Sinds de wetswijziging in 2018 wordt een vzw als onderneming beschouwd en kan ze dus ook een obligatie uitschrijven.

Wat is een obligatie?

Een obligatie is een lening die wordt uitgeschreven door een overheid of onderneming. Het is een vraag om een bepaalde som geld te lenen voor een bepaalde duur. Individuen of ondernemingen kunnen hierop intekenen en een deel van dat geld ter beschikking stellen.

Ze worden daardoor schuldeiser. In ruil daarvoor ontvangt elke schuldeiser dezelfde periodieke vergoeding, de rente of interest. Pas op de eindvervaldag wordt de volledige som aan iedereen terugbetaald. 

Voordelen voor de vzw

Als een vzw een investering wil doen kan ze aankloppen bij leden of vrienden. Misschien willen ze deelnemen aan de investering. Dankzij een obligatie gelden er duidelijke afspraken die dezelfde zijn voor iedereen. 

Interest en looptijd worden vastgelegd, er is een terugbetalingsverbintenis en men kiest voor welk bedrag hij of zij intekent. Vaak kan een goedkopere of zelfs geen rente worden afgesproken. 

Hoe gaat het praktisch te werk?

Voor de vzw’s zonder commerciële doeleinden zijn de administratieve verplichtingen eerder beperkt en kan het met goede begeleiding een relatief snelle oplossing bieden.

Er zijn een aantal vormvereisten naargelang het type vzw, de coupure en het totaal opgehaalde bedrag. Je moet de regels van de FSMA volgen, de autoriteit voor financiële diensten en markten. 

Voor de vzw’s met commerciële doeleinden, of een obligatie voor de realisatie van een commerciële activiteit, zijn de administratieve verplichtingen beperkt als de obligatie kleiner is dan 500.000 euro en als het opgehaalde bedrag is niet groter is dan 5000 euro per persoon. Wanneer je daarvan afwijkt gelden weer andere regels. 

Een obligatie valt dus onder wettelijke regelgeving.
Het bestuursorgaan moet de obligatie goedkeuren en ze moet passen binnen de begroting. Daarbij moeten de vzw-wet, de statuten, het huishoudelijk reglement en de sectorwetgeving gerespecteerd worden. Het is in alle gevallen belangrijk om je te laten begeleiden door een professional zoals een accountant. 
 

Achtergestelde obligaties

Een achtergestelde obligatie of een achtergestelde lening houdt meer risico in dan een gewone obligatie. Daarom zal deze een hogere interestvoet hebben dan de gewone obligatie. 

Coupon of nul-coupon

De coupon is de periodieke interest - meestal jaarlijks of half-jaarlijks - die de schuldeiser ontvangt. Bij een nul-coupon is er geen jaarlijkse interest. Je koopt de obligatie aan een bepaald bedrag en op eindvervaldag krijg je een hoger bedrag terug. 
 

Voorbeeld

Je koopt vandaag een obligatie voor 1000 euro en na 5 jaar, op de eindvervaldag, krijg je 1250 euro terug. Dan heb je na 5 jaar een meerwaarde van 250 euro. 

Op de interest of de meerwaarde geldt een roerende voorheffing van 30%. 

De looptijd

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kortetermijnobligaties (tot 3 jaar) en langetermijnobligaties (tot 30 jaar).

Zo kan je kleine zaken financieren zoals een é-bike tot de aankoop van een gebouw.

Coupure

De vzw die een obligatie uitschrijft zal die in meerdere en verschillende delen aanbieden. Hierdoor kunnen de schuldeisers kiezen of ze voor grote of kleinere bedragen intekenen.

Een vzw die 30.000 euro wil ophalen, zou ervoor kunnen kiezen om 20 X 500 euro aan te bieden en 20 X 1000 euro. De coupures zijn hier 500 euro en 1000 euro.

Wie intekent kiest zelf welke en hoeveel coupures.

Risico

Als vzw zal je de terugbetaling van het geleende geld vooraf inplannen en voorbereiden. Er bestaat echter een risico dat de vzw niet in staat is om op de eindvervaldag de volledige som terug te betalen. Soms worden er waarborgen bedongen maar in een vzw context is dit eerder zeldzaam. Dat betekent dat een obligatie voor de schuldeiser een hoog risico inhoudt. 

De schuldeiser die intekent op een obligatie van je vzw neemt een groter risico dan wanneer hij via de bank een coupure van een obligatiefonds zou kopen. In een fonds zitten verschillende aanbieders waardoor het risico op niet-terugbetaling gespreid wordt.

Ook de interest houdt een risico in. Deze ligt vast voor de hele looptijd. Als de marktrente stijgt, heeft dit geen effect op de afgesproken interest van de obligatie.
 

Moet de schuldeiser de rit uitzitten?

Stel dat één van de bestuursleden een obligatie heeft gekocht van de vzw op een looptijd van vijf jaar. Na drie jaar laat hij weten dat hij het geld terug nodig heeft. Hij heeft dan 2 mogelijkheden.

Hij kan de obligatie doorverkopen aan iemand anders. Daar speelt de wet van vraag en aanbod en welke prijs er kan bedongen worden.

Of de vzw kan de obligatie vervroegd terugbetalen. Maar ze is dit niet verplicht.

Beide mogelijkheden bieden geen garantie en dus blijft het risico bij de schuldeiser.