De wetgeving rond woninghuur is van toepassing in gevallen waarin een goed verhuurd wordt aan iemand die dit goed bestemt als zijn hoofdverblijfplaats. 

De regels zijn dus niet van toepassing als het gaat over een vakantieverblijf of tweede woning. Dan gelden de regels van gemene huur.

Als je dus een pand huurt waarin je je hoofdverblijfplaats houdt, dan zijn de bepalingen rond woninghuur van toepassing. Je kan hier niet van afwijken; dit zijn dwingende regels. Het gemene huurrecht blijft van toepassing voor wat niet in de woninghuurwet wordt geregeld,.

Sinds 2014 zijn de gewesten bevoegd voor de reglementering van woninghuur. Vlaanderen, Brussel en Wallonië zijn vanaf dan bevoegd om de regels rond woninghuurovereenkomsten op hun grondgebied uit te werken. 

Momenteel voorzien we nog in een overgangstermijn.Het toepasselijke recht wordt bepaald door de datum waarop de overeenkomst werd afgesloten:

•    Voor Vlaanderen:

•    Voor Brussel:

De regels rond woninghuur zijn van dwingend recht. Je kan hier dus niet van afwijken in een overeenkomst. Het uitgangspunt van de woninghuurwet is dat zij een stabiel, duurzaam en evenwichtig oogmerk heeft. Aangezien de woning tot hoofdverblijfplaats van de huurder dient (en iedereen het recht heeft op een menswaardig bestaan), zal de huurder in zekere mate bescherming kunnen terugvinden in deze regelgeving. De verhuurder beschikt wel over enkele wettige redenen om de huurovereenkomst te beëindigen.

Een woninghuurovereenkomst moet schriftelijk opgesteld worden. Daarnaast moet de verhuurder het contract registreren. Deze registratie is kosteloos als dit binnen de 2 maanden na het afsluiten van het contract gebeurt. De registratie kan zowel op het bevoegde kantoor Rechtszekerheid als online via MyRent.