De termen eigen inbreng en eigen vermogen worden als eens door elkaar gehaald.

Ze spelen echter een belangrijke rol bij het aangaan van een lening. We lichten ze hier toe.

Eigen inbreng in de vennootschap (kapitaal)

Bij opstart van een vennootschap wordt er in functie van het financieel plan een eigen inbreng gedaan in kapitaal, goederen of expertise. Deze eigen inbreng is in principe wat je nodig acht om je activiteit te kunnen opstarten en zo je (maatschappelijk) doel te bereiken.

In ruil voor deze inbreng krijg je een aandeel wat een eigendomsbewijs is van een deel van de onderneming. Deze inbreng of kapitaal behoort dan tot het eigen vermogen van je onderneming. Bij een NV wordt er een minimum kapitaal ingebracht (61.500€). Bij een vzw bestaat er geen eigen inbreng. 

Bij Cultuurloket kom je meer te weten over de oprichting van een vennootschap.

Eigen vermogen

Eigen vermogen bestaat uit de eigen inbreng maar ook uit de winst die in de loop der jaren in de vennootschap werd opgebouwd en de reserves die werden aangelegd.   

Het eigen vermogen wordt beschouwd als de middelen die aanwezig zijn om verliezen en risico’s in te dekken. Het eigen vermogen van de éénmanszaak blijft beperkt tot de eigen inbreng.  

Negatief eigen vermogen

Dat impliceert dat het eigen vermogen ook kan dalen door verlies te draaien.  

Soms is het eigen vermogen negatief, het zal niet mogelijk zijn om krediet te krijgen tenzij er specifieke omstandigheden zijn waardoor dit perfect te kaderen valt. 

Als je net bent opgestart is het mogelijk dat je het eerste jaar een negatief eigen vermogen hebt door de vele investeringen en kosten die je gemaakt hebt. Daarnaast is een negatief eigen vermogen één van de rode knipperlichten waarbij elke belanghebbende (bv uitstaande leveranciers) de ontbinding van de vennootschap mag aanvragen.  

Gecorrigeerd eigen vermogen

Men spreekt ook van het gecorrigeerd eigen vermogen. Sommige zaken worden bij het eigen vermogen bijgeteld anderen worden afgetrokken. Denk aan goodwill, dat is de fixe prijs die je betaalt voor wat men de ‘dorpel’ noemt of het clienteel en het goede imago van de onderneming die je wil overnemen.

Maar wat is dat waard als nadien blijkt dat het clienteel niet meer komt omdat er andere mensen werken? Dit zijn posten met een waarde die afhankelijk is van de omstandigheden, of eerder een rechtstreekse minwaarde zoals de rekening courant actief. Deze worden in mindering gebracht van het eigen vermogen.  

Een rekening courant passief die erop wijst dat de zaakvoerder geld in de onderneming brengt, of een achtergestelde lening die bij faling als voorlaatste wordt terugbetaald, worden bij dat eigen vermogen bijgeteld..   

Eigen inbreng bij financiering  

Bij de zoektocht naar een lening wordt er vaak gesproken over de eigen inbreng of eigen middelen. Financiers willen weten wat jou inbreng is in de totaliteit van de investering, welk risico jij neemt. Als je er zelf in gelooft, moet je ook zelf investeren.

Wat als je er in gelooft maar niet voldoende middelen hebt? In dat geval is het interessant om te weten dat sommige financieringen als eigen middelen worden beschouwd: microkrediet, cultuurkrediet, winwinlening, en  achtergestelde leningen.