Sociale zekerheidsbijdragen worden niet gezien als belastingen, al lijken ze er wel op.

Sociale bescherming & sociale zekerheidsbijdragen

In België kennen we een uitgewerkt systeem van “sociale bescherming” voor zij die arbeid verrichten. Die bescherming gebeurt door een sociaal statuut (statuur van werknemer, zelfstandige of ambtenaar, zie verder).

Om te kunnen genieten van sociale bescherming, moeten er sociale zekerheidsbijdragen betaald worden. Deze zijn afhankelijk van het stelsel waaronder men valt.

Deze sociale zekerheidsbijdragen zijn verplichte bijdragen. Ze worden ingehouden of betaald en moeten een inkomen en/of verzorging garanderen voor individuen of gezinnen die, tijdelijk of blijvend, niet (langer) in staat zijn om zelf (voldoende) inkomen en/of verzorging te voorzien. 
 

Voorbeeld

Betalen van pensioen van een gepensioneerde arbeider, het betalen van “kinderbijslag” (nu groeipakket) voor ouders, het betalen van een werkloosheidsvergoeding of vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid.

Hierbij wordt het “verzekeringsprincipe” gehanteerd: de werkende bevolking betaalt bijdragen die gebruikt worden voor huidige uitgaven en tegelijkertijd verzekert dat ze ervan kunnen genieten indien ze het nodig hebben.

Verschil met belastingen

Sociale zekerheidsbijdragen worden niet gezien als belastingen, al lijken ze er wel op. Zo zijn bv. ze ook verplicht en opgelegd door de overheid. Het verschil zit onder meer in:

  • het feit dat sociale zekerheidsbijdragen een specifieke bestemming hebben en niet dienen om de vooraf onbepaalde algemene uitgaven van de overheid te dekken.
  • de manier van invorderen (bij belastingen wordt onmiddellijk een aanslagbiljet met bevel tot betalen verstuurd, bij sociale zekerheidsbijdragen krijgt men eerst een uitnodiging tot betaling en vervolgens eventueel pas een dwangbevel)
     

Welke stelsels bestaan er?

Er bestaan drie stelsel in de sociale zekerheid. Zowel het systeem van betalen van sociale zekerheidsbijdragen als de bescherming die men kan genieten, hangt af van het stelsel waaronder men valt:

  • Stelsel van werknemers
  • Stelsel voor zelfstandigen
  • Stelsel van ambtenaren    
     

Sociale zekerheid en artistieke prestaties

Decennialang was de situatie voor kunstenaars heel onduidelijk.

Op dit moment zijn er een aantal mogelijkheden: het stelsel van werknemers met het “klassieke” statuut van werknemer en het “speciale” statuut rond het visum van de kunstenaar en het stelsel van zelfstandige (al dan niet via een rechtspersoon zoals een vennootschap of VZW).

Image
statuut kunstenaars

Daarnaast bestaat nog de mogelijkheid van de zogenaamde “kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars” via de kunstenaarskaart. De kunstenaarskaart is voorbehouden aan de kunstenaar die op kleine schaal artistieke prestaties levert.

Het voordeel is dat deze prestaties niet hoeven te worden aangegeven bij de  sociale zekerheid, er geen bijdrage is verschuldigd op de uitkeringen en de opdrachtgever geen Dimona-aangifte hoeft te doen. Het nadeel is dat men hiervoor geen sociale zekerheidsrechten worden geopend (bv. werkloosheidsvergoeding, pensioen,…).