen plus gewone lonen) tijdens het kwartaal vóór het kwartaal dat aan de aanvraag voorafgaat, gedeeld door drie. 

Voorbeeld

Een muzikante met opeenvolgende tewerkstellingen van minder dan vier weken vraagt haar uitkering aan in december (dus op het einde van het vierde kwartaal). In de loop van het derde kwartaal  (juli, augustus, september) heeft ze 3.300 euro bruto verdiend als taakloon voor optredens en 1.550 euro bruto voor drie weken werk als kelner in een restaurant.  
 
Haar uitkering zal berekend worden op basis van een maandloon van 3.300 + 1.550 = 4.850 euro : 3 = 1.616,67 euro. 

Je hebt er dus belang bij je uitkering aan te vragen na een tewerkstelling van minstens vier opeenvolgende weken bij dezelfde werkgever met een goed loon, of, als je taaklonen gekregen hebt, na een kwartaal waarin je goed verdiend hebt. Je moet er natuurlijk ook rekening mee houden dat je op het moment van de aanvraag moet voldoen aan de voorwaarde om een uitkering te krijgen (zie “recht op een uitkering” hierboven). 

Artistieke activiteit en werkloosheidsuitkering

Je kunt artistiek of technisch-artistiek werk doen met behoud van je uitkering.  

Als je artistieke prestaties levert in loondienst, op basis van artikel 1bis RSZ-wet of als zelfstandige, of als je bestuurder bent van een vzw of vennootschap die artistieke activiteiten beheert, moet je vooraf een formulier C1-artiest invullen. Dat formulier moet je ook invullen als je auteurs- of naburige rechten krijgt. 

Als technieker/ondersteuner van de artistieke sector moet je geen C1-artiest invullen. 

 

Controlekaart 

Op de dagen dat je volgende activiteiten verricht, moet je ze aanduiden als arbeidsdagen op je controlekaart:  

  • publieke vertolkingen  
  • aanwezigheid bij de tentoonstelling van je kunstwerken, als je zelf instaat voor de verkoop of als je een contract hebt met de verkoper waarin staat dat je aanwezig moet zijn 
  • aanwezigheid bij de opnames of voorstellingen van audiovisuele werken 
  • activiteiten die je verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst of in toepassing van artikel 1bis RSZ-wet. 

Voor deze dagen krijg je geen uitkering. 

Gaat het over 28 of meer opeenvolgende dagen, dan moet je een nieuwe uitkeringsaanvraag indienen. 

 

Je werkt als werknemer 

        1. taakloon en cumulregel 

Als je betaald wordt met een taakloon (zie cachetregel hierboven), moet je dat aangeven met het formulier C3, en past de RVA de cumulregel toe om te berekenen gedurende hoeveel dagen je geen recht hebt op een uitkering. 

De formule is [YA – (C x Y)] : Y 

Hierbij staat YA voor het brutoloon, C voor het aantal gewerkte dagen (zoals aangegeven op de controlekaart) en Y voor 90,15 (in 2019). 

Het resultaat wordt afgerond naar beneden. 

Voorbeeld

Je werkt als regisseur van 14 tot en met 28 februari en krijgt daarvoor een taakloon van 7.500 euro. 

[7.500 – (15 x 90,15)] : 90,15 = 68,19 

Resultaat: je hebt gedurende 15 (gewerkte dagen) plus 68 (resultaat van de cumulberekening) = 83 dagen geen recht op een uitkering. 

Per kwartaal wordt het resultaat van de berekening beperkt tot 156 kalenderdagen. 

Aandachtspunten: 

  • Binnen één kwartaal mogen de niet-vergoedbare periodes elkaar overlappen. 
  • Tijdens de niet-vergoedbare periode moet je alle arbeidsdagen en andere niet-vergoedbare dagen (ziekte, betaalde vakantie, verblijf in het buitenland, …) aanduiden op je controlekaart (met de letter A).  
  • Voor zaterdagen geldt een bijzondere regeling:  
  • zaterdagen die volgen op een niet-vergoedbare week of die liggen tussen een niet-vergoedbare vrijdag en een niet-vergoedbare maandag, zijn niet-vergoedbaar 
  • zaterdagen die voorafgegaan werden door 2 of 3 activiteitsdagen, zijn halftijds vergoedbaar. 
  • Gedurende de niet-vergoedbare periode moet je niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.  

        2. inactiviteitsdagen - C160-artiest 

Soms heb je een arbeidsovereenkomst gesloten voor een bepaalde periode en heeft je werkgever voor de volledige periode een Dimona-aangifte gedaan, maar werk je niet alle dagen tijdens die  periode. Dan kun je een uitkering krijgen voor de dagen die je niet werkt, onder de volgende voorwaarden: 

  • Het gemiddelde  bruto-maandloon is lager dan 2.000 euro (of dan het minimumloon volgens de toepasselijke cao).  Het gemiddelde brutomaandloon is het totale brutoloon x 30 : het aantal kalenderdagen gedekt door de Dimona. 
  • De toepasselijke cao voorziet niet in het afsluiten van een gewone arbeidsovereenkomst. 
  • Er staat geen exclusiviteitsclausule in het contract. Je mag dus werken voor iemand anders tijdens de inactiviteitsdagen.  

Voorbeeld

Je krijgt een arbeidscontract van acht dagen om op woensdag te repeteren en zaterdag, zondag en de daaropvolgende donderdag op te treden. De werkgever doet  een Dimona-aangifte van woensdag tot en met de donderdag in de week erna. Je brutoloon bedraagt 500 euro. 

Het gemiddelde bruto-maandloon = 500 x 30 : 8 = 1.875 euro. 

In dat geval moet je de dagen die gedekt zijn door de arbeidsovereenkomst maar waarop je niet gewerkt hebt, niet aanduiden op de controlekaart, en samen met de controlekaart een formulier C160-artiest en een kopie van de arbeidsovereenkomst afgeven aan je uitbetalingsinstelling. 

 

Je bent zelfstandige in bijberoep of je krijgt auteurs- of naburige rechten 

Je mag artistieke zelfstandige activiteiten in bijberoep aanvatten tijdens je werkloosheid. 

Gaat het om niet-artistieke zelfstandige activiteiten (inclusief technische en ondersteunende activiteiten in de artistieke sector), dan kan dat enkel als je al langer dan drie maanden vóór de aanvraag van je uitkering zelfstandige in bijberoep was (of in het kader van de “springplank naar zelfstandige”).  

        1. Inkomsten 

Is het netto-belastbaar inkomen uit je artistieke activiteit niet hoger dan 4.446 euro op jaarbasis (in 2019), dan ontvang je een volledige werkloosheidsuitkering.  

Ligt het bedrag hoger, dan wordt je daguitkering verminderd met 1/312de  van het overschrijdende bedrag. 

Voorbeeld

Je ontvangt een uitkering van 60,46 euro per dag.  

Het netto-belastbaar inkomen uit je artistieke activiteiten bedraagt 5.000 euro. Je overschrijdt het maximumbedrag dus met 5.000 – 4.446 = 554 euro. 

554 : 312 = 1,78. 

Het bedrag van je daguitkering wordt met 1,78 euro verminderd tot 58,68 euro. 

Bij de aangifte van je artistieke activiteit, met het formulier C1-artiest, moet je invullen hoeveel je inkomsten bedragen of hoeveel je schat dat ze zullen bedragen. 

Ontvang je meer inkomsten dan verwacht, dan moet je een corrigerende aangifte indienen.  

Van zodra de RVA je fiscaal aanslagbiljet heeft ontvangen, gebeurt de definitieve verrekening. Het is mogelijk dat je achterstallige uitkeringen ontvangt, maar het is ook mogelijk dat je een gedeelte van de ontvangen uitkeringen moet terugbetalen. 

We raden aan om het aanslagbiljet zo snel mogelijk in te dienen bij de RVA, omdat de verrekening dan veel sneller gebeurt dan wanneer RVA het (soms pas 2 jaar later) ontvangt van de fiscus. 

Als je geen of een onjuist formulier C1-artiest invult, kan de RVA je sanctioneren en je daguitkering verminderen met 1/312de van het volledige bedrag dat je hebt verdiend (in plaats van 1/312de van het inkomen dat 4.446 euro overschrijdt). 

Ben je niet langer als kunstenaar actief, maar ontvang je nog inkomsten uit je voormalige artistieke activiteiten, dan moet je die ook aangeven tenzij: 

  • je je artistieke activiteiten ten minste twee volledige kalenderjaren hebt stopgezet 
  • je je artistieke activiteiten hebt beëindigd vóór het begin van je werkloosheid. 

Voorbeeld

Je hebt een boek geschreven, dat uitgegeven is vóór je op 1 januari 2019 werkloos wordt.  

Tijdens je werkloosheid heb je geen artistieke activiteit meer. De auteursrechten die je ontvangt hebben geen invloed op je uitkering. 

 

Je wordt op 1 januari 2019 werkloos. Tijdens de eerste maanden van je werkloosheid werk je een boek af en enkele maanden later wordt het gepubliceerd. Op 1 juni 2019 verklaar je dat je al je artistieke activiteiten stopzet. 

De auteursrechten kunnen nog gedurende twee jaar je uitkering beïnvloeden. 

        2. Arbeidsdagen 

Alleen werk waarvoor sociale bijdragen als loontrekkende betaald zijn tellen mee om het aantal gepresteerde arbeidsdagen te berekenen (bijvoorbeeld voor het neutralisatievoordeel of om niet-artistieke werkaanbiedingen te kunnen weigeren). Werk als zelfstandige en auteurs- en naburige rechten worden niet in aanmerking genomen.  

       3. Zelfstandige in hoofdberoep 

Zodra je bijberoep een hoofdberoep wordt (rekening houdend met de tijd die je eraan besteedt, de inkomsten, de investeringen enz.), verlies je het recht op een uitkering. Is dit volgens de RVA het geval, dan word je uitgenodigd om je argumenten uiteen te zetten. 

Anderzijds, als je minstens zes maanden zelfstandige in hoofdberoep geweest bent en je je zelfstandige activiteit stopzet, kun je gedurende een periode van 15 jaar opnieuw een uitkering krijgen, zonder opnieuw voldoende arbeidsdagen te moeten bewijzen. 

        4. Je krijgt een vergoeding via de kleine vergoedingsregeling (kvr)  

De dag waarop je gewerkt hebt tegen betaling met een kvr, moet je op de controlekaart aanduiden als een gewerkte dag. Je krijgt voor deze dag geen uitkering.  

Aangezien er geen sociale zekerheidsbijdragen betaald worden, telt deze dag niet mee als een arbeidsdag (bijvoorbeeld om in aanmerking te komen voor het neutralisatievoordeel of om niet-artistieke werkaanbiedingen te kunnen weigeren). 

        5. Je krijgt een vergoeding als vrijwilliger 

Als je wil werken als vrijwilliger, moet je vooraf de toestemming vragen met formulier C45B. 

Als je de toestemming krijgt, mag je eventuele vrijwilligersvergoedingen cumuleren met je uitkering. 

Vrijwilligersvergoedingen kunnen forfaitair zijn (in 2019 maximum 34,71 euro per dag en 1388,40 euro per jaar) of kunnen een terugbetaling zijn van je reële kosten. 

Je geeft vrijwilligersvergoedingen aan met het formulier C45B (dus niet op je C1-artiest). 

Aangezien er geen sociale zekerheidsbijdragen betaald worden, telt vrijwilligerswerk niet mee om in aanmerking te komen voor het neutralisatievoordeel, om niet-artistieke werkaanbiedingen te kunnen weigeren enz. 

        6. Je bent bestuurder van een rechtspersoon 

Als je bestuurder bent van een vzw of van een vennootschap, moet je dat melden aan de RVA. Wanneer die vzw of vennootschap artistieke activiteiten beheert, doe je dat met het formulier C1-artiest. 

Je kunt je uitkering behouden als je bestuursactiviteit “van gering belang is en zich beperkt tot het administratief beheer van je eigen artistieke activiteit”, aldus de RVA. 

Op het formulier C1-artiest moet je invullen hoeveel je inkomsten bedragen, of hoeveel je denkt dat ze zullen bedragen. De impact van je inkomsten is dezelfde als voor een zelfstandige in bijberoep (zie boven). 

Neutralisatievoordeel

Wanneer iemand zegt dat hij het “kunstenaarsstatuut” heeft, bedoelt hij vaak dat hij geniet van het neutralisatievoordeel. 

Als artiest, technicus en werknemer in ondersteunende functies in de artistieke sector kun je vermijden dat je uitkering daalt in de tijd. 

Voorwaarde is dat je tijdens de 18 maanden vóór het einde van de eerste vergoedingsperiode (na 12 maanden werkloosheid) 156 dagen gewerkt hebt (als werknemer of in toepassing van artikel 1bis RSZ-wet), waarvan minstens 104 dagen artistiek of technisch-artistiek werk of ondersteunend werk in de artistieke sector.  

Het gevolg is dat je gedurende een jaar in de eerste vergoedingsperiode blijft. 

Je kunt het voordeel voor telkens een jaar vernieuwen, op voorwaarde dat je in het voorbije jaar minstens drie arbeidsdagen kunt aantonen voor artistieke of technisch-artistieke prestaties of ondersteunende activiteiten in de artistieke sector.  

Als je artistiek werk doet en daarvoor een taakloon krijgt, past de RVA de cachetregel toe om het aantal arbeidsdagen te berekenen (zie hoger). 

Overeenkomsten voor technische/ondersteunende activiteiten worden enkel in aanmerking genomen als ze van zeer korte duur zijn, dat wil zeggen minder dan 3 maanden. 

Terugkeer naar de eerste periode 

Als je in een periode van 18 maanden 156 dagen gewerkt hebt (als werknemer of in toepassing van artikel 1bis RSZ-wet), waarvan minstens 104 dagen artistiek of technisch-artistiek werk of ondersteunend werk in de artistieke sector, kan je terugkeren naar de eerste periode.   

Als je artistiek werk doet en daarvoor een taakloon krijgt, past de RVA de cachetregel toe om het aantal arbeidsdagen te berekenen (zie hoger). 

Overeenkomsten voor technische/ondersteunende activiteiten moeten van zeer korte duur zijn, dat wil zeggen minder dan 3 maanden. 

Arbeidsdagen die al in rekening gebracht zijn om recht te krijgen op een uitkering tellen niet mee. 

Opgelet

Het brutoloon waarop je uitkering berekend is (zie “bedrag uitkering” hierboven) blijft ongewijzigd. Pas als je gedurende minstens twee jaar geen werkloosheidsuitkering hebt gekregen en minstens vier weken ononderbroken in dienst was bij dezelfde werkgever, zal men opnieuw rekening houden met je laatste loon.

Beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt

Om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, moet je werk zoeken en mag je een passende werkaanbieding van VDAB of ACTIRIS (of FOREM of ADG) niet weigeren. 

Werk je als artiest (niet als technieker of in een ondersteunende functie), dan mag je echter alle niet-artistieke werkaanbiedingen weigeren, op voorwaarde dat je op het moment van de aanbieding kunt bewijzen dat je in de voorbije 18 maanden minstens 156 dagen gewerkt hebt, waarvan minstens 104 artistiek. 

Als je betaald bent met een taakloon, past de RVA de cachetregel toe om het aantal arbeidsdagen te berekenen (zie hoger). 

In elk geval moeten de VDAB en ACTIRIS (of FOREM of ADG) rekening houden met je intellectuele ontwikkeling, lichamelijke capaciteit en het risico dat bepaalde jobs je artistieke capaciteiten zouden kunnen verminderen.  

Opgelet

Als je niet-artistieke werkaanbiedingen mag weigeren, neemt dat niet weg dat je verplicht bent om zoveel mogelijk (artistiek) werk te zoeken.