Verenigingswerk anno 2021.

Je kan beroep doen op het verenigingswerk in de culturele sector voor volgende functies:

  • Artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector (bijv. dirigenten en choreografen);
  • Verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema’s in de socioculturele, cultuur, kunsteducatieve en kunstensector (bijv. lesgevers).

Je mag maximaal 50 uur per maand (berekend op kwartaalbasis) verenigingswerk verrichten.

Voorbeeld

Ik ben in dienst als leerkracht Muzikale Opvoeding en ben actief als dirigent bij de lokale muziekvereniging.  

Ik ben gepensioneerd en begeleid een groep kinderen bij het aanleren van blokfluit voor een vereniging die volksmuziek promoot.  

Wie kan als verenigingswerker aan de slag?

Als verenigingswerker moet je 18 jaar oud zijn en voldoen aan één van de volgende voorwaarden: 

  • Minstens 1 dag werken als werknemer of ambtenaar in de 12 tot 9 maanden voor aanvang van het verenigingswerk (studentenarbeid en flexi-jobs komen niet in aanmerking);
  • Gepensioneerd zijn in de 9 tot 6 maanden voor aanvang van het verenigingswerk;
  • Ingeschreven zijn als zelfstandige in hoofdberoep in de 12 tot 9 maanden voor aanvang van het verenigingswerk en de sociale bijdragen betalen.

Organisaties zonder winstuikeringsoogmerk kunnen beroep doen op het verenigingswerk (bijv. een feitelijke vereniging, vzw of cvso die elke winstuitkering statutair uitsluit). Organisaties dienen zich te registreren via het platform van de FOD.

Socio-culturele sector

Op 20 juli 2021 werd een wet gepubliceerd die het verenigingswerk opnieuw mogelijk maakt voor de socio-culturele sector. De wet geldt retroactief vanaf 8 mei 2021 zodat je al vanaf die datum verenigingswerk mag verrichten. De nieuwe regeling is voorlopig geldig tot 31 december 2021.

Basisvergoeding / inkomst

Met het nieuwe verenigingswerk kan je maximum 6.390 euro per jaar (in 2021) of 532,50 euro per maand (in 2021) bijverdienen. Deze vergoeding dekt alle kosten (waaronder ook verplaatsingskosten). In de nieuwe regeling is er sprake van een minimumvergoeding van 5,1 euro per uur. 

Tot het maximumbedrag per jaar moet je ook inkomsten die verkregen worden via de deeleconomie optellen.

Anders dan in de oude regeling is de vergoeding onderworpen aan een solidariteitsbijdrage van 10 % voor de RSZ en een belastingtarief van 10 % (in principe 20 % maar er is toepassing van een forfaitair kostenpercentage van 50 % waardoor de uiteindelijke belastingdruk maar 10 % bedraagt).

De organisatie doet aangifte van het werk via het platform. Na elk kwartaal zal de bijdrage berekend en gefactureerd worden. Op het einde van het jaar maak je als organisatie een fiscale fiche 281.29 (inkomsten uit de deeleconomie) op met de toegekende vergoedingen. De verenigingswerker neemt de vergoedingen op in zijn of haar belastingaangifte.

Administratieve verplichtingen

De organisatie dient aangifte te doen van het verenigingswerk via het platform van de FOD.

Tussen de verenigingswerker en de organisatie wordt een schriftelijke overeenkomst opgesteld, uiterlijk op het ogenblik van de aanvang van het verenigingswerk. Een voorbeeld van deze overeenkomst vind je hier

In de overeenkomst worden afspraken gemaakt omtrent de duur, de vergoeding, het vast of variabel uurrooster... De overeenkomst kan maximaal voor de duur van één jaar worden afgesloten maar kan worden hernieuwd. Per kalenderjaar kan je maximum 3 opeenvolgende overeenkomsten van verenigingswerk afsluiten. Aangezien de regeling op dit moment tot maximaal 31 december 2021 geldt, kan je geen overeenkomst afsluiten met een latere einddatum.

De verenigingswerker heeft recht op minstens 15 minuten pauze als de duur van het verenigingswerk 6 opeenvolgende uren overschrijdt. Tussen twee prestaties van verenigingswerk heeft de verenigingswerker recht op ten minste 11 uren rust. Elk tijdvak van 7  dagen moet een minimale rusttijd van 24 opeenvolgende uren bevatten.

De overeenkomst wordt geschorst door ziekte, ongeval, onvoorziene bijzondere omstandigheden of tijdens een zwangerschap. Tijdens deze periode kan elke partij de overeenkomst beëindigen.

De overeenkomst kan ook opgezegd worden door één van beide partijen. In dat geval moet je een opzegtermijn respecteren (tenzij er sprake is van een dringende reden). De opzegtermijn bedraagt ten minste 7 kalenderdagen als de overeenkomst gesloten is voor een duur van minder dan 6 maanden en ten minste 14 kalenderdagen bij een duur van meer dan 6 maanden. Bij gebrek aan het toepassen van een opzegtermijn of de dringende reden dien je een verbrekingsvergoeding te betalen.

Als organisatie ben je burgerlijk aansprakelijk voor de schade die de verenigingswerker veroorzaakt (behalve in het geval van bedrog, zware fout of een eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout). De organisatie dient een verzekering af te sluiten voor de burgerlijke aansprakelijkheid en voor de lichamelijke schade die de verenigingswerker kan oplopen bij de uitvoering van het werk.

Tenslotte moet de organisatie ook enkele regels uit het welzijnsrecht naleven (oa. die rond arbeidsveiligheid, bescherming van de gezondheid, psychosociale aspecten, ergonomie, arbeidshygiëne…).

Combinatiemogelijkheden

Er zijn een aantal specifieke combinaties verboden:  

  • Wie al met een arbeidsovereenkomst als ambtenaar of als zelfstandige actief is voor dezelfde vereniging kan de uitbetaling als verenigingswerker niet combineren bij dezelfde organisatie. 
  • Ook niet als vrijwilliger voor dezelfde activiteiten voor dezelfde organisatie of als vrijwilliger voor een verschillende activiteit bij dezelfde organisatie waarvoor je een forfaitaire kostenvergoeding ontvangt.
  • Als gewezen werknemer (ook via uitzendarbeid), ambtenaar of zelfstandige moet je minstens één jaar wachten om als verenigingswerker aan de slag te gaan voor dezelfde organisatie. Het verbod van één jaar is niet van toepassing indien je bij dezelfde organisatie in het voorgaande jaar studentenarbeid of socioculturele vorming (25-dagen-regeling) hebt verricht of als je met pensioen gaat.
  • Als je werkloos wordt moet je aangifte doen van het verenigingswerk en mag je enkel een bestaande overeenkomst voortzetten. Hetzelfde is het geval als je ziek wordt mits toestemming van de adviserend geneesheer.