Solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit. Deze drie parameters geven een indicatie over de financiële gezondheid van je onderneming.

Als je ze jaarlijks berekent, geven ze een evolutie weer. Deze kan stabiel zijn, een piek of een dal kennen. Dat is dan een aanleiding om te bekijken wat er zich heeft afgespeeld, en hoe dit invloed kan hebben op de toekomst.  

De ratio’s staan niet op zichzelf en je bekijkt ze in context van je sector, tijdsgeest en fase waarin je onderneming zich bevindt.  

Solvabiliteit

Je organisatie kan op twee manieren aan geld geraken: met eigen vermogen of vreemd vermogen. Met andere woorden kan je als zaakvoerder er zelf kapitaal insteken of via inkomsten een vermogen opbouwen, of je kan geld gaan lenen bij externen.

Hoe meer er extern geleend wordt ten opzichte van het eigen kapitaal, hoe meer de onderneming financieel afhankelijk wordt van derden en hoe groter de druk om aan de verplichting van terugbetaling te voldoen. Het risico op betalingsproblemen neemt toe.  

Stel: er zijn werken in de straat waardoor je publiek niet tot bij jou geraakt, toch moeten je maandelijkse betalingen doorgaan. 

De financiële onafhankelijkheid van je onderneming op lange termijn wordt uitgedrukt door de solvabiliteit. Het geeft weer in welke mate de schulden op lange termijn kunnen terugbetaald worden bij een faillissement, in welke mate je bedrijf aan haar verplichtingen kan voldoen. Het is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. 

De meest courante berekening voor solvabiliteit: 

  • eigen vermogen/balanstotaal  

Het resultaal ligt liefst tussen 25% en 40%. 

Liquiditeit

Waar solvabiliteit eerder op lange termijn kijkt, gaat de liquiditeit kijken hoe de kortlopende schulden kunnen terugbetaald worden.  

Bij een sterke liquiditeit kan je overwegen om verder te investeren.  

Echter, de berekening is een momentopname en kan dus relatief snel veranderen. 

Daarom maak je best ook een prognose in de vorm van een kasplanning op zodat je zicht krijgt op de gelden die in de nabije toekomst al dan niet beschikbaar zullen zijn.   

De meest courante berekening is wat men de ‘current ratio’ noemt: 

  • Vlottende activa + liquide middelen + voorraad/vreemd vermogen korte termijn 

Het resultaat is liefst groter dan 1. 

Rentabiliteit

De rentabiliteit berekent de winstgevendheid van de onderneming. Om de activiteiten duurzaam op lange termijn voort te zetten is een zekere winstgevendheid belangrijk.

Verlieslatende cijfers, jaar na jaar, leiden wellicht tot het stopzetten van de activiteiten. In kader van de cultuursector kan rendement bekeken worden in relatie tot het maatschappelijk doel of de missie die je wil bereiken. De rentabiliteit hoeft op zich geen streefdoel te zijn maar kan dan een indicator zijn om een lange termijn werking na te streven.  

Een rendement van 5 à 10% wordt in het algemeen als positief beschouwd. Doch, dit is sterk afhankelijk van je sector. 

We gebruiken drie mogelijke berekeningen: 

  • Rentabiliteit op totale vermogen 
    • RTT = bedrijfsresultaat / gem. totaal geïnvesteerd vermogen 
  • Rentabiliteit op eigen vermogen (liefst zo hoog mogelijk rendement op het eigen vermogen) 
    • REV = winst na aftrek van belastingen / gem. geïnvesteerd eigen vermogen 
  • Rentabiliteit op vreemd vermogen (liefst zo laag mogelijk, wat kost het vreemd vermogen) 
    • RVV = betaalde interest / gem. geïnvesteerd vreemd vermogen