Binnen een onderneming kunnen verschillende aansprakelijkheden spelen. We overlopen ze hieronder.

Persoonlijke aansprakelijkheid

Als je persoonlijk aansprakelijk bent betekent dit dat schuldeisers je privévermogen kunnen aanspreken. 

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Hoofdelijke aansprakelijkheid is de regel voor alle partners die samen een rechtspersoon oprichten of besturen. Bestuurders in een vzw zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de beslissingen die zij als college nemen. In een vennootschap kunnen alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden voor de volledige schuld. 

Mogelijk richten schuldeisers van de vennootschap zich tot de meest solvabele vennoot. Achteraf kan de vennoot die betaald heeft zich verhalen op de andere vennoten. Elke vennoot afzonderlijk is dus gehouden voor de volledige schuld van de vennoten samen. Zij zijn elk hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schuld. Denk dus goed na met wie je samen onderneemt.  

Beperkte of onbeperkte aansprakelijkheid

We onderscheiden rechtspersonen met beperkte en met onbeperkte aansprakelijkheid. 

Onbeperkte aansprakelijkheid voor Maatschap, VOF en CommV 

Bij vennootschappen met onbeperkte aansprakelijkheid kunnen schuldeisers van de vennootschap het vermogen van de vennootschap aanspreken, maar ook het privévermogen van de vennoten. Anders dan bij de Maatschap, moeten de schuldeisers bij de VOF en de CommV wel een volgorde respecteren. Ze moeten namelijk eerst het vermogen van de vennootschap uitputten, alvorens ze het privévermogen van de vennoten kunnen aanspreken.  

Beperkte aansprakelijkheid voor BV, CV, NV en voor vzw’s en stichtingen 

Bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid kunnen schuldeisers enkel het vermogen van de vennootschap aanspreken. Het privévermogen van de vennoten is beschermd. Bovendien kan elke vennoot maar aangesproken worden voor zijn eigen inbreng in de vennootschap. 

Kortom, bij vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is er een strikte scheiding tussen het vermogen van de vennootschap en het privévermogen van de vennoten. 

Ook een vzw geniet van beperkte aansprakelijkheid. De leden en bestuurders zijn immers niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van de vzw. 

Opgelet: als bestuurders van een onderneming echter persoonlijke fouten maken in het kader van hun bestuurdersaansprakelijkheid kan hun privévermogen wel aangesproken worden! 

Bestuurdersaansprakelijkheid

Het uitgangspunt van de aansprakelijkheid van bestuurders is dat zij in de uitoefening van hun functie enkel de rechtspersoon verbinden en niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Het is de rechtspersoon die door derden aangesproken zal worden, ook in het geval van fouten door haar organen. Als de onderneming echter fouten maakt die door behoorlijk bestuur vermeden konden worden, dan kunnen de bestuurders hiervoor persoonlijk aansprakelijk zijn. Een bestuurder moet zijn taken uitoefenen zoals elke normale, voorzichtige en zorgvuldige bestuurder in dezelfde omstandigheden zou doen. 

De verschillende criteria 

Men stelt in de praktijk vast dat de rechter bij zijn beoordeling rekening houdt met verschillende criteria. 

Vooreerst wordt haast unaniem aanvaard dat de beoordelingsmacht van de rechtbank niet absoluut is en deze slechts kan overgaan tot een marginale toetsing. Bij een marginale toetsing worden alleen kennelijke fouten gesanctioneerd die buiten de marge vallen waarbinnen zorgvuldige, overlegde en redelijke bestuurders van mening kunnen verschillen. Bedoeld wordt dat niet elke vergissing een fout oplevert en dat de bestuurder over een zekere appreciatiemarge beschikt: hij heeft een zogenaamd recht op vergissing.  

Daarnaast is het van belang dat men zich hoedt voor een appreciatie na de feiten. De rechter moet de handelingen beoordelen ten aanzien van de feiten of omstandigheden die de bestuurder kende of behoorde te kennen op het tijdstip waarop beslist of gehandeld werd en van latere gebeurtenissen die redelijkerwijze konden of moesten voorzien worden. 

Bij het beoordelen van de gewraakte handelingen moet men zich als het ware plaatsen in de tijd en de plaats waar de beheersfout werd gepleegd en kan men bovendien slechts rekening houden met de informatie waarover de bestuurders op dat ogenblik beschikten. 

 

Voorbeelden uit de rechtspraak 

 

Voorbeelden uit de rechtspraak

Voorbeeld 1 

Een VZW wordt opgericht om een muziekfestival te organiseren. De bestuurders gaan heel wat verbintenissen aan (onder andere bestellen ze vliegtuigtickets voor de artiesten), maar verzuimen ondertussen de nodige formaliteiten te vervullen om de zogezegde subsidie van de Franse Gemeenschap te verkrijgen. De schulden bedragen meer dan het zesvoudige van de inkomsten. De bestuurders kwamen niet meer samen en trokken zich van de vzw niets meer aan. De feitenrechter veroordeelt de in gebreke blijvende bestuurders. 

Voorbeeld 2 

In een gelijkaardig geval betrof het een vzw die vaak concerten organiseerde en met een financiële malaise te kampen had door een reeks tegenvallende concerten. Ondanks deze moeilijkheden hadden de bestuurders van de vzw geopteerd om nog een concert te organiseren om op die manier uit de slechte papieren te komen doch opnieuw bleek dit concert een flop te zijn. 

Door de bestuurders werd een risico genomen doch geen buitensporig risico met een bijna zeker te verwachten slechte afloop. Evenzeer werd rekening gehouden met het feit dat een schuldeiser de moeilijke financiële situatie van de vzw kende en toch heeft gecontracteerd. 

Voorbeeld 3 

In een ander geval werden de bestuurders van een vzw aansprakelijk gesteld door de fiscus omdat de vereniging een bediende had aangeworven en de bestuurders nagelaten hadden de betaling van de loonkosten te controleren. 

De rechtbank oordeelde dat de bestuurders een fout hadden begaan door in onverantwoorde omstandigheden een bediende aan te nemen en na te laten de betaling van de loonkosten te controleren. De schade die door de fiscus werd geleden (de niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing) werd op de bestuurders verhaald. 

Voorbeeld 4 

Bestuurders zijn aansprakelijk gesteld voor onrechtmatige daad wanneer zij, in plaats van de vzw te ontbinden, deze onbeheerd hadden gelaten zonder dat deze nog enige activiteit of inkomsten had om het hoofd te bieden aan haar verplichtingen. De voortzetting van een deficitaire activiteit wanneer de vereniging geen redelijke overlevingskansen heeft, maakt een buitencontractuele fout uit die de aansprakelijkheid van de bestuurders kan teweegbrengen tegenover derden en niet enkel hun contractuele aansprakelijkheid tegenover de vereniging. 

Bestuurdersaansprakelijkheid geldt voor alle bestuurders, zowel die van een vzw als van een vennootschap, én ook voor de dagelijkse bestuurders. Wel kan een bestuurder op de vergadering van het bestuursorgaan aangeven dat hij niet akkoord gaat met een bestuurshandeling (voordat deze gesteld wordt!). Dit wordt opgenomen in de notulen van de vergadering, waardoor hij van zijn aansprakelijkheid bevrijd wordt. 

Het WVV bepaalt ook de maximale aansprakelijkheid van bestuurders volgens de omzet exclusief btw. Dit maakt het voor verzekeraars eenvoudiger om de risico's in te schatten en de verzekeringspremies te bepalen. De premies van deze verzekering kunnen als beroepskost van een vennootschap worden ingebracht. 

Wettelijke maxima: 

Max. aanspr. 

Omzet (excl. btw) 

 

Balanstotaal 

€ 125.000 

< 350.000 

en 

≤175.000

€ 250.000 

< 700.000 

en 

≤ 350.000 

€ 1.000.000 

< 9.000.000 

of 

< 4.500.000 

€ 3.000.000 

> 9.000.000 

en 

> 4.500.000 

€ 12.000.000 

> 50.000.000 

of 

> 43.000.000 


! Bij bedrog, lichte herhaaldelijke fout of opzet gelden die maxima niet. Ook de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de fiscus moeten geen rekening houden met de maxima. In die gevallen zijn bestuurders dus onbeperkt aansprakelijk. Omzet is het totaal aantal opbrengsten van het voorbije jaar. De gemiddelde omzet wordt berekend over de laatste 3 jaren. Balanstotaal: alle activa of passiva. 

Oprichtersaansprakelijkheid van BV, CV en NV

Bij de BV, CV en NV kunnen ook de oprichters van de vennootschap aansprakelijk gesteld worden voor: 

  • ontoereikend startkapitaal; 
  • aandelen die niet volstort zijn; 
  • inbreng die overgewaardeerd is.  

Contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid

Contractuele aansprakelijkheid 

Is er een contract, dan baseren schuldeisers zich hierop om de onderneming aansprakelijk te stellen. Zo kan de verhuurder van de zaal rechten putten uit het huurcontract dat hij met de vennootschap afsloot. 

 

Buitencontractuele aansprakelijkheid 

Is er geen contract, dan gelden de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat de schadelijder recht heeft op een schadevergoeding, zodra hij kan aantonen dat de ander een fout heeft gemaakt die de schade veroorzaakte