Wordt een medewerker geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer? Vraag je jezelf af welke stappen de organisatie kan ondernemen om een zo veilig mogelijke omgeving aan haar artiesten te bieden? Wilt de artiest weten bij wie ze terecht kan wanneer er klachten zijn? Hieronder overlopen we de mogelijkheden.

Het is aan de werkgever om het welzijn binnen de onderneming te bevorderen. Het welzijn bevorderen in de organisatie kan gebeuren door risicopreventie, collectieve en individuele beschermingsmaatregelen, opleiding en het informeren van de werknemers. 

Gezondheid en welzijn op het werk zijn zeer ruime begrippen en omvatten verschillende aspecten:  

  • Veiligheid op het werk;  
  • Bescherming van de gezondheid van de werknemer;  
  • Psychosociale belasting (stress, pesterijen ...);  
  • Hygiëne op de werkvloer;  
  • Ergonomie en verfraaiing van de werkplaats.  

Dienst voor preventie en bescherming

Om mogelijke risico’s voor de werknemers op te sporen, moet de werkgever verplicht een interne en/of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk inschakelen. Deze dienst heeft onder andere als opdracht de risico’s te evalueren en het medisch toezicht op de werknemers te organiseren.  

Zodra je 1 werknemer in dienst is genomen moet de organisatie een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk oprichten. Een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk neemt alle taken op zich die door de Welzijnswet zijn opgelegd.  

  • In organisatie met minder dan 20 werknemers mag de preventie-adviseur (die deel uitmaakt van de dienst preventie en bescherming op het werk) ook de werkgever zijn.

    Wanneer de interne dienst de opgelegde taken niet zelf kan vervullen, moet de werkgever aanvullend een beroep doen op een erkende externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.  

    Een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bestaat onder andere uit de twee volgende afdelingen:  

    • Risicobeheersing  

    • Gezondheidstoezicht 

Voorbeeld

De vzw ‘Het juweeltje’ heeft ondertussen vijf werknemers. Als werkgever mag de vzw zelf iemand intern aanwijzen om op te treden als preventieadviseur. Voor een aantal taken is ze wel verplicht om specialisten van een Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk in te schakelen omdat de vzw dit niet zelf kan uitvoeren.   

De vzw schakelt een externe dienst in voor arbeidsveiligheid, onderzoek naar arbeidsongevallen en de bescherming van de gezondheid van de werknemers op het werk (medische onderzoeken).  

  • Wanneer de organisatie uit minder dan 50 werknemers bestaat, dan moet er een dienst voor preventie en bescherming op het werk worden opgericht.  
     
  • Wanneer de onderneming uit meer dan 50 maar minder dan 100 werknemers bestaat, dan moet de volgende organen zijn opgericht:  
    • Dienst voor preventie en bescherming op het werk 
    • CPBW*  
       
  • Wanneer de onderneming meer dan 100 werknemers in dienst heeft moeten de volgende organen aanwezig zijn:  
    • Dienst voor preventie en bescherming op het werk 
    • CPBW*  
    • Ondernemingsraad  

* zie verder

Preventiebeleid

Elke werkgever is verplicht om in de organisatie een beleid te voeren dat tot doel heeft het welzijn van de werknemers, bij de uitvoering van hun werk, te bevorderen. Dit welzijnsbeleid is gesteund op een risico-analyse. Dankzij de analyse kan de werkgever gevaren opsporen en uitschakelen, schade voorkomen of beperken.  

Voor een welzijnsbeleid uit te werken kan je beroep doen op: 

Wie is wie?  

De preventieadviseur 

De preventieadviseur werkt binnen de interne dienst voor bescherming en preventie op het werk.   

De taken van de preventieadviseur zijn zeer uiteenlopend. Daarom werd de functie van preventieadviseur opgedeeld in verschillende disciplines. Volgende disciplines worden onderscheiden: arbeidsveiligheid, psychosociale aspecten, bedrijfshygiëne, ergonomie en arbeidsgeneeskunde.  

In geval van geweld, pesterijen, ongewenst seksueel gedrag of discriminatie werkt de preventieadviseur samen met de werkgever een beleid uit. 

CPBW

Elke onderneming met minstens 50 werknemers tewerkgesteld, is verplicht om een comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) oprichten. Het Comité is bij uitstek het overlegorgaan binnen de onderneming. Het Comité heeft als taak om proactief bij te dragen tot alles wat draait rond het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.  

Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon is beschikbaar in geval van relationeel leed op het werk. Hij/zij/x informeert, luistert, adviseert en helpt de werknemers om een oplossing te vinden voor een problematische situatie.  

Op verzoek kan hij/zij/x een verzoening tussen de verschillende partijen organiseren of een derde laten tussenkomen.   

De vertrouwenspersoon kan enkel ingeschakeld worden voor informele interventies voor alle psychosociale risico's op het werk. De werkgever kan een personeelslid of een aan de onderneming of instelling externe persoon als vertrouwenspersoon aanwijzen.   

Wanneer de preventieadviseur psychosociale aspecten echter deel uitmaakt van een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, moet ten minste één van de vertrouwenspersonen verplicht deel uitmaken van het personeel van de onderneming (behalve indien de werkgever minder dan 20 werknemers tewerkstelt).   

Wetgeving psychosociale risico's 

De werkgever is ertoe gehouden de nodige maatregelen te treffen om de psychosociale risico’s op het werk te voorkomen, om de schade ten gevolge van deze risico’s te voorkomen of om deze schade te beperken.    

Wat zijn psychosociale risico’s?  

 De psychosociale risico’s op het werk worden gedefinieerd als de kans dat één of meerdere werknemers psychische schade ondervinden, die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk, waarop de werkgever een impact heeft en die objectief een gevaar inhouden.  

Hieronder vallen onder andere: pesterijen op het werk, geweld, discriminatie, ongewenst seksueel gedrag op het werk, etc.  

Indien er sprake is van een psychosociale risico (zoals pesten) moet de werknemer terecht kunnen bij: de preventie adviseur, de werkgever, de vakbondsafgevaardigde, etc. Het is van groot belang dat je de procedure en de contactgegevens in je arbeidsreglement vermeldt.      

Hoe kan je psychosociale risico’s beoordelen?  

 

Bronnen en interessante links: