Het Cultureel Erfgoed Decreet regelt de subsidiëring van de erfgoedsector. 

Faro is het steunpunt voor het cultureel erfgoed.  

In het kader van het cultureel erfgoeddecreet kan je beroep doen op werkings- en projectsubsidies. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke subsidies voor topstukken. 

 

Werkingssubsidies  

Het decreet benoemt een aantal functies en rollen. 

Met functies wordt het zelf uitvoeren van de basistaken van cultureel-erfgoedwerking bedoeld:  

  • herkennen en verzamelen 
  • behouden en borgen 
  • onderzoeken 
  • presenteren en toeleiden  
  • participeren 
     

Rollen zijn dienstverlenende taken ter ondersteuning van de uitvoering van de functies bij andere actoren. De werkingssubsidies zijn voorbehouden voor erkende organisaties. 

Het decreet voorziet daarbij in ondersteuning voor: 

  • werkingssubsidies voor collectiebeherende organisaties 
  • werkingssubsidies voor cultureel-erfgoedwerking voor ICE 
  • werkingssubsidies voor dienstverlenende rol op landelijk niveau 
  • werkingssubsidies voor dienstverlenende rol op regionaal niveau 

 

Projectsubsidies 

Landelijke en internationale cultureel-erfgoedprojecten

Cultureel-erfgoedwerking is het geheel van taken en processen dat een kwaliteitsvolle zorg voor en omgang met cultureel erfgoed (roerend én immaterieel) garandeert. Enkel projecten die focussen op cultureel-erfgoedwerking en die een uitgesproken landelijke of internationale schaalgrootte, reikwijdte of uitstraling hebben, komen in aanmerking voor deze subsidies. Regionale projecten worden opgenomen in het decreet bovenlokaal cultuurbeleid. 
Een projectsubsidie wordt toegekend voor de volgende doelstellingen: 

  1. het uitvoeren van een of meer functies 
  2. het aanbieden van een dienstverlenende rol 
  3. een combinatie van de doelstellingen, vermeld in punt 1 en 2. 

Tussenkomst voor internationale uitwisseling  

Je kan als medewerker van een erkende of gesubsidieerde cultureel-erfgoedorganisatie een tussenkomst voor een internationale uitwisseling aanvragen om te herbronnen, in te werken in internationale ontwikkelingen, afstand te nemen van de dagelijkse werking en nieuwe inzichten op te doen.   

Doel van de internationale uitwisseling is om voor een langere periode in een internationale context ervaringen uit te wisselen en te ‘leren op de werkvloer’. De uitwisseling komt de competenties van medewerkers ten goede en versterkt de cultureel-erfgoedorganisatie. Kosten die geheel of gedeeltelijk in aanmerking komen zijn onder andere transport, verblijf of inschrijvingsgeld.   

De organisatie moet beschikken over een kwaliteitslabel of een werkingssubsidie ontvangen op basis van het Cultureelerfgoeddecreet van 24 februari 2017.  

Projectsubsidies voor internationale cultureel-erfgoedprojecten die co-financiering vereisen  

Hiermee wil de Vlaamse overheid de cultureel-erfgoedorganisaties stimuleren om deel te nemen aan grootschalige internationale projecten. Daarbij wordt vaak gevraagd dat de deelnemers een deel van de projectkost zelf financieren. Deze kosten vallen vaak buiten de gewone werkingsmiddelen waardoor er geen extra budget voorhanden is. 

Subsidie voor het uitvoeren van een fysische ingreep op een beschermd voorwerp/beschermde verzameling (topstuk)  

Voor werken die opgenomen zijn in de ‘topstukkenlijst’ gelden er subsidies van 50% tot 80% van conservatie en restauratiekosten. De grootte van de subsidie hangt af van de fysieke toestand, de toegankelijkheid voor publiek en het juridisch statuut van de eigenaar.   

Subsidies inhaalbeweging digitale collectieregistratie  

De Vlaamse overheid wil inzetten op data registratie van collecties. Zij zet in op inhaalbewegingen om achterstanden weg te werken maar eveneens op verdiepingsprojecten waarbij gezocht wordt naar digitale oplossingen om collecties nog meer open te stellen.  

Deze subsidie is bestemd voor cultureel-erfgoed organisaties die een structurele werkingssubsidie ontvangen.