Centraal in het nieuwe decreet staat ‘verbinding’ tussen culturele sectoren en disciplines.

Het gaat om ‘verbinding’ zowel tussen kunsten, cultureel erfgoed, circuskunsten, sociaal-cultureel werk en amateurkunsten, als tussen het lokale en het Vlaamse niveau.

Naast verbinding stimuleert het decreet samenwerking met andere beleidsdomeinen. Voor de hand liggend zijn onderwijs en welzijn, maar ook samenwerking met toerisme, ruimtelijke ordening, economie, onroerend erfgoed en sport wordt aangemoedigd.  

Het decreet heeft twee types subsidies: