Als een vzw ontbonden wordt, houdt deze op te bestaan. Een vzw kan op verschillende manieren ontbonden worden: 

  • een vrijwillige ontbinding: bij een beslissing van de algemene vergadering 
  • een gerechtelijke ontbinding: bij een beslissing van de rechtbank 
  • naast een ontbinding kan een vzw sinds 1 mei 2018 ook failliet verklaard worden of een gerechtelijke reorganisatie opstarten  

Hier bespreken we gerechtelijke ontbinding.

Gerechtelijke ontbinding

Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) omschrijft de situaties waarin de vzw door de rechtbank ontbonden kan worden:

  • Ze kan haar verbintenissen niet nakomen
  • Ze wendt haar vermogen aan voor een ander doel dan het statutaire doel
  • Ze schendt het verbod van winstuitkeringen
  • Ze handelt in strijd met het WVV
  • Ze handelt in strijd met de openbare orde
  • Ze handelt in strijd met haar statuten
  • Ze heeft haar jaarrekening niet neergelegd
  • Ze telt minder dan twee leden

Enkel de volgende personen kunnen de gerechtelijke ontbinding voorleggen bij de rechtbank:

  • Leden van de vereniging
  • Een belanghebbende derde
  • Het openbaar ministerie
  • Als de rechtbank beslist tot ontbinding van de vzw, dan heeft zij de keuze om onmiddellijk tot de sluiting van de vereffening te beslissen (dit zal ze doen als de activa de passiva dekken), of kan ze één of meer vereffenaars aanstellen die de taak krijgen om de vzw te vereffenen. De rechtbank zal dan de bevoegdheden van de vereffenaars bepalen.